Wie krijgt de Boekenleeuw en de Boekenpauw?

03/02/2010
logo_boekenpauw logo_boekenleeuw
Boek.be maakte zopas de nominaties voor de Boekenleeuw en de Boekenpauw 2010 bekend. Wie de laureaten zijn, krijgen we te horen op woensdag 24 februari.

Voor de Boekenleeuw, de prijs voor het beste kinder- of jeugdboek van het voorbije jaar, zijn 10 titels genomineerd:

  • Marita de Sterck, De hondeneters (Querido)
  • Kristien Dieltiens, Papinette (Clavis)
  • Kristien Dieltiens, De zomer van Gisteren & Pudding (De Eenhoorn)
  • Siska Goeminne, Het fantastische verhaal van Ferre en Frie (De Eenhoorn)
  • André Sollie, De Zomerzot (Querido)
  • Laure Van den Broeck, De 17e zomer van Maurice Hamster (Clavis)
  • Peter Van Olmen, De kleine Odessa (Van Goor)
  • Sylvia Vanden Heede, Wolf en Hond (Lannoo)
  • Hilde Vandermeeren, Operatie Bernie Buiten (Davidsfonds/Infodok)
  • Kathleen Vereecken, Ik denk dat het liefde was (Lannoo)

8 boeken maken kans om de Boekenpauw in de wacht te slepen, de prijs voor het  mooist geïllustreerde kinder- of jeugdboek van het voorbije jaar:

  • Soetkine Aps, Telfeest! auteur: Jaak Dreesen (De Eenhoorn)
  • Carll Cneut, Fluit zoals je bent, samensteller: Edward Van de Vendel (De Eenhoorn/ Querido)
  • Gerda Dendooven, Hoe het varken aan zijn krulstaart kwam (Querido)
  • Pieter Gaudesaboos, Tommie en de torenhoge boterham auteur: Lorraine Francis (Lannoo)
  • Tom Schoonooghe, Feestpark (Lannoo)
  • André Sollie, De Zomerzot (Querido)
  • Leo Timmers, Kraai (Clavis)
  • Geert Vervaeke, Een wel heel bijzondere kerst, auteur: Kristien In-‘t-Ven (Lannoo)
  • email
  • Print
  • RSS
  • PDF
  • Netvibes
  • del.icio.us
  • Digg
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • LinkedIn
  • MySpace
  • Twitter
  • NuJIJ
  • eKudos

De doelgroep van ‘De schilder, de duif en de dingen’

01/02/2010

de schilder de duif en de dingenOok als er maar een hele kleine doelgroep voor bestaat, heeft een boek recht om uitgegeven te worden. Dat is helaas niet altijd de visie van de uitgevers, maar alleszins wel die van mij.

Maar bij het lezen van De Schilder, de duif en de dingen van Paul de Moor bekroop me toch de vraag of er voor dit boek wel een doelgroep is. Het boek vertelt het leven van kunstenaar Roger Raveel. Een biografie is het echter zeker niet. Eerder een sfeerbeeld van de plek waar Raveel opgroeide en hoe dat zijn artistieke loopbaan beïnvloed heeft. Het is niet de eerste keer dat Paul de Moor het leven van een kunstenaar als uitgangspunt neemt voor een boek. Eerder deed hij dat al in En iedereen ging op zijn mieren zitten…, een boek geïnspireerd op designer Ake Axelsson. En net zoals dat boek is ook De schilder, de duif en de dingen prachtig geschreven, heel poëtisch, met volzinnen om in te baden en heerlijk in te verdwalen. Laat ik dus duidelijk zijn: dit boek is een juweeltje. Punt.

Of toch niet punt? Want bij een kinderboek moet je je toch afvragen hoe zo een boek door kinderen wordt onthaald. Die kinderen moeten zich dan wel worstelen door zinnen als:
De kijkers schrokken. ‘Spiegels in de doeken,’ stamelden ze. Ze keken in mijn schilderijen en waren in mijn schilderijen. En mijn schilderijen keken naar de kijkers en waren in de kijkers. De kijkers zagen hun gezicht in mijn gezicht. Mijn schilderijen waren overal en werden één groot schilderij. Ze spiegelden de wereld. Mijn wereld. De kijkers namen mijn wereld in hun hoofd mee. Zo gaf ik het grote schilderij van het dorp en de rivier en de hemel aan mijn dorp terug. En de hemel waste zich in de rivier.

Wat doet een kind van 10, 11 of 12 – de leeftijd waarop dit boek zich profileert – met een boek wanneer het het openslaat en zulke zinnen leest? Denkt dat kind dan ‘Hier kan ik wat mee. Dit boek wil ik lezen’? Of kan je met zulke zinnen, hoe knap geschreven ook, toch geen tienjarige aanspreken? Wat zal er met dit boek gebeuren als een kind dit bijvoorbeeld voor zijn verjaardag cadeau krijgt? Hoeveel van die boeken zullen ongelezen in tweedehandsboekenwinkels belanden? En zal dit boek niet vooral door bibliotheken aangekocht worden om dan in een rek te verdwijnen en haast nooit uitgeleend te worden? Of zullen het bijna uitsluitend volwassenen met een hart voor jeugdliteratuur zijn die dit boek zullen waarderen? Maar kan je in dat geval nog wel spreken van jeugdliteratuur?

Er zijn kinderboeken die maar door weinig kinderen gesmaakt worden. En die kinderen die toch van zulke boeken houden mogen zich gelukkig prijzen. En het is maar goed dat er nog regelmatig zulke kinderboeken verschijnen. Er bestaan heel wat boeken waar een kind laagje na laagje kan blijven afpellen en telkens iets nieuws kan ontdekken. Maar die boeken hebben wel een basislaag die met kleine handjes naar de kinderen reikt.
Maar ligt deze keer de drempel niet té hoog?

Eigenlijk hoop ik stilletjes dat hieronder reacties zullen verschijnen van ouders die ervaren hebben dat dit boek wél werkte bij hun tienjarige zoon of dochter. Maar ook als u net als ik vreest dat kinderen niet zullen aangesproken worden door dit boek, mag je dat hieronder kwijt.

