Boeken

Nieuwe en minder nieuwe kinderboeken, warm aanbevolen (of net niet).

Nieuws

Het reilen en zeilen in de wereld van het kinderboek en de leesbevordering.

Ons gedacht

Onze mening over wat er gebeurt in de kinderboekenwereld, genuanceerd én ongezouten.

Elders gelezen

Lezenswaardige artikelen, opmerkelijke websites, kortom: alles wat u gezien moet hebben.

Extra

Wedstrijden, oproepen, leuke wetenswaardigheden, en meer ditjes en datjes.

Home » Ons gedacht

Schijnbaar zo gewoon

Door op 11/03/2008 – 10:5712 reacties

Mooi?
Mooi!
Mmmmmm mooi…
Of net niet?

Ik lees wat de andere bloggers schrijven over wat een boek mooi maakt voor hen. Het prikkelt me om door te denken over mijn eigen inzichten, mijn eigen aanvoelen, mijn eigen antwoord. En hoe mee voorbeelden van mooie, van erg mooie, van onwaarschijnlijk mooie boeken er door mijn hoofd schieten, hoe meer het me opvalt. Potloodstreepjes in de marge. Al die mooie, erg mooie, onwaarschijnlijk mooie boeken hebben potloodstreepjes in de marge. Vaak hebben ze veel potloodstreepjes. Bij mooie woorden, mooie zinnen, mooi uitgedrukte gedachten.
Pak mij met je woorden in, verleid me met je stijl.
En dan denk ik aan de prijs die zondag in Den Haag werd uitgereikt. Toon Tellegen kreeg er, voor zijn gehele oeuvre, de Constantijn Huygensprijs. Ik ben erg blij met die prijs, want ik ben een groot liefhebber van de verhalen van Tellegen.
Waarom vind ik zijn dierenverhalen zo mooi, of zo knap als je wilt?
Het antwoord is niet makkelijk.
Heeft u al eens geprobeerd een dierenverhaal van Toon Tellegen na te vertellen aan iemand die er nog nooit een gelezen heeft? Nee? Wel, u hoeft het ook niet te doen, want het werkt niet. Uw toehoorder zal uw enthousiasme wellicht niet begrijpen.
Beter kunt u gewoon de dikke bundel Misschien wisten zij alles. 313 verhalen over de eekhoorn en de andere dieren openslaan en beginnen voorlezen en de onnavolgbare charme van de verhalen haar werk laten doen.
Die charme schuilt, voor mij, in de eerste plaats in de taal. Die lijkt heel erg gewoon, maar als je goed kijkt, merk je hoe Tellegen steeds precies het goede woord gebruikt. De vlieg die, ‘midden in de lucht’, tegen de mug aan vliegt, ‘was in gedachten verzonken’, de moeë tor is ‘dof en verschrompeld’. En wanneer de mier en de eekhoorn het beiden koud hebben, legt de eekhoorn zijn staart als een dekentje over de mier. De eekhoorn weet dat de mier niets heeft om over hem heen te leggen, en dan staat er:

Even later draaide de mier zich op zijn zij, onder de staart van de eekhoorn, en vroeg: ‘Heb jij het niet koud, eekhoorn?’
‘Nee,’ zei de eekhoorn en hij probeerde zo onopvallend mogelijk te rillen.

Hoeveel emotie zit er in die ’zo onopvallend mogelijke’ rilling van de eekhoorn.
In een van de verhalen kijken enkele  vissen naar de lucht, ‘naar de dorre lucht’. Wat een simpel woordje, dat dor, maar hoe precies – en wat een vondst om het hier te gebruiken.
Er is nog iets aan de hand met de taal van Tellegen. Ze is meestal loepzuiver. Door de heel precieze en vaak heel behoedzaam aandoende woordkeuze natuurlijk, maar ook doordat Tellegen heel spaarzaam is met zijn woorden. Hij ontdoet de taal van alle geruis om enkel de essentie over te houden. En net door die uitgepuurde taal kan Tellegen dat wonderlijke universum van hem voorstellen alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.

Zij maakten hun rug recht, en de potvis legde een vin op de schouder van de meeuw, terwijl de meeuw een vleugel om zijn middel sloeg.
Toen dansten zij, zwijgend en ernstig, op het maanovergoten strand, op de klanken van een langzame branding. Iedereen hield zijn adem in en dacht: zo is er nog nooit gedanst.

Op een keer had de egel zoveel spijt van zichzelf dat hij al zijn stekels uit zijn rug trok.

