Lezen toen en nu …
Groot met een hart voor kinderboeken: hoe kom jij aan je passie voor kinderboeken?
“Het is al erg genoeg als ouders gewone kinderen behandelen alsof het korstjes en eksterogen zijn, maar op een of andere manier wordt het nog veel erger wanneer het kind buitengewoon is en daarmee bedoel ik: extra gevoelig en briljant“ (Uit: R. Dahl Matilda)
Van dit eerste hoofdstuk van Roald Dahl heb ik zo zitten genieten terwijl ik het las. Ik ontdekte het pas in de lerarenopleiding: een jeugdboek dat zowel volwassenen als kinderen grappig vonden, een verhaal dat we elk vanuit onze eigen ervaring konden lezen. De griezels met hun vreselijke plannetjes voor elkaar, Joris en de geheimzinnige toverdrank met zijn slimme ideeën om zijn afschuwelijke oma uit de weg te ruimen… Ik verslond ze één voor één.
Roald Dahl zou naar Heverlee komen voor een tentoonstelling rond zijn boeken, maar overleed dat jaar. Zo jammer dat ik hem niet meer kon ontmoeten.
De boeken waar ik zelf mee opgroeide, zo’n twintig jaar daarvoor, waren heel anders. Ik greep wel eens naar een nieuwe “ Olijke tweeling “ (“Ellis en Thelma”) of een ander meisjesboek zoals “De dolle tweeling,” “Pitty” -beide van Enid Blyton, gekend van haar reeks “De vijf”.
Merel, Annemieke, Katrien , Claudia… waren allemaal in reeksen met “wilde” avonturen.
Ik zat al in de humaniora toen ik Thea Beckman ontdekte en Jan Terlouw. Zijn “Briefgeheim” raakte me. Onlangs las ik Koning van Katoren nog een keer opnieuw. De zorg om het milieu, het opkijken naar en supporteren voor een eenvoudige jongen die op zijn geweldloze manier opkomt voor de natuur… ook mijn dochter las het boek nog steeds graag.
Ook de rage van de “probleemboeken” ging niet aan mij voorbij, al liet ik al die belerende miserie wel snel achter me.
In mijn contact met de ‘grote literatuur’ kwam ik naast tal van Vlaamse schrijvers ook John Irving tegen.
Lezen hoorde bij de gezelligheid in huis. Samen met boeken in elkaars buurt, mijn moeder en oudere zus. ik las gewoon met hen mee .
Enkele jaren later, in mijn opleiding, kwam ik terug in contact met jeugdboeken. Door enthousiaste lectoren werd ik uitgedaagd om mijn verkenning verder te zetten. Nieuwsgierig naar hun ontdekkingen (stapeltjes boeken waaruit ze graag voorlazen), wilde ik zelf op verkenningstocht. De verhalen hadden intussen aan maturiteit gewonnen en het genre liet zich minder in het minderwaardige verdomhoekje duwen.
De lijn tussen jeugd- en volwassenliteratuur wordt erg dun. Mijn leeshonger laat zich niet inperken tot een doelgroep. Bart Moeyaert, Floortje Zwigtman, Aidan Chambers, Jan Simoen, Edward van de Vendel bieden een literaire kwaliteit die een ruimer lezerspubliek verdient.
Marina Waterschoot

De olijke tweeling, De dolle tweeling, Pitty, De vijf,.. pure nostalgie!
Ondanks deze misschien niet meteen hoogstaande literatuur in mijn verleden is de liefde voor kinderboeken gebleven. Vandaag ga ik voor kwaliteit.