  • email
  • Print
  • RSS
  • PDF
  • Netvibes
  • del.icio.us
  • Digg
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • LinkedIn
  • MySpace
  • Twitter
  • NuJIJ
  • eKudos

Poëzie: de intrigerendste


Over misschien wel het mooiste kinderpoëzieboek van het afgelopen jaar vertelde ik al. Maar het intrigerendste poëziegeluid kwam van elders. Het zat zelfs goed verstopt, ergens halverwege Ik wil een naam van chocola, de tweede editie van ‘Querido’s Poëziespektakel’ en begon zo:

Oorlog

Ze zouden naar het zwembad
en ik mocht wel mee
als ik maar niet weer ging janken:
De grote jongens waren er vast ook

We renden naar het diepe eerst en doken zo, met tien tegelijk
(ik kan niet duiken, dus ik sprong gewoon)

Het is meteen het begin van een groot avontuur, want de grote jongens zijn er inderdaad:

Even later was het oorlog
Tekkelen, glijen, bommetjes vlakbij en randje
douwen, onderhouwen, proesten, schoppen,
blauwe plekken, schuilen bij het bubbelbad,
onze gele mat gejat
Badmeesters keken wel maar zeiden niets
Job een bloedneus
Bas zijn knieën lagen open,
en ik, ik was zowat verzopen

De ik-verteller, Dissus, trekt zich terug op de wc:

Zat ik daar
in elkaar gedoken
met een plakzwembroek op mijn enkels
te rillen op de koude bril
en ik dacht
wat ik echt
wat ik nu echt wil,
Dat ik de held was,
de held van het verhaal en dat we vet verdwalen en heel ver en vrij
en vol gevaar, onderweg sneuvelen er een paar en iedereen huilen behalve ik,
en ik, ik zeg dan
hee, kom op
loop maar mee met mij

En een held wordt hij. Niet zomaar eentje. Want wat volgt, is ook niet zomaar het eerste het beste avonturenverhaal. ‘Dissus’ van Simon van der Geest is een bijzonder originele én sterke bewerking van het verhaal van Odysseus. Odysseus is Dissus geworden, geen koning van toen, maar een jongen van nu. Op de terugweg van het zwembad naar huis verdwalen Dissus en zijn vrienden hopeloos. En alsof dat nog niet erg genoeg is, zet er een hevig onweer op en vinden ze op hun weg een eenogige boer, schrikwekkende hengelaars en een gevaarlijke kraan (’een gele kraanmachine met cabine, / op de zijkant, in het zwart: / ‘Skylla 2000′).

Het verhaal van Odysseus hervertellen in een hedendaagse setting is een ambitieuze onderneming. Simon van der Geest doet het met verve. Heel het verhaal komt op het eerste gezicht heel spontaan over, alsof het het relaas is van een jongen die gewoon even vertelt wat hem daarnet toch wel is overkomen.

En de bus, ik zweer het je,
werd opgetild en meegeblazen
slingerde, schokte, vloog maar door
de wereld tolde rond en rond en
ho! riepen we, ho!

Dat de gedichten zo spontaan overkomen, ligt aan Van der Geests schrijftalent. Want dat ‘Dissus’ niet zomaar even is neergepend, moge blijken uit het zuinige gebruik van rijm, uit de sterke cadans, de betekenisvolle herhalingen en inversies, en niet in het minst de inventieve manier waarop Van der Geest elementen uit het verhaal van Homeros verwerkt. De gedichten zijn zo intrigerend en sterk dat het reikhalzend uitkijken is naar de publicatie van de hele ‘Dissus’-cyclus ergens dit voorjaar.

  • email
  • Print
  • RSS
  • PDF
  • Netvibes
  • del.icio.us
  • Digg
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • LinkedIn
  • MySpace
  • Twitter
  • NuJIJ
  • eKudos

Astrid Lindgren, op vraag van Bart Moeyaert

31/01/2010

Astrid Lindgren

Dit weekend ging de nieuwe cultuursite Cobra.be on-line. Cobra.be is, na Sporza en deredactie.be, de derde themasite van de VRT. Agenda, archief en actualiteit zijn de sleutelwoorden.

Een van de vele rubrieken op de nieuwe site is ‘Flashback’, waar je een fragment uit het VRT-cultuurarchief kunt kiezen dat je graag nog eens zou terugzien. Bernard Dewulf en Bart Moeyaert beten de spits af. Bernard Dewulf vroeg naar een documentaire over de kunstenaar Thierry De Cordier, Bart Moeyaert wilde graag een interview met Astrid Lindgren terugzien, uitgezonden in 1974, toen hij zelf tien was.

Moeyaerts keuze komt niet helemaal als een verrassing. Zijn voorliefde voor het werk en de figuur van Lindgren is bekend. Op zijn site is te lezen: ‘In mijn kindertijd ben ik bij wijze van spreken opgevoed door een grootmoeder die Astrid Lindgren heet.‘ Hoe dat ging, lees je er ook. En jaren geleden schreef hij in een artikel: ‘In Zweden liggen mijn roots. Dat beweer ik toch altijd, dat ik in een vorig leven bij wijze van spreken getrouwd ben geweest met een Hulle Krulle Weetikveel potkachel uit de keuken van Astrid Lindgren.’

In het door Moeyaert gekozen fragment zie je Astrid Lindgren die in het land is naar aanleiding van de Boekenbeurs van 1974. Bart Moeyaert: ‘Een mooi en aandoenlijk fragment. Onbegrijpelijk haast dat Astrid Lindgren toen dingen zei die wij nu ook zeggen (’dat de wereld zo veranderd is’). En ook opvallend dat interviewers toen al dezelfde vragen stelden aan kinderboekenschrijvers. Er is niks veranderd, zou je haast denken.’

Geniet van dit moment met een grote dame uit de kinderliteratuur, en van de traagheid van toen. Want dát is alvast wel veranderd.

  • email
  • Print
  • RSS
  • PDF
  • Netvibes
  • del.icio.us
  • Digg
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • LinkedIn
  • MySpace
  • Twitter
  • NuJIJ
  • eKudos

Poëzie: de mooiste

30/01/2010

Fluit zoals je bent

Bent u gisteren, op Gedichtendag, getrakteerd op mooie woorden?
Voor wie ook vandaag, morgen, en overmorgen, en nog lang daarna, van gedichten wil genieten: een tip.
Misschien wel het mooiste kinderpoëzieboek dat ik het afgelopen jaar onder ogen kreeg is Fluit zoals je bent, een bloemlezing, samengesteld door Edward van de Vendel, geïllustreerd door Carll Cneut, vormgegeven door Leen Depooter van quod. en gezamenlijk uitgegeven door Querido en De Eenhoorn. En ja, al die namen moeten erbij.