De eekhoorn en de olifant zaten in het gras aan de over van de rivier.
Het was zó warm dat de olifant smolt. Een grijs stroompje siepelde door het gras.
Ho, dacht de eekhoorn, hij moet niet in de rivier stromen, want dan weet ik het niet meer.
Hij maakte vlug een dammetje waartegen de olifant aan stroomde. Zacht klotsend lag hij daar onder de brandende zon.

Het zijn niet bepaald alledaagse gebeurtenissen, maar Toon Tellegen weerstaat aan de verleiding (al denk ik niet dat hij ooit in de verleiding is) om voor al dat vreemds naar woorden te zoeken die die bijzonderheid in de verf zetten. Integendeel. Alles wordt mogelijk doordat het als vanzelfsprekend verteld wordt, zelfs een nijlpaard dat op een dag besluit ‘om zich terug te trekken en in de lucht te gaan wonen’ en vervolgens van de mier en de eekhoorn de vijver cadeau krijgt want ‘volgens mij wil hij best weer eens zwemmen’:

Zij liepen naar de vijver en zetten hem met kroos en al op de rug van de eekhoorn.
‘Zit hij goed?’ vroeg de mier.
‘Ja,’ kreunde de eekhoorn.
‘Zullen we dan maar gaan?’ zei de mier.
Even later klommen zij langs de ladder omhoog, de eekhoorn met de vijver op zijn schouders en de mier voorop.
Het was een mooie dag en zij hoefden niet één wolk te passeren.
[...]
‘We hebben een cadeautje voor je!’ zei de mier.
Hij tilde de vijver van de rug van de eekhoorn en legde hem neer, niet ver van het krukje.
‘O!’ riep het nijlpaard. ‘De vijver!’ Hij krabbelde overeind, nam een aanloop en verdween meteen onder water.’

Ik weet niet hoe u het bovenstaande fragment leest, maar ik – die nochtans over het algemeen geen filmisch lezer ben – zie de mier en de eekhoorn naar boven klimmen, met die zware vijver op de rug van de eekhoorn. Ik zie hoe ze hem neerzetten, daarboven in de lucht, en hoe het nijlpaard rondjes zwemt. Geen moment denk ik: dat kan toch niet. Natuurlijk kan het, het staat er toch. En het staat er alsof het de normaalste zaak van de wereld is.
Ook de wonderlijke gedachten die zijn dieren waardoor de dieren voortdurend overvallen worden, gedijen op die schijnbaar eenvoudige, vanzelfsprekende formulering.

Er ging een gerucht door het bos dat de kikker de maan had opgegeten. In de eerste plaats was er al zeven nachten lang geen maan te zien geweest en in de tweede plaats was de kikker dikker dan ooit.

Ik ben ongelukkig, dacht de schildpad op een ochtend. Verbaasd trok hij zijn hoofd onder zijn schild en dacht: hoe kom ik dáár nou bij? Ben ík ongelukkig? Ik ben helemaal niet ongelukkig. Volgens mij ben ik juist heel gelukkig.

Emoties hebben geen grootse adjectieven of wijd uitwaaierende metaforen nodig. Op een keer miste de eekhoorn de mier hevig. Hij wist niet waarom, maar hij had dat gevoel tot in het puntje van zijn staart. 

Natuurlijk valt er nog veel meer te zeggen over de verhalen van Toon Tellegen. Natuurlijk zijn ze niet alleen mooi door de taal. Maar die maakt van elke zin wel een belevenis, een onvergetelijke leeservaring die mij, ook na zoveel bundels, nog doet zeggen: meer van dat!

12 reacties »

  • veerle zegt:

    Vele boeken hebben een goed verhaal, maar de écht wondermooie boeken zijn inderdaad die waar geen enkel woord teveel of verkeerd staat en daar zijn de verhalen van Toon Tellegen een prachtig voorbeeld van.
    Nog een boek dat ik onlangs las en waar volgens mij alle woorden perfect gekozen zijn is ‘Een raadsel voor Roosje’ van André Sollie.
    Dit soort boeken zijn ook die boeken die je telkens opnieuw kan lezen en telkens weer verrast wordt door de schoonheid ervan.

