Duivendrop
Ik leg zo pas Druivendrop van Dirk Weber neer. Om het dan weer vast te nemen en opnieuw te bladeren.
Kort verteld: De 11-jarige Alexander is toevallig met zijn ouders (moeder is waarschijnlijk Indische, vader is een duivenmelker) in een veel te deftige buurt komen wonen. Zijn moeder staat er op dat hij ‘deftig’ wordt en dus geeft de buurvrouw hem, in ruil voor klusjes, les in ‘tafelmanieren’. Door zijn duif, Blanche, ontdekt Alexander achter de muur van een oude kazerne een leeftijdsgenoot, Jubes. Ze leren mekaar in het geniep beter kennen. Jubes leidt Alexander binnen in een gesloten christelijke gemeenschap, die in hun ‘Ark’ beschutting zoekt voor de boze buitenwereld. Maar nieuwsgierige Jubes vraagt Alexander om ’spion’ te spelen in die buitenwereld… en dat laat Alexander dan weer uit zijn brave cocon breken.
Mooi en pakkend. Mooi hoe Weber in zijn stijl, in korte hoofdstukken en afgemeten zinsbouw de gedachten en daden van de 11-jarige Alexander volgt. En hoe de uitgever de lay- out aanpaste! Je blijft als volwassene ook nadenken over alle draadjes, motieven en symbolen in dit verhaal. De duif bijvoorbeeld, als go -between, als boodschapper van een ‘veilige’ buitenwereld en als vrijheidssymbool.
Ik zie het allemaal als volwassene, ik vind het prachtig verwerkt, maar dan maak ik weer die bedenking: mag het hier en daar toch niet wat explicieter als toegifte aan de jonge lezer? Een korte toevoeging over de Ark en de duif bijvoorbeeld? Zou dat het literaire gehalte zo schaden? Of zet zo’n voorzet jonge lezers niet net op weg?
Discussie hierover kan maar weer eens geopend worden.
Jet
3 maart 2008 om 18:33 :
mooi, dit initiatief! staat bij mijn ‘favorieten’.
met vriendelijke groet
jaak
3 maart 2008 om 23:16 :
Interessante vraag, Jet.
Laat ik het meteen zeggen: ik heb Duivendrop nog niet gelezen, daar kan ik dus weinig over zeggen.Maar het is een veel ruimere vraag, natuurlijk.
Volgens mij heeft het er vooral mee te maken hoe een auteur dat dan doet. Je praat over een voorzet. Een klein voorzetje geven, een begin van een uitleg zo in het verhaal integreren dat het heel natuurlijk overkomt, is niet makkelijk. Een kleine voorzet is, integendeel, een kunst. De praktijk lijkt te suggereren dat het al gauw uitleggerig, of gekunsteld wordt. En dan doet het, inderdaad, afbreuk aan het literaire gehalte. Vind ik.
Een andere vraag is natuurlijk: móét het dan? Neen toch. Literatuur is net zo goed wat niet gezegd wordt als wat wel gezegd wordt. Literatuur, ook kinderliteratuur, lees je evengoed tussen als in de regels. Dat is iets wat je als lezer leert. Je leert het terwijl je leest. Van lezen ga je groeien als lezer. Aidan Chambers zei daarover een tijdje geleden nog: je groeit vooral van datgene wat eigenlijk nog net buiten je bereik ligt, wat je nog net niet helemaal kent.
Is het erg dat een jonge lezer ondertussen niet alle draadjes, motieven, symbolen meepikt? Neen toch. Twee jaar geleden, het was rond deze tijd, ik herinner het me nog precies omdat mijn buik bol stond van verwachting, las ik This Is All van Aidan Chambers. Ik vond het een prachtig boek, met een verhaal dat me naar adem deed happen, een bijzonder rijk verhaal ook, dat bovendien op een erg knappe manier was opgebouwd. Anderhalf jaar later las ik het opnieuw en zag ik vanalles wat ik die eerste keer niet had gezien. Toch was ook die eerste keer een erg aangename leeservaring.
4 maart 2008 om 08:16 :
Dag Karin,
Laat me dit eerst duidelijk stellen: mijn vraag gaat inderdaad niet meer over Duivendrop. Ik vind dit een goed, mooi (in de betekenis die jij er in je laatste stukje aan geeft) en ook toegankelijk boek. Maar het gaat wel om de vraag in hoeverre je de jonge lezers, voor wie literatuur een braak terrein is, op weg kan helpen. Ik ben zelf altijd op zoek naar die voorzet, die niet uitleggerig wordt. Uit respect voor die jonge lezer, die het ook niet allemaal uit het niets kan halen….Voorzetten zoals Joke van Leeuwen die kan geven, of Sylvia Vanden Heede in Vos en Haas en de dief van Iek. Dan heb ik het zeker niet over morele voorzetten, god beware me, die tijd hebben we wel gehad. Hoewel, geloof het of niet, hier maakt Weber in Duivendrop net wel een uitschuiver. Hij laat Alexander zich expliciet afvragen of hij niet net als Jubes een gevangene van regeltjes is. Regeltjes van zijn moeder dan..Dat hoefde nu net niet, dat hadden de toon en het verloop van het verhaal al wel duidelijk gemaakt!
Wie veel leest, groeit. Volledig akkoord. En kinderen gaan niet er niet dood van dat ze alle draadjes etc nog niet meepikken. Neen, maar ze leggen wel het boek opzij en geloof me, ze lezen het na een aantal jaar niet meer opnieuw, omdat ze iets gemist hebben. Jammer toch? Dat moeten we toch ook onder ogen durven zien?