Edward van de Vendel zocht een honderdtal gedichten bij elkaar over dieren, van bekende en minder bekende dichters, speelse, vrolijke, luchtige maar ook diepzinnige, filosofische, nostalgische gedichten, voor kleine, iets grotere of nog grotere kinderen. Hij koos daarbij vaak niet voor de meest voor de hand liggende teksten, van Annie M.G. Schmidt bijvoorbeeld zul je niet ‘De spin Sebastiaan’ vinden, of ‘Het beertje Pippeloentje’, of ‘Dikkertje Dap’, maar een minder bekend gedicht over een andere giraf: ‘Het girafje dat niets zag’. Het resultaat is een mooie, verrassende verzameling poëzie. De titel van de bundel is ontleend aan het gedicht ‘Lied’ van André Sollie:

Elke vogel zingt zijn lied.
Hoog of laag,
dat dondert niet.

(…)

Dus praat en zing en dans en fluit
zoals je bent. En wees niet bang,
maar spreek vrijuit.’

Dat dit misschien wel het mooiste kinderpoëzieboek van het afgelopen jaar is, heeft Fluit zoals je bent niet alleen te danken aan de mooie selectie die Edward van de Vendel maakte. Hoe verrassend sommige gedichten ook zijn, het zijn de schitterende illustraties van Carll Cneut die het eerst de aandacht trekken. Honderden aangeklede dieren passeren de revue, de een al fascinerender dan de ander. Als vanouds vallen de prenten op door het prachtige kleurgebruik, door de knappe compositie, door de intrigerende details, maar Cneut toont zich hier ook een knap interpretator van de door Van de Vendel bijeengezochte poëzie. Vaak voegen de illustraties iets toe aan de gedichten. Bijzonder fijn om te merken vond ik dat Carll Cneut in dit boek zijn beproefde schildertechniek verder perfectioneert, maar tegelijk experimenteert met in kleurpotlood getekende elementen. Typische Cneut-vogels in een eenvoudig vliegtuigje in rood potlood of een geschilderde vis boven een minimalistisch getekende pan: verrassend én knap.

Fluit zoals je bent is bovendien bijzonder mooi vormgegeven door Leen Depooter (quod. voor de vorm), die er met een uitgebalanceerde bladschikking, een mooie letter en voldoende wit voor zorgde dat de gedichten en illustraties prachtig tot hun recht komen.

Fluit zoals je bent is een boek dat helemaal af is en waar ik al vele avonden verrukt in heb zitten lezen en kijken. Ik wens het ook u toe, op deze dag-na-Gedichtendag!

  • email
  • Print
  • RSS
  • PDF
  • Netvibes
  • del.icio.us
  • Digg
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • LinkedIn
  • MySpace
  • Twitter
  • NuJIJ
  • eKudos

Lezen voor Haïti

25/01/2010

logo Haïti-krant

Dit gaat voor een keer niet over een kinderboek, wel over leuk en interessant leesvoer voor kinderen.

Woensdag 27 januari verschijnt de Haïti-krant, een speciale krant voor kinderen, met zestien pagina’s boordevol informatie over Haïti, over aardbevingen, hoe het daar nu met kinderen (en hun rechten) gesteld is, hoe hulporganisaties proberen te helpen en wat zij met 1 of 5 of 10 euro kunnen aanvangen, gedichten van Edward van de Vendel en Bart Moeyaert, speciaal voor deze krant geschreven, tekeningen, spelletjes, weetjes en nog veel meer.

De Haïti-krant is een initiatief van De Dagen, en – ik mag dat zeggen want ik heb al veel van de krant-in-wording gezien – is van de hoogstaande kwaliteit die we van De Dagen kennen. Warm aanbevolen dus.

De Haïti-krant zit woensdag bij de kranten Het Nieuwsblad, de Gazet van Antwerpen en Het Belang van Limburg. Je kunt ze ook bestellen, bijvoorbeeld voor de klas of school van je kind. Je steunt er Haïti mee (de helft van de verkoopprijs gaat naar Haïti), en je bezorgt de kinderen leuke en interessante lectuur mee. Zeker doen! Je moet je wel haasten want bestellen kan alleen vandaag nog!

Meer informatie vind je hier.

  • email
  • Print
  • RSS
  • PDF
  • Netvibes
  • del.icio.us
  • Digg
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • LinkedIn
  • MySpace
  • Twitter
  • NuJIJ
  • eKudos

Deze boekenmens heeft alweer redenen te over om kwaad te zijn…

17/01/2010

De Morgen uitgelezen

Woensdag, 13 januari 2010. Voor de krant “De Morgen” betekent dit “Uitgelezen” bij de krant. Groot, fel uitgevuld staat er “Het voorjaar 2010” op een groene achtergrond en iets wat je plantjesachtig zou kunnen noemen. Namen als Christophe Vekeman, Peter Verhelst, Thomas Claus, Erwin Mortier, Philippe Claudel, Albert Camus, Thomas Phynchon, Ian McEwan, E.L Docotorow, Henning Mankell, James Ellroy, Homerus, Cacitus, Carl De Keyzer, Chris De Stoop, David Van Reybrouck, Carlos Fuentes, Isabel Allende en Elsa Osorio moeten mijn nieuwsgierigheid prikkelen. Daaronder: “De leesvoorraad van 2009 is amper gedegusteerd of de uitgeverijen overstelpen ons alweer met glanzende folders waarin ze hun nieuwe letterenwaren uitstallen. Wat ligt er zoal in de etalage van de Nederlandse literatuur in het voorjaar 2010?

(Bron: de voorpagina van “Uitgelezen”, de boekenbijlage van De Morgen, 13 januari 2010)

Na dat laatste vraagteken zie ik Christophe Vekeman met “49 manieren om de dag door te komen”, Thomas Blondeau heeft “Donderhart” geschreven, Yves Petry schreef “De maagd Marino” en Oscar Van den Boogaard “Meer dan een minnaar”.

