Een boekenmaaltijd
Mooi!
mooi?
Mmmmm mooi…
Of een boek in dit stuk al dan niet “mooi” is, laat ik in het midden…
Een lekkere boekenmaaltijd bestaat voor mij uit verschillende gangen, en kan van alles bevatten. Heel verschillende dingen. Dat houdt een mens gezond. Soms heb ik geen zin om gezond te eten, en eet ik weleens een broodje. Snoepen? Ook. Soms. Ik geloof dat dat voor mijn boekensmaak ook telt. Broodjes? Ja hoor: De Griezelbus-boeken van Paul van Loon, wanneer ik geen zin heb om iets anders te lezen. Pieter Aspe’s thrillers zitten daar ook onder. Leuke complexloze boeken, wel nog even in je mond nemen en stukbijten voor je kunt doorslikken. Kunnen ook tot zoetigheden gerekend worden. Enkel doorslikken is niet leuk. Meestal zijn deze boeken een en al ergernis, trouwens. Net als appelmoes en rodekool. Boeken met taalfouten erin, of onlogische elementen. Voor uitgebalanceerde maaltijden komen in aanmerking: Boeken waarbij je iets leest, en je daarin herkent. Om wat je leest. Omdat ze méér zeggen dan dat er geschreven staat. Bart Moeyaert’s boeken horen daarbij. Paul van Loon’s boeken en Pieter Aspe’s boeken worden door mij ook wel als “toffe boeken” omschreven. Harry Potter hoort daar ook bij. De boeken van Bart Moeyaert zijn al “goede” boeken. Je gaat ervan nadenken, de personageschetsen houden je een spiegel voor. Je proeft de juiste taal, elke zin zit juist. Sommige boeken voor eerste lezers horen daar wat mij betreft ook bij, Wat Wim Vromant doet in zijn boeken voor eerste lezers: briljant. Zelf let ik al lang niet meer op een leeftijdsaanduiding. Ik denk weleens: hoera! Het is een zeven+ label! (Dus dan kan ik het zéker lezen) Delicatessen? Op eetgebied heb ik er niet veel, eigenlijk. Misschien kan ik veel prentenboeken daaronder rekenen: Werk van Klaas Verplancke. Geert De Kockere, (soms), Wolf Erlbruch. Om er maar een paar te noemen: boeken waarbij ik niet alleen woorden lees, maar ook de prenten “lees”, omdat ze binnen de tekst een eigen verhaal vertellen. Of een tekst mooi mee begeleiden. Mooi? Wanneer een verhaal zo loopt dat alle elementen samen komen, of tot herkenning leidt. Geloof ik. Wanneer ik één “mooi” boek zou noemen, geloof ik dat ik uitkom bij Wolf Erlbrüch’s “De Eend, de dood en de tulp. Een boek waarbij je zowaar sympathie zou krijgen voor de dood.
Misschien heel kort gezegd: wanneer een boek mij kan verrassen, is het een goed boek. Als het soms onverwachte hoeken en kantjes heeft. Dikke turven, waar zowaar wél prenten in zitten! (Niels Holgerson, geïllustreerd door Anton Pieck, om er eentje te noemen.) Korte verhaaltjes als die in de bundel over “Kikker en Pad” van Arnold Lobel.

Ik heb genoten van “Van AA tot Zee” van Geert De Kockere.
Mooie vergelijking. Wat wel het grote probleem is, is dat op dit ogenblik bijna de hele boekenmarkt (en zeg maar gerust kindercultuurmarkt) overstelpt wordt met zoetigheden. ‘Entertainmentfabrieken’ als Studio 100 zijn daar niet onschuldig aan. Jammer genoeg beginnen ook gerenomeerde uitgeverijen mee te lopen. Zelfs bij Querido vind je nu al roze glitterboekjes voor meisjes. Hoe kunnen we op die manier kinderen nog warm maken voor gezonde maaltijden?
Dát Stefan is een vraag die me erg bezighoudt. Maar ik wil ook niet te cultuurpessimistisch worden. Ik probeer te kijken naar het moois dat verschijnt (en inderdaad nog steeds verschijnt!) en probeer (mijn en andere) kinderen én volwassenen daar warm voor te maken.
Dag Stefan, wat jij zegt, is ook wat mij opvalt, vandaar waarschijnlijk (ook) mijn stuk. Ik merk ook dat veel mensen alleen nog de zoetigheid kennen, en mensen die ik ken probeer ik ook de “gezonde” boeken aan te bevelen, veelal vinden die mensen dat achteraf wel heel fijn.
Of hoe de Mega-Mindy-strip, de Plop-boekjes, Piet Piraat-verhaaltjes, Hopla computerboekjes op de breedste lopende band geproduceerd worden. Het lijkt wel of echte originaliteiten langs de net niet afgedankte boekbinder, haast op eigen kracht, de smalle weg naar de juiste boekenplank moeten vinden…