A neverending story
Groot met een hart voor kinderboeken: hoe kom jij aan je passie voor kinderboeken?
Ik was kind in de jaren 50.
Een grote boekenkeuze was er niet, maar ik had een inwonende grootvader vol verhalen. Hij vertelde de volkssprookjes van Grimm, zonder boek, maar even beeldrijk als Henri van Daele en Jacques Vriens nu.
Op de zolderkamer van mijn broers ontdekte ik de prenten bij al die verhalen.
Daar lagen het plakboek van Gullivers reizen, verzameld met de prentjes van de chocolade, Kabouters in de stad van Lode Cantens, Prutskes vertelselboek van Stijn Streuvels met de prenten van Gerard Baksteen en de bijbel van mijn moeder, prachtig geïllustreerd door Gustaaf Doré.
Mijn moeder en mijn dooppeter zorgden met kerst en verjaardagen voor de rest: de eerste pop-upboeken (verzamelaars, ik heb ze nog!!) meisjesverhalen over Pitty of Jet, en dan, o ontdekking, de prismareeks en vooral de Jeroenboeken van Daan Zonderland!
Ik was puber in de jaren 60.
Ik ontdekte de Davidsfondsbibliotheek van mijn vader waar prompt de Walschaps en andere verboden boeken uit verdwenen.
Van adolescentenliteratuur was geen sprake, maar gedreven leraars zetten mij op weg.
Naar Le grand Meaulnes van Alain Fournier, Le Petit Prince van de Saint-Exupéry en De kleine Johannes van Frederik van Eeden.
En naar zoveel poëzie en verhalen.
Ik stapte het onderwijs in, huwde, kreeg kinderen. In een huis vol literatuur voor volwassenen.
Ik ging interviewen, voor Moritoen. Literatuur voor en door volwassenen. Lampo, Boni, Spillebeen, Van Paemel, De Coninck, Möring, Ruebsamen en tientallen anderen, …..mijn wereld groeide 20 jaar lang en bleef groeien.
In Brugge hielp ik de boekenkelder van de Oxfamwinkel inrichten.
Dozen en dozen titels passeerden mijn handen, vooral van feministische uitgeverijen, maar ook kinderboeken van een mij nog onbekend fonds: Infodok.
En plots waren ze daar weer: de Daan Zonderlands en strips van Tom Poes.
Mijn kinderen werden bedolven onder de Lindgrens, de Schmidts, de Roald Dahls, de Tonke Dragts enzovoort enzoverder…De adolescenten op school ontdekten samen met mij de reeksen van Lemniscaat en Lannoo…
Ik ging recenseren en voordrachten geven, stapte in jury’s en zocht gelijkgestemden. In Gent, in dat magische jaar 1981, bij Jos Brabants en zijn piepjonge KJJ. Er was geen halve vraag nodig om mee op de boot te springen. En 25 jaar lang met volle vaart mee te sturen.
De liefde voor de ‘volwassenen’ literatuur bleef al die jaren overeind. Met een zwak voor Leon de Winter, Jan Siebelinck, Anna Enqvist, Marcel Möring, Erwin Mortier, Kader Abdollah, de poëzie van Bernard Dewulf, Jozef Deleu, Esther Jansma, Charles Ducal en al die anderen.
En zo werd en is mijn leven een ton vol boeken en verhalen. Ook voor anderen, nu mijn kleinkinderen bijvoorbeeld.
A neverending story…
Jet






Hou verzamelaars buiten de deur Jet… nooit weg doen die pop-upboeken. En wel? Bel mij!
Je staat als eerste op mijn lijst, Jan. Maar ik ben zelf in dat boekenbedje ziek…