Begrijp me niet verkeerd, ik heb daar niks tegen. Noch tegen de Spaanse en Franse literatuur waarop men een blik werpt. En dat Henning Mankell met “De gekwelde man” een verse thriller afleverde: ik juich het toe.

Waar zijn echter de Kinder- en jeugdboeken? Ik weet namelijk dat het helemaal niet waar is dat die in het voorjaar 2010 niet verschijnen! Ik geef er gal van op, intussen, dat men ze gemakshalve omdat er “toch veel te veel verschijnt” of “omdat dat toch geen hond interesseert”, dan maar gewoon – zelfs dat niet – niet vermeldt! Hoe kunnen ouders in ’s hemelsnaam nog iets anders vinden dan wat in grote stapels in boekhandels ligt te grijnzen? De Geronimo’s en de Griezelbussen allerhande? “Kinderen weten zelf wel wat ze leuk vinden!” Je mag daar van mij gerust mee komen aanzetten, maar – en ik zit alweer op mijn stokpaardje – danku Jelle Van Riet en Klaas Verplancke – “Laat de smaak van kinderen niet primeren, of toch niet altijd. Kinderen houden ook van fluoroze kauwgom en plastieken sandaaltjes.” Of laat je je kind de hele dag door frietjes eten en snoepen omdat kindlief dat graag doet? Natuurlijk doen kinderen dat graag! Maar smaak vergt tijd en oefening. Oefening en tijd die je je leeskind MOET gunnen, af en toe zelfs een beetje mag opdringen. Want iedereen lijkt ervan overtuigd dat lezen en schrijven belangrijke vaardigheden zijn. Neefje E. kijkt intussen gretig in “Wij gaan op Berenjacht” en “1,2,3, ik tel de dieren die ik zie”. Of hij daar al iets van snapt? Waarschijnlijk niet. Maar of ik hem dan maar laat? No way! Hij kan de kleurtjes en de vorm van het boek maar al gezien hebben! Net zoals zijn mama hem witlof en zelfs pompelmoes voorschotelt. (En nee, pompelmoes vindt ie goor, maar zolang hij niet proefde, kon hij dat toch niet weten?)

Zo zou ik heel graag ook mensen zien die hun kroost zo naar boeken zouden leren kijken. Er is niks mis mee om een boek helemaal niet goed te vinden. Maar ga me niet vertellen dat ouders, grootouders, en andere volwassenen geen boeken meer voor hun kroost uitzoeken. Nee toch? Zij mogen toch (ook) weten dat er nog andere boeken zijn naast Geronimo, Oomen en Van Loon? Ja toch?

Ik kan geen enkele reden bedenken waarom de Morgen zijn recensenten jeugdliteratuur wel lijkt op te sluiten. Wat ze doen met de Nederlandse, Spaanse, Angelsaksische literatuur en zelfs Non-fictie: korte overzichtelijke stukjes (dat moet ik hen nageven: het is een mooi vormgegeven bijlage, met frisse kleurtjes), kan perfect met de kinder- en jeugdboeken, en met Annemie Leysen en Patrick Jordens als gidsen door jeugdboekenland.

Ik weet het, ik zeur, ik zaag, ik ben zuur, maar ik kan niet anders.

Onderschat kinderen alstublieft niet. Ik heb het proefondervindelijk mogen vaststellen met “Briek” (Gaudesaboos en Lesage) gisteren, en ik ging er zowaar van blinken.

Maar tussen al dat gezeur, zuur en gezaag gun ik u graag de ontdekking van Jaap Leest, een zeer puike Nederlandse site van journalist Jaap Friso. Redelijk jeugdboekengek, en op zijn site staat ALTIJD massa’s meer aan jeugdboeken dan in de krant. Maar ook hier geldt: alwéér het internet. Maar het siert toch, dat Friso minstens journalist is.

  • email
  • Print
  • RSS
  • PDF
  • Netvibes
  • del.icio.us
  • Digg
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • LinkedIn
  • MySpace
  • Twitter
  • NuJIJ
  • eKudos

Stilte voor de leesstorm

15/01/2010

Van verschillende kanten wezen lezers op de tijdelijke stilte op onze blog. Wees gerust, dat is stilte voor de (hopelijk) grote voorjaarsstorm. Over een maand vliegen de nieuwe titels je om de oren. Ondertussen wil ik wijzen op de bespreking in DSL vandaag, van twee bundels die inderdaad echt de moeite lonen: de mooiste dierengedichten in ‘Fluit zoals je bent’ van Edward Van de Vendel en Carll Cneut en ‘Toen de duisternis viel, heb ik ze opgeraapt’, een selectie verhalen en poëzie gemaakt de Annemie Leysen en geïllustreerd door Gerda Dendooven. Beide bundels werden hier al eerder vermeld en besproken, dacht ik. In K&L, waarvoor Klaas Verplancke en ikzelf maandelijks een boekenpagina verzorgen, komen ze begin februari ook nog eens aan bod, samen met een uitgebreide bespreking van ‘Het boek van Max Berg’ van Aleksander Melli (zie vorig bericht). Ondertussen kunnen we wat grasduinen in onze boekenkast. Ik buig me bijvoorbeeld dezer dagen opnieuw (vanwege een overzichtsartikel in het Lexicon van de Jeugdliteratuur) over de boeken van Aline Sax, al verschillende keren genomineerd voor de Thea Beckmanprijs. Het verwondert me dat er zo weinig recensies verschenen over een paar van haar historische romans, bv. over ‘Geen stap terug’, (in 2005 genomineerd was voor de Thea Beckmanprijs.) Nochtans een roman(WOII- Slag om Stalingrad) die je naar de keel en het gemoed grijpt, omdat het met zoveel empathie vanuit drie heel menselijke personen geschreven is. En wie ‘Wij, twee jongens’ nog niet gelezen heeft (Prijs van de Provincie Antwerpen, de kleine Cervantes, tweede plaats KJV en nominaties op shortlists van o.a. Gouden Uil en Thea Beckmanprijs), raad ik dit knappe boek ten zeerste aan. Wie het met spijt na de laatste bladzijde dichtklapt, kan het vervolg lezen in ‘Schaduwleven’.
Zo, af en toe verdienen boeken een langer leven dan ze tegenwoordig beschoren zijn.
Tot in het oog van de storm! In boekenvriendschap, Jet

