Mijn vier mooiste
Mooi!
mooi?
Mmmmm mooi…
Het vroeg wat tijd, maar ik geloof dat ik de vier mooiste boeken uit mijn boekenkast heb gevonden.
Suzanne Dantine ; Bart Moeyaert. Suzanne Dantine en niet Wespennest. Waarschijnlijk omdat Suzanne Dantine het eerste boek van Bart was dat ik ooit las. Het heeft overigens twee leesbeurten geduurd eer ik doorhad hoe het boek in elkaar zat, met de flashbacks naar Suzannes jonge leven. Ik vind het nog steeds een van de mooiste boeken die ik ooit las. De personages zijn mensen van vlees en bloed, de lezer kan – haast als in een film – zien hoe ze zijn. Anekdote: ik had nog niet gelezen dat Wolf lang haar had, zwart, en toch wist ik van bij het allereerste verschijnen van Wolf dat deze poppenspeler er zo uitzag. Suzanne, haar schuldgevoel tegenover haar overleden vader, haar moeder die zich staande moet houden, de evolutie van Suzanne van enigszins ja-knikkend meisje tot lichte rebel, … Heerlijk.
313 ; Misschien wisten zij alles ; Toon Tellegen: Iemand die ik nu ook alweer elf jaar geleden leerde kennen. We waren met z’n allen op kamp, en onze hoofdleidster las een verhaal over de eekhoorn die een brief schreef aan de mier. Hierna mochten wij zelf ook “stukjesbriefjes” naar elkaar schrijven. Ik vond dat verhaaltje erg mooi, maar onze leidster had er niets van een auteur ofzo bijgezet. Zucht, dacht ik. Dan niet. Tot ik in die boeken-cd’s- en dvd’s-Zaak rondliep. Ik stootte op een heel dik boek: Misschien wisten zij alles heette het, van Toon Tellegen. Er ging een lichtje branden: ik bladerde door tot achterin het boek. Ik kijk onder de “E” en kom “Eekhozebor” tegen. Zou het? Denk ik. En het was. Nu wist ik dus waar onze leidster haar verhaal van toen haalde. En het heeft me nooit meer losgelaten, ook niet na veel andere bundels. De bundel over de nacht vind ik ronduit schitterend. De genezing van de krekel won de Gouden Uil, en ik wilde weten waarom dat dan wel zo was. Ik vond het heel erg goed. Dokter Deter zei me veel minder, en Jannes kon me ook niet helemaal bekoren.
Later ging ik voor de bibliotheekschool Juffrouw Kachel lezen, en ik moet zeggen: ik ben aangenaam verrast geweest. Wat een donker, maar toch erg goed boek!
Nu weet ik het ; Aidan Chambers. En geen ander Chambers boek. Ook niet Je moet dansen op mijn graf, wat ik eigenlijk een van Chambers mindere boeken vind. Dat was me een beetje te hysterisch, denk ik, terwijl “Nu weet ik het” veel rustiger, maar ook wel confronterend werkt. Over geloven, maar niet in de christelijke of welke sfeer dan ook; eerder over “geloven in jezelf”, en het uiteindelijk allemaal zelf moeten uitzoeken. Geweldig boek.
Wortels ; Klaas Verplancke. De tekeningen, vormgeving, het verhaal: dit boek is af. De heuvelwachter, bij aanvang van dit boek nog zonder naam, vindt op een ochtend, op zijn heuvel, een zaadje. Hij vult in zijn eentje en met gemak de dagen. Het zaadje krijgt al zijn zorgen, warmte, en liefde. De heuvelwachter vergelijkt zijn grond waarin hij zijn zaadje stopte met een spons: “Alles wat ik geef, wordt gretig opgezogen”. Maar een spons geeft terug als hij verzadigd is… En daar is Kerel. Een boom van een kerel. Nu moeten de heuvelwachter, die beseft dat hij niet langer alleen is, maar Ries, iemand naast Kerel, alles delen. Je krijgt vertwijfeling, want wilde Ries wel zoveel? Hij vindt het moeilijk, dat delen, want hij is slecht in delen. Er volgen verhalen: “Mijn wortels horen ze fluisteren (…)” Maar na ontelbare verhalen en jaren later gaat Kerel dood, en blijft Ries alleen achter…
Prachtig. (Kijk ook hier eens)






Ik behoor niet tot de negen. Wat ik erg jammer vind…
Ik kan dus zelf geen items toevoegen. Alleen maar reacties plaatsen.
Dus doe ik het maar op deze manier:
Wie wordt de winnaar van de Gouden Uil Jeugdliteratuur?
Zoals elk jaar wordt er weer jacht gemaakt op die unieke vogel. Niet door ornithologen, maar door jeugdauteurs. De vogel heeft zijn broedgebied temidden van die plekken waar de echte jeugdliteratuur nog met een warm hart wordt gewaardeerd. En elk jaar bebroedt hij één gouden ei. Welk schitterend boek dit jaar uit de schaal komt gekropen, is voor de meeste mensen nog een paar dagen afwachten. Maar ik weet het nu al.
Er is veel te doen geweest rond de uitspraak van juryvoorzitster Jelle van Riet die zei dat de spoeling van goede kinder- en jeugdboeken dit jaar wel erg dun was. Toch hebben de vijf boeken die op de shortlist staan hun positie dubbel en dik verdiend.
VAN MIJ EN VAN JOU
(Hans & Monique Hagen – met tekeningen van Jan Jutte)
WINT OMDAT: De auteurs weten op een heel eenvoudige manier met gemakkelijk bevattelijke