  • Hilde C zegt:

    Ik had deze blog na het bericht op Jipjip of Villa Kakelbont (weet ik niet meer) meteen in mijn firefox-balkje gezet, maar nog niets gelezen. Tot nu: elk woord heb ik verslonden. Heerlijke blog! En je moet weten dat er ondertussen drie boeken op mijn rekje naar me staan te grijnzen: Timothée de Fombelle, Tobie Lolness: op de vlucht & Dirk Weber, Duivendrop & Sally Nicholls, Als je dit leest, ben ik dood. Sliep sliep, het is het een lezen of het ander. En ik moet ook dringend eens die 313 weer ter hand nemen, want ik heb ze nog niet allemaal gelezen, ben ergens halverwege blijven steken en die dikkerd ligt nu te verstoffen op weer een ander rek. En kijk, hier heb ik het en ik ben mijn potloodstreepjes in de marges al aan het herlezen…

  • stefan zegt:

    Perfect gevat geschreven, Karin.

  • Katrien zegt:

    Karin,

    weet je al dat je na het lezen van “de ontdekking van de honing” (van Toon Tellegen uiteraard) zin krijgt in boterhammen met deze brij? Ook al vind je honing eigenlijk niet lekker, zoals ik er eentje ben?

  • Richard zegt:

    Laat ik eens iets schokkends roepen: ik vind de dierenverhalen van Toon Tellegen een verschrikking. Ik vind ze doodsaai, allemaal hetzelfde en begrijp werkelijk niet waarom hij hier keer op keer prijzen voor krijgt. Zelfs na de ode van Karin begrijp ik het niet.

    Maar wacht u alstublieft nog even met de virtuele pek en veren! Ik zal iets gaan schrijven over Taal & Verhaal waarin ik zal proberen uit te leggen waarom ik niet van boeken houd waarin het grotendeels om de taal draait.

    Over een paar dagen meer.

  • Karin zegt:

    Katrien: ik zal eens wat bekennen. Lang lang geleden ging ik voor het feest van een jarige vriend taarten bakken. (Dat was op zich een belevenis, ik had toen nog geen eigen auto, en van Leuven naar Amsterdam met het openbaar vervoer, met zes taarten én in chocolade gedoopte aardbeitjes, het was niet simpel.) Maar omdat ik wist dat Toon Tellegen een van de gasten ging zijn, heb ik toen heel speciaal een… honingtaart gebakken. :-)

  • Karin zegt:

    Richard: schokkend? Goh ik wacht eerst je argumenten af. Ik vind het vooral onberijpelijk. ;-) Misschien moet iemand jou es een dierenverhaal van Tellegen voorlezen ;-)

    Je draait mijn redenering wel een beetje om. Het gaat me niet om boeken’waarin het grotendeels om de taal gaat’. Het gaat er mij om dat een mooie taal een basisvoorwaarde is. Als het alleen maar om het verhaal gaat, dan kun je net zo goed een film gaan kijken om maar iets te noemen (wat ik overigens ook graag doe). Een boek vertelt een verhaal in taal, en dus wil ik dat die taal goed zit, mooi is, mij bekoort.

  • Katrien zegt:

    Karin, ik wist dat Richard de verhalen van Toon Tellegen maar niets vindt… Dat heeft ie een keer op mijn blog gepost, en Richard, ik vind dat leuk, al die verschillen, zei ik toen. Dat vind ik nog steeds. Zo vind ik veel verhalen van Arnold Lobel niet erg goed (vooral die met dat biggetje en zijn familie, daar vind ik niets aan, evenals dat stomme verhaal met al die “nieuwe” elementen, als nieuwe voeten, die je zomaar kunt oppikken langs de weg… Maar de verhalen over Kikker en Pad en van Uil vond en vind ik wel heel goed, en dat van grote en kleine muis ook. Dat verhaal leunt trouwens aan bij “klein in een grote wereld”…:-)

  • Caroline Verbruggen zegt:

    Heel wat verhalen van Toon Tellegen vind ik mooi. Maar er zijn er ook een pak die ik niet goed vind, wegens te somber.

  • Katrien zegt:

    Vandaag lopen denken, en ik vind “de eenzaamheid van de egel” niet zo goed. Het gaat mij teveel om alleen zijn, en daarover piekeren… Terwijl ik “de genezing van de krekel” dan weer wel heel goed vind, ook al herken je er keihard de gegevens van een depressie in. Misschien vind ik dat boek dan weer goed omdat het goed eindigt?

  • Hilde C zegt:

    Ik ben ook eens in mijn ‘Tellegen-archieven’ gedoken. Zoals ik al eerder schreef, ben ik niet door de 313 geraakt. Misschien moet ik er vanaf nu elke dag eentje smaken.