  • email
  • Print
  • RSS
  • PDF
  • Netvibes
  • del.icio.us
  • Digg
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • LinkedIn
  • MySpace
  • Twitter
  • NuJIJ
  • eKudos

Het boek van Max Berg

04/01/2010

Het boek van Max Berg

Is het toegestaan een boek aan te prijzen voor je het uitgelezen hebt? Misschien wel, als je er zo aan verslingerd bent als ik aan Het boek van Max Berg van Aleksander Melli. Het verhaal gaat over twintig kinderen die voor een reality show hun eigen staat mogen oprichten op een Noors eiland. Max Berg gaat er met veel idealisme naartoe, maar niet alle kinderen delen zijn bezorgdheid om het klimaat, de verdeling van de welvaart en de wereldvrede. Het is een krachtig geschreven roman, boordevol spanning en met veel diepgang. Het eiland wordt heel levendig en overtuigend geschilderd, met veel leuke vondsten. Bij momenten is het boek ook bijzonder verontrustend, op andere momenten is het ontzettend grappig en troostend. Een combinatie van de Ogen van Jesleia van Judith Eiselin met Lord of the Flies van William Golding. Ik ga snel verder lezen…

  • email
  • Print
  • RSS
  • PDF
  • Netvibes
  • del.icio.us
  • Digg
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • LinkedIn
  • MySpace
  • Twitter
  • NuJIJ
  • eKudos

De kleine Odessa / Peter Van Olmen ; Nicole De Cock

03/01/2010

dekleineodessa“Zou het niet geweldig zijn als er een stad bestond waar iedereen van boeken houdt? Waar alle inwoners beroemde schrijvers zijn? En waar de wereld uit boeken tot leven kan komen? Zo’n stad bestaat!” (…)

Odessa is een nogal eenzaam meisje van twaalf, en woont in een huis, en haar moeder wil haar daar het liefst houden. Ze mag het huis niet verlaten. Maar Odessa zou Odessa niet zijn als ze die stomme regeltjes niet aan haar laars zou lappen. ’s Nachts zijn de daken haar vrienden, en de buitenlucht. Wanneer ze weer eens op een dak zit, gaat het mis… Waar fluiten naar een vliegend paard al niet toe kan leiden! Tot overmaat van ramp wordt haar moeder ontvoerd door vreemd uitziende wezens die op zwijnen lijken, en wordt Odessa achternagezeten door wezens met kapmantels aan… Ze verschanst zich in haar huis, en vlucht de bibliotheek, waar ze van haar moeder niet mag komen, in. Verwacht echter geen trut: ze heeft haar op haar tanden, en geen beetje! Omdat haar naam in de titel zit, wil dit niet zeggen dat alles als vanzelfsprekend naar Odessa zal leiden omwille van de titel is van het boek.

Ze leert Lodewijck Aquilla kennen, een Serinus Canarius (waag het niet om hem “mus” te noemen, oh nee!) met een grote mond en sigarenroker. Hij is een van de vele vogels die voor de post zorgen. Hij is het die haar erop wijst dat ze moeten maken dat ze wegkomen wanneer Odessa vertelt door wie ze achterna werd gezeten. Samen vluchten ze naar de enige boekhandel in de stad, die van Cornelius Cerebus. Hij herbergt een B.E.R.T.H.A, (Bekom Een Reis Tegen Het Antwoord), een houten deur met kuren, maar wel eentje naar een ander oord. Bertha’s kuren zorgen er mee voor dat dit boek op de meest deugddoende wijze van de laatste jaren, geloofwaardig blijft. Bertha gaat naar een verkeerde gang open, zodat Odessa en Lode A., zoals hij verder in het boek wordt genoemd, eerst een eind moeten lopen voor Scribopolis, de stad vol boeken en schrijvers, zal opdoemen.

Helemaal aan het begin van het boek bekroop me wel het gevoel dat de auteur zoekende was naar hoe hij zijn personages zou gaan benoemen: (…) duistere figuren in grauwgrijze kapmantels, die te zien aan hun kledij duidelijk niet van hier waren. Ze leken wel monniken van een middeleeuws genootschap. Hun kapmantels waren besmeurd en gerafeld, alsof de zonderlingen een lange reis achter de rug hadden. (…) Mensen waren het niet, maar wat dan wel? (…) De griezels hadden gelukkig geen aandacht voor haar. (…) (…) Het feit dat een bende griezelige monniken het boek wilde, maakte het nog geheimzinniger. Deze wezens, zo zal later blijken, lijken wat mij betreft wel een beetje op de Dooddoeners uit Harry Potter.

Naar mijn gevoel kwamen deze figuren een ietsje te snel naar voor in het boek, maar mijn bezwaren smolten geleidelijk helemaal weg. Nergens bekroop me het gevoel dat Van Olmen de weg van de minste weerstand kiest, of naar populariteit hengelt door wat populair is/was te gebruiken.

Dit boek zit boordevol verwijzingen naar andere boeken en beroemde schrijvers, en wel met verve en humor, maar nooit zomaar ergens tussenin gegooid. Bertha doet denken aan het schilderij dat dienst doet als toegang tot de torenkamer van Harry Potter en de zijnen, maar verwacht in “De Kleine Odessa” geen magie om de magie, die wordt alleen aangewend als dit het verhaal kan dienen. Dit boek heeft het helemaal: en de ambitie van de auteur om een boek vol boeken te stoppen: hij slaagde met verve. Want zouden al de auteurs en personages in dit boek niet gaan tegensteken? Hoe maak je van hen mensen van vlees en bloed zonder de bedoeling een biografie van de auteurs als Kafka, Dostojevski en Shakespear te schrijven? Door hen een rol in het verhaal te geven, en heel subtiel titels van hun boeken in je boek te stoppen. Of Kafka iemand te laten zijn die van regels houdt. Enzovoorts.

Wanneer Odessa bij de zusjes B. (Brontë) terechtkomt, vertellen zij haar bijvoorbeeld dat de wind door de wilgen waait. Ze hebben het ook over woeste hoogten. Of Herman Melville, de gekke bibliothecaris van de Scribopolisbieb verzucht: “Maar als jij een reusachtig wit beest ziet spoken tussen de rekken, wit van kop tot staart, porbeer het dan niet zelf te vangen! Het is van mij!” En toch kun je al deze dingen lezen zonder te moeten bedenken: wat bedoelt de auteur hiermee? Al is het voor een ervaren lezer wel fijn om deze dingen op te merken.