Ik weet dat ik nu advocaat van de duivel speel, maar dat komt omdat ik als recensent altijd op zoek ben naar dat evenwicht tussen literatuur en toegankelijkheid. Zoals Dirk Weber die bijna gevonden heeft.
Evengoed vrienden in de literatuur, Jet
4 maart 2008 om 20:24 :
Hallo,
ik ben het eens met jullie beiden, Jet en Karin. Maar! “ze leggen wel het boek opzij en geloof me, ze lezen het na een aantal jaar niet meer opnieuw, omdat ze iets gemist hebben”… Daar kan ik het NIET mee eens zijn. Zelf heb ik OOK als kind een boek weggelegd omdat ik het niet goed vond (de zomer van dat jaar), en dat heb ik een aantal jaar later wél opnieuw gelezen. Ook nog toen ik nog “jeugd” was. En ook: het ene kind is toch het andere niet? Daarom is de vraag die nu bijna standaard opduikt in de KJV: “Zou je het boek lezen als het niet op de lijst stond?” zo waardevol. Soms is het antwoord: “Neuh!”, maar andere keren vinden ze het juist verrijkend, de juryleden, omdat het een “ander” soort boek is, eentje dat ze niet gewend zijn. En dan vinden ze dat wél (of ook niet, en daar is inderdaad niets mis mee, Astrid Lindgren indachtig) goed.
5 maart 2008 om 11:15 :
Dag Katrien,
Natuurlijk akkoord, maar het was misschien net de KJV die je op weg hielp om
het bewuste boek later toch nog eens ter hand te nemen.
Indien dat zo was, dan hebben we met de KJV een deel van ons doel van 1981
bereikt: alle genres en verschillende soorten boeken in de kijker plaatsen.
Zo vorm je kritische lezers natuurlijk, en lezers die later een weggelegd
boek nog eens opnieuw lezen.
Maar, Katrien, zoveel gebeurt dat echt niet. Als tiener en puber krijg je
ieder jaar zo’n groot nieuw aanbod én een nieuw lijstje van de KJV + eentje
op school. Blijft er voor hen dan nog tijd om te her- lezen?
Daarom blijf ik er bij: auteurs, bewaar aub. het evenwicht tussen de
literatuur (originaliteit, stijl, karakters, bezieling…ik hoef het je niet
te vertellen) en de toegankelijkheid !!! Betuttel je lezers niet, maar
ontmoedig ze evenmin!!!
In boekenvriendschap,
Jet
5 maart 2008 om 11:36 :
Katrien,
Is het niet zo dat als je een boek een tijd later weer oppakt, daar toch altijd wel een extra reden voor is? Omdat, zoals Jet zegt, het ‘moet’ voor een of andere lijst? Of omdat het je werd aangeraden door iemand op wiens oordeel je eigenlijk toch wel vertrouwt en je het dus nog een keer wilt proberen? Omdat je er opnieuw iets over leest?
Ik denk toch ook dat de meeste boeken die je opzijlegt, ook opzij blijven liggen…
Jet,
Niet alleen het boek kan een voorzet geven. Ik vraag me zelfs af of de groep jonge lezers die helemaal op hun eentje die weg naar de Literatuur afleggen, geholpen door de boeken, groot is. Hebben we de meesten onder ons niet net veel gehad aan bezielende leerkrachten, enthousiaste boekenvrienden,…? Ik denk dat het gesprek over boeken minstens even belangrijk is, zo niet belangrijker. Het gesprek met die ander, met andere inzichten, andere ervaringen, waardoor iets wat nog net niet in je bereik lag, plotseling wel bereikbaar wordt. Daarom is de KJV zo waardevol, daarom zijn leerkrachten die het leesvirus weten over te brengen, zo belangrijk.
5 maart 2008 om 12:26 :
Zo is het Karin. Chambers knikt vanuit zijn cirkel mee! Jet
5 maart 2008 om 18:56 :
Hoi! Toch even voor de duidelijkheid: (zooo boeiend, deze blog, heerlijk!) Ik ben als volwassen lezer in de KJV gerold, vanuit de gedachte dat ik “altijd al iets met kinderboeken wilde gaan doen, maar er nog nooit de weg naar vond, behalve ze lezen”. Ik ben nooit jurylid geweest. Grappig hé? Daarom ook mijn stukje en de vraag “hoe kom jij aan je interesse voor jeugdboeken?” Dat weet ik niet. Echt niet. “De Zomer van dat jaar” kwam later omdat ik meer leeservaring kreeg. Denk ik. Euh… Ik geloof dat ik alles samen nog geen vier jaar KJV doe…:-)
5 maart 2008 om 20:09 :
(Deze vraag tracht ik verder te beantwoorden op mijn blogje: reacties daar zijn ook altijd welkom…!)
23 mei 2008 om 05:59 :
Ik heb het boek bijna uitglezen. Volgend jaar zal ik dit boek (in het kader van de Nederlandse Kinder Jury) op scholen uitdelen om te laten lezen door kinderen. Zij mogen het dan natuurlijk beoordelen. Ik ben zeer benieuwd! Het boek is toegankelijk geschreven, maar dat wil niet zeggen dat het makkelijk is. Ik denk dat het uiteindelijk een boek is voor de ‘betere lezer’.
Ik heb zelf wel genoten, het is een boek dat je bij blijft (en dat willen we toch?).