    Ik heb heel erg genoten van ‘De eenzaamheid van de egel’. De tekeningen van Mance Post vind ik weergaloos. Van de flaptekst heb ik dit genoteerd: ‘De eenzaamheid van de egel is bijzonder: hij kiest er zelf voor.’ Vond ik treffend. Mijn favoriete citaten uit het boek:
    p. 30: ‘Eenzaam?’ zei de slak? ‘Daar is geen kunst aan. Iedereen is eenzaam. Langzaam, dat is een kunst die maar voor weinigen is weggelegd.’
    p. 33: De krekel probeerde zo langzaam mogelijk te lopen.
    ‘Ik houd mij in, egel,’ zei hij. Hij vond dat heel moeilijk. ‘Het is net alsof ik met mijn volle gewicht tegen mezelf aan leun,’ zei hij.
    p. 34: Na gelukkig zijn was inhalen zijn liefste wens. Maar ja, dacht hij toen, inhalen én eenzaam zijn, ik denk niet dat dat kan.
    p. 44: Op een dag viel de olifant uit de top van de linde schuin naar beneden door het dak op de tafel van de egel, en dwars door de tafel op de vloer.
    p. 53: Zou verhinderd eigenlijk net zoiets zijn als verbitterd? dacht hij.
    Plotseling greep iets of iemand hem bij zijn keel.
    Het is een denkbeeldige hand, dacht de egel toen. Die trekt zich niets van stekels aan.
    Hij kende die hand wel. Met een denkbeeldige hand rond zijn keel bleef hij de hele dag voor zijn raam zitten en keek hij naar buiten, tot het donker werd en hij naar bed ging.
    p. 58: ‘Nee, eenzaam ben ik nooit,’ zei de kikker. Hij schraapte zijn keel en keek de egel aan. ‘Wel eens eentonig.’ Hij kuchte. ‘Ik bedoel mijn kwaken.’
    p. 66: Zo zat hij op zijn dak. Tot iemand hem zou redden.

    Ik ben zo al een groot fan van Annemarie van Haeringen, en ‘Plotseling ging de olifant aan’ is ook een van mijn favoriete Tellegens. Ik heb dit boek indertijd vaak aan zoonlief voorgelezen, hij was toen 3,5, en hij bleef er maar om vragen. Het was in eerste instantie niet echt de bedoeling om het hem voor te lezen, maar geen enkel rondslingerend boek is hier veilig, zeker niet met tekeningen van van Haeringen. Wat me doet denken aan kleine ezel, een van de favorieten van onze kleine kleuter.

    Wat ik in dezelfde periode voorgelezen heb aan zoonlief, per hoofdstukje weliswaar, is ‘Teunis’, met de prachtige tekeningen van Jan Jutte. Ja, blijkt eigenlijk dat het zoontje ook fan is van Tellegen, had ik nog niet bij stilgestaan. Teunis de olifant leeft tussen de mensen en is anders. Op p. 5: “Als hij in bed lag dacht Teunis na over ontdekkingsreizen. Wat zou ík willen ontdekken? dacht hij. Hij wist niets te bedenken. Liever werd hij hardloper of trommelaar of trambestuurder. En zijn liefste wens was om één keer dwars door een deur te lopen, in volle vaart, zodat er een gat achterbleef dat op een olifant leek.”

    Ook van ‘De ontdekking van de honing’ heb ik erg genoten. Er zijn niet zo veel boeken die ik meermaals lees, behalve de boeken van Tellegen en de prentenboeken die ik voorlees. Ik lees de boeken van Tellegen meermaals om ze goed en uitgebreid te proeven.

    Ik moet toegeven dat ik niet zo’n groot fan ben van ‘Juffrouw Kachel’, dat vind ik echt te donker, en ook niet van ‘Pikkuhenki’.

    En deze staan nog op mijn (ellenlange (zucht)) leeslijst: Jannes, Mijn vader, De genezing van de krekel, Bijna iedereen kon omvallen, Ze sliepen nog, Taartenboek, Dokter Deter, Brieven aan Doornroosje, Is er dan niemand boos?, Middenin de nacht, Twee oude vrouwtjes.

  • Hilde C zegt:

    Ik heb een paar verjaardagen in de 313 gelezen. Heel fijn vind ik dat ik daarin archetypische gedragingen en manieren van zijn herken. Bovenop de mooie woorden en zinnen natuurlijk.

Reageer!

Reageer onderstaand, of trackback van uw eigen website. U kunt ook de reacties ontvangen via RSS.

U kunt deze HTML tags gebruiken:
<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Deze website is Gravatar-enabled. U kunt uw eigen wereldwijd gebruikte G(lobally) R(ecognized) avatar verkrijgen op Gravatar.

Houd mij op de hoogte van nieuwe reacties. Of abonneer jezelf op deze discussie zonder te reageren.