Dit boek leest als een trein, en is toch zoveel meer dan pure ontspanning. Dit boek heeft alles, al besef ik dat dit klinkt als een reclamepamfletje.

Want wat de achterflap belooft, word helemaal waar, al is het geen loze waarschuwing: Lees de achterflap NIET! Het verhaal wordt (alweer eens) al te sterk vertelt, en dat zou echt niet mogen. De stad vol boeken bestaat, en ze komt op een geweldige manier tot leven. De mensen in deze stad zijn beroemde schrijvers, en personages uit de pen van de schrijvers, en mythologische figuren als Orpheus en Eurydice. Hun verhaal komt ook aan bod, maar het boek wordt nergens belerend. Algauw zal Odessa merken dat de mensen uit Scribopolis bang zijn voor iets: de titanen vijzel is gestolen, en zonder titanen vijzel kan er geen muzenpoeder meer worden gemaakt, waardoor eten schaars zal worden: alles in deze stad komt namelijk uit boeken, en alleen met muzenpoeder kan men dit eruithalen. Als Odessa in Scribopolis aankomt, is ze vastbesloten haar moeder te vinden, en haar vader die ze nooit heeft gehad. Ze probeert om mee te gaan op expeditie naar het kasteel van Mabarak, die met Boekus, het boek der boeken, duistere plannen heeft – en met de titanen vijzel in zijn bezit is hij goed op weg om deze plannen ten uitvoer te brengen: Want al wat in Boekus geschreven staat, zal echt gebeuren. Maar alles wat Mabarak maakt, is een mislukking, zoals de Gnorks, die hij uit “In de ban van de ring” heeft willen halen. Eigenlijk zouden dit Orks moeten zijn. Gnorks zijn zwijnen met menselijke trekjes. De vergelijking “Hij krijste als een varken”, wanneer de vrouw met de zwarte leren broek zo’n Gnork in het vuur duwt, gaat dan ook niet op. Maar het boek moet het gelukkig niet van de vergelijkingen hebben.

Mensen in dit boek zijn ook echt mensen van vlees en bloed, er is geen actie om de actie, alles, alles dient het verhaal en houdt de lezer gekluisterd tot aan de laatste bladzijde, waarna die deels uit spijt dan maar het toemaatje met de personages die in het boek voorkomen helemaal uitleest, om dan met pijn in het hart, te moeten bekennen dat het boek nu ECHT uit is.

De kleine Odessa : Het levende boek / Peter Van Olmen ; Nicole De Cock.- Houten : Van Goor, 2009.- 476p.: ill.- ISBN 978 90 475 0850 2

  • email
  • Print
  • RSS
  • PDF
  • Netvibes
  • del.icio.us
  • Digg
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • LinkedIn
  • MySpace
  • Twitter
  • NuJIJ
  • eKudos

De bibliotheek: een wereld van A tot Z…?

02/01/2010

Openbare Bibliotheek Amsterdam

Rekken vol boeken wachten je op wanneer je de bibliotheek binnenloopt. De geur van al dan niet oud papier waaiert je neusgaten in.

En toch. Ik ga niet graag naar de bibliotheek, of toch niet “als vanzelfsprekend”, laat ik het zo stellen.

Ik heb kamers vol boeken, waar ik graag naar kijk, en af en toe mijn handen laat dwalen over ruggen. Tegelijk bedenk ik dan: van het merendeel van deze schatten wil ik nooit meer af. Natuurlijk: van sommigen denk ik: deze lees ik nooit meer, na één keer het boek te hebben gelezen. Terwijl ik van andere boeken bedenk: Deze boeken zou ik NOOIT in de bibliotheek lenen: eeuwig zonde om ze weer te moeten terugbrengen. “Van mij!” denk ik wel eens. Ik moet er niet aan denken dat ik bijvoorbeeld Toon Tellegen alleen uit de bibliotheek zou lezen, en wel in tegendeel. Toen ik “Ze sliepen nog” las, lag het boek een week voor het verstrijken van de uitleentermijn, uit de boekhandel, op mijn nachtkastje. Om onbeperkt, zonder te moeten rekening houden met de uitleentermijn in de dierenverhalen te kunnen bladeren, om onbeperkt dingen en steeds nieuwe dingen te ontdekken. Of om te overdenken hoe mooi het verhaal is over “elkaar missen”. Om er maar eentje te noemen.

Ik heb net weer zo’n boek uit, waarvan ik het tot tranen toe, geloof ik, jammer zou vinden dat ik het moet terugbrengen: “De Kleine Odessa”: een boek vol boeken en beroemde schrijvers en personages, ontsproten uit de pen van die schrijvers. Nee, echt, ik moet er niet aan denken.  Over dit boek later zeker meer.

Pieter Gaudesaboos heeft ook het talent om mij aan zijn boeken te binden, om net dezelfde reden: zijn boeken blijven vol verrassingen zitten.

Ik merk bij mezelf ook op dat ik een eigen boek aan een veel rustiger tempo lees dan een boek uit de bib. Dat moet snel, omdat ik het niet wil maken om een boete te moeten betalen voor het te laat terugbrengen van een boek. Ik geloof dat de bib voor mij een oord is van boeken die ik wel wil lezen, maar niet zo nodig hoef te hebben…

Met poëzie heb ik dat nog veel sterker, al is poëzie niet echt iets wat ik vaak koop. Maar als ik het koop, doe ik het wel van harte.

  • email
  • Print
  • RSS
  • PDF
  • Netvibes
  • del.icio.us
  • Digg
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • LinkedIn
  • MySpace
  • Twitter
  • NuJIJ
  • eKudos

Nieuwjaarswens

30/12/2009

Ik weet het wel, kerst is voorbij, maar de drie koningen staan nog niet in de stal en er moeten nog koeken gebakken worden. Bovendien wil ik graag alle lezers van verteleens.be een wonderbaarlijk en intens jaar 2010 toe wensen.Het stukje komt uit mijn verzameling ‘het leven na…’  – eerst was dat na 55+, nu is dat al na 60, helaas.

