Van mooi naar goed
In De Standaard van vandaag besteedt de redactrice cultuur aandacht aan de verkiezing van het Allermooiste Kinderboek. Ze doet dat met een opmerkelijk artikel. ‘Liever mooi dan goed’ heet het. Opmerkelijk vanwege twee hypothesen.
De eerste formuleert ze expliciet. Een lezer gaat van mooi naar goed. Een kind vindt een boek mooi (of niet), goed, dat komt pas later. En dat goed heeft te maken met kennis, ervaring en… snobisme. Snobisme godbetert. Ik vind het op zijn zachtst gezegd een opmerkelijke redenering. De snob van vandaag is niet te herkennen aan zijn merkkleding, neen, vraag hem naar wat hij van een boek vindt, en hij zal antwoorden dat het een goed boek is.
Van lezen ga je groeien als lezer. Je leeservaring groeit, je bouwt kennis op over hoe boeken functioneren. Al wat je vroeger gelezen hebt, kleurt mee hoe je nu leest. Hoe je naar het boek dat je nu in je handen hebt kijkt. Als je al veel gelezen hebt, als je een ruime leeservaring hebt opgebouwd, is de kans groot dat je, bij de vraag wat je van een boek vindt, niet blijft steken bij ‘mooi’, of ‘goed’ – want wat is uiteindelijk het verschil – maar ook ziet waarom je dat vindt. (De kans dat je dat bent gaan zien, wordt nog groter als je het geluk hebt gehad met anderen over je leeservaringen te kunnen praten. Vertel eens, inderdaad. Maar dit terzijde.) Dat je de kwaliteiten van het boek in kwestie ziet. Herkent. En daar komt natuurlijk het snobisme van de cultuurredactrice vandaan. Het is niet in om te gaan onderscheiden op basis van Kwaliteit. De snob van vandaag is niet hij die op de vraag wat hij van een boek vindt ‘goed’ antwoordt, maar hij die ‘erg mooi want’ zegt en van wal steekt. De ergste snob is hij die antwoordt: ‘Echt niet goed want.’ Dat is snobisme in het kwadraat, onvergeeflijk.
Dat is natuurlijk populistische onzin. Als een jury Aagje Vanwalleghem beoordeelt op haar turnkwaliteiten en daarmee een ander, genuanceerder, kritischer oordeelt velt dan de verzamelde televisiekijkers, haalt ook niemand het in zijn hoofd om die jury snobistisch te noemen. (Tenzij het een buitenlandse jury is en de score laag uitvalt, maar dat is weer een ander verhaal, dat heet chauvinisme.)
Twee opmerkelijke hypothesen, schreef ik. De tweede is implicieter maar zowat het hele artikel is ervan doordrongen. De grote tegenstelling tussen mooi = leesplezier versus goed = ‘wat ouders, grootouders en leraars’ – die ‘meestal wat huiverig (staan) tegenover boeken die vooral leesplezier beloven’ – goed vinden. Wat een vreemde, zij het zeer vaak voorkomende gedachte. Je zou bijna denken alsof de auteur wat huiverig staat tegenover boeken die meer beloven dan instantaan leesplezier. Maar meer betekent niet dat het leesplezier verdwijnt, integendeel. En dat kunnen veel lezers, jonge én oude, je vertellen.








Jammer dat het artikel uit De Standaard niet gratis te lezen is – ik wil hier wel graag op reageren, maar het lijkt me niet fair om van wal te steken zonder het oorspronkelijke artikel te hebben gelezen…
Over “mooi” en “goed” wist zekere Bram Vermeulen het beter. Ik verwijs schaamteloos naar mijn eigen blog voor meer uitleg: http://tigerr.wordpress.com/2005/08/21/de-schaal-van-geen-oordeel/.
Maar alles begint bij bewust kiezen, en leren bewust te kiezen.
Maar Bram Vermeulen kunnen ze bij de Standaard niet meer vragen als redacteur cultuur natuurlijk ;-)
Leren bewust te kiezen: dat is o zo waar wat je zegt.