Ik doe het op mijn manier, in de herinnering aan de eerste sneeuw en met het vooruitzicht op de volgende. En met een boek natuurlijk. Maar ik geef er meteen een tip bij. Voor de allerkleinsten (2,3 jaar) vervang ik ‘de man’, ‘de vrouw’ en ‘het kind’ gewoon door Jozef, Maria en Jezus. De ouderen voelen al perfect de poëzie van de onbenoemde personen aan! Magisch is dat…

Nieuwjaarswens

44. Het leven na zestig…

….is de kleinkinderen met de slede afhalen van hun  schooltje, aan de rand van het natuurgebied; ze puffend door de veldweggetjes trekken, langs de bevroren beek en plassen waar ze in de lente de watervogels zoeken.

…is luisteren naar hun joelende stemmen in de winteravond:

“Oma, de rivier is bevroren!”

“De beek, Fran, dat is een beek.”

“Oma, er is een gat in het ijs, waarom?

“Dat heet een wak, Mirthe, en dat is voor de vissen, die willen lucht happen, en voor de eenden, die willen drinken.”

“Oma, pas op, de slede gaat schuin!

We glijden naar het water!”

“Neen, Siene, ik pas wel op!”

“Oma, kijk hoe mooi de lucht is!”

“Ja, kijk maar goed, het gaat nog meer sneeuwen”.

…is thuiskomen, bij opa die staat uit te kijken bij het tuinhek, en dan samen de beelden in de kribbe zetten:

“Oma, vertel nog eens het verhaal van Jezus”?

“Pak het boek maar Mirthe”

“’Kerstmis in de stal’, Astrid L-i-n-d-g-r-e-n”

“Dat is Astrid Lindgren van Lotta en van Pippi Langkous, Siene.

Kom, luister maar mee.”

…is daarna samen de kerstboom versieren

“Kijk! Een koffiekannetje!En een pijp!  Opa, zijn die ballen héél oud?”

“Héél héél oud! Ouder dan oma en opa.

Van opa’s mama en van oma’s mama, voorzichtig!”

“Dag mezelf in de bal!”

“Dag Fran, en dag mezelf!”

En daarna is het tijd voor ketnet op TV  :)

Ik wens iedereen zulke intense ervaringen toe in 2010.

Al is het maar voor heel even, maar het liefst voor een heel jaar lang.

Jet

  • email
  • Print
  • RSS
  • PDF
  • Netvibes
  • del.icio.us
  • Digg
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • LinkedIn
  • MySpace
  • Twitter
  • NuJIJ
  • eKudos

Meer Kate DiCamillo

16/12/2009

Edward

Voor wie even onder de indruk is van Kate DiCamillo’s nieuwe boek als Jet en ik, nog een tip, die ik eerder elders publiceerde:

Hoe gaat een porseleinen konijn dood?
Kan een porseleinen konijn verdrinken?
Heb ik mijn hoed nog op?
Dat waren de vragen die bij Edward opkwamen toen hij door de lucht vloog, boven de blauwe zee. De zon stond hoog aan de hemel, en Edward hoorde Abilene roepen. Haar stem leek van heel ver weg te komen.
‘Eédwáárd!’ schreeuwde ze, ‘kom terug!’
Kom terug! Bespottelijk om dat te roepen, dacht Edward.

(Kate DiCamillo, De wonderbaarlijke reis van Edward Tulane)

Soms is een boek zo indrukwekkend, laat het je zo ademloos achter dat je meer wilt, meer van dat, meer van die auteur. Despereaux of het verhaal van een muis, een prinses, een schoteltje soep en een klosje garen van Kate DiCamillo was zo’n boek. Overdonderd was ik.
Nu is er De wonderbaarlijke reis van Edward Tulane, de nieuwe DiCamillo. Het boek ziet er prachtig uit, een cover waar een warme gloed van uitgaat, en fijne, klassieke potloodtekeningen die het iets ouderwets, iets nostalgisch geven. Ik begin te lezen, en voor ik het weet, heeft ook dit verhaal me stevig in zijn greep. Helemaal anders dan Despereaux, maar even prachtig, even indrukwekkend.
Edward Tulane, het hoofdpersonage is een porseleinen konijn. IJdel is, en zijn hart is even koud en hard als het materiaal waaruit hij gemaakt wordt. In al zijn arrogantie en liefdeloosheid is hij bepaald onuitstaanbaar. Hij wordt aanbeden door Abilene, het meisje van wie hij de knuffel is, een adoratie die hij zich graag laat welgevallen. Maar plots valt hij zomaar ineens uit zijn kleine paradijs. Weg is Abilene, weg is haar liefde, weg haar aanbidding.
Voor het harteloze konijn begint een lange, lange reis, die hem van eigenaar naar eigenaar brengt. Elke keer wordt er van hem gehouden, elke keer moet hij de mensen die hem liefhebben weer achterlaten. Het zijn lessen in afscheid nemen, maar meer nog in voelen. Liefde voelen. Beetje bij beetje dringt het tot Edward door dat je ook met een hart van porselein kunt leren wat liefde is.
Een klassiek verhaal? Zonder meer! Een kinderboek met een boodschap? Zonder enige twijfel! Een ouderwets aandoend verhaal dat wel gemaakt voor dit donkere seizoen waarin liefde en goedheid het altijd wel goed doen? Zeker weten! Maar zo mooi, zo verrukkelijk mooi. Dat komt door het immense verteltalent van Kate DiCamillo, dat net zoals bij Despereaux bijna van de pagina’s spat. Anders dan in haar barokke muizenverhaal doet ze dat heel sober, heel ingehouden, en toch meeslepend. Geen woord staat er te veel, maar wat er staat, drijft je verder.
De wonderbaarlijke reis van Edward Tulane, met zijn eerst zo onuitstaanbare verwende, maar dan zo aandoenlijke konijn, heeft zich al meteen een weg naar mijn hart gebaand. Van een zeldzame schoonheid!

  • email
  • Print
  • RSS
  • PDF
  • Netvibes
  • del.icio.us
  • Digg
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • LinkedIn
  • MySpace
  • Twitter
  • NuJIJ
  • eKudos

Over lezen: Literatuur zonder leeftijd, najaar 2009

14/12/2009

LZL cover

Ook van Literatuur zonder leeftijd is een nieuw nummer verschenen, dat naar aanleiding van het Tilburgse symposium (27 januari 2010) met een aantal artikelen over ´meisjes, jongens, lezen en (jeugd)literatuur´komt.

Het nummer opent met ´Boys will be boys?: Nieuwe prinsen voor nieuwe sprookjes´, waarin Tine Verachten Assepoes van Pamela Koevoets en Zwart als inkt van Wim Hofman vergelijkt. Beiden maakten heel nieuwe verhalen rond de prinsen, verhalen die, zoals uit de analyse blijkt, opvallende gelijkenissen vertonen.

Chicklit, maar ook de Mini Chick en de Teen Chick, zijn het onderwerp van het Eefje Buenens artikel ´Herkenbare verhalen in een roze jasje’.

Marjoke Rietveld-van Wingerden onderzoekt in ´Kneedbare meisjes en weetgierige jongens´ seksespecifieke Nederlandse jeugdtijdschriften.  

Jürgen Peeters analyseert in ´Strong girls in de contemporaine Vlaamse adolescentenroman zeven oorspronkelijk Vlaamse adolescentenromans waarin meisjes de hoofdrol spelen: evolueert de hedendaagse Vlaamse adolescentenroman tot een vernieuwende en uitdagende cross-overroman, of blijven allerhande al dan niet maatschappelijk gerelateerde problemen deel uitmaken van deze romans?

Jongensboeken van vroeger vormen het onderwerp van Gerard de Vriends artikel ´Uitverkoren, deugdzame en vlegelachtige jongens´.

Het jongensboek van nu staat dan weer centraal in de bijdrage van Thomas de Veen. Hij bekeek actuele jongensboeken(series) van Charlie Higson, Anthony Horowitz, Eoin Colfer, Joshua Mowll en Kevin Brooks.

In ´Heldinnen met een beroep´ betoogt Bea Ros dat het stereotiepe beeld van het vooroorlogse meisjesboek - dat de plot geheel draait om de (zoektocht naar de) liefde – niet op blijkt te gaan voor het serieuze meisjesboek. 

Lien Fret onderzocht de genderrollen die personages toebedeeld krijgen in twee jeugdromans van Anne Provoost: De Roos en het Zwijn en De arkvaarders.

Ten slotte is in dit nummer ook de  tekst van de afscheidsrede door prof. dr. Harry Bekkering te lezen, die in juni 2009 met emeritaat ging. Bea Ros sprak met hem over zijn leesherinneringen, klassieke kinderboeken zijn benadering van jeugdliteratuur en onbewoonde eilanden.

  • email
  • Print
  • RSS
  • PDF
  • Netvibes
  • del.icio.us
  • Digg
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • LinkedIn
  • MySpace
  • Twitter
  • NuJIJ
  • eKudos

Wat moeten we met de laatste Gaudesaboos?

13/12/2009

Pieter Gaudesaboos heeft samen met Lorraine Francis twee nieuwe prentenboeken gemaakt. Twee boeken rond een nieuw personage: Mannetje Koek. Perfect afzonderlijk te lezen, maar toch zijn de twee met elkaar verbonden. Wil je het volgens de regel doen, dan lees je eerst Mannetje Koek schrijft een boek en daarna Het boek van Mannetje Koek. Dat laatste is alleszins het meest toegankelijke en lijkt ook voor de jongste kleuters geschreven. Het is even wennen aan de personages, die louter voorwerpen zijn, mannetje koekzoals een koek, een kastanje, een schaal met erwtjes (die op zich een eenheid is, maar ook weer een hoeveelheid, want elk erwtje lijkt ook afzonderlijk een personage te zijn) of een bolletje kaas. Die keuze is niet echt functioneel, maar best wel grappig. Het hoofdpersonage Mannetje Koek viert zijn verjaardag. Voor de rest steunt dit prentenboek op bekende formules. Herhaling, zo komt er na elke dubbele pagina een nieuwe gast, die een cadeau meebrengt. Nieuwsgierigheid opwekkend, want op het einde van elke dubbele pagina wordt de vraag gesteld wie er nu aan de deur zou staan. Wie goed kijkt kan het silhouet van de nieuwe gast al achter het raam herkennen. En ondertussen groeit het aantal personages in de zetel van Mannetje Koek.

Mannetje Koek schrijft een boek vraagt heel wat meer van de lezer. Voor oudere kleuters ook, lijkt mij. Mannetje Koek is jarig, zijn vrienden willen hem bezoeken, maar Mannetje Koek heeft geen tijd. Hij schrijft een boek over zijn leven. De vrienden, die bang zijn dat er genante details over hun leven in het boek zullen voorkomen, besluiten ’s nachts Mannetje Koeks huis binnen te dringen en de pagina’s over henzelf uit te scheuren. Maar het mannetje koek schrijft een boekboek loopt weg, komt onderweg weer andere personages tegen die erin willen lezen, waardoor het boek letters verliest. Het verhaal maakt te veel bochten en is vaak te ver gezocht voor een kind van vijf en zelfs ouder. Het lijkt alsof Gaudesaboos en Francis van twee verhaallijnen hebben willen samensmelten. Net zoals het eerste lijkt dit boek me ook wat te abstract. Daartegenover staat dan wel dat de beeldtaal magistraal is uitgewerkt, met heel veel te ontdekken in de kleinste details. Ongelooflijk bijvoorbeeld hoe heel het verhaal op de achterflap in één enkel schema wordt weergegeven. Heel moeilijk om dit boek te beoordelen.

Pieter Gaudesaboos houdt ervan grenzen te doorbreken. Het is duidelijk dat hij zowat carte blanche krijgt van zijn uitgeverij. Maar misschien zou het eens niet slecht zijn als er binnen Lannoo toch eens iemand zou zeggen dat hij zijn doelgroep niet uit het oog mag verliezen. Gelaagdheid maakt van kinderboeken heerlijke boeken, maar voorwaarde blijft wel dat de basislaag voldoende dik moet zijn.
Ik weet het, dat zeg ik niet vaak…
  • email
  • Print
  • RSS
  • PDF
  • Netvibes
  • del.icio.us
  • Digg
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • LinkedIn
  • MySpace
  • Twitter
  • NuJIJ
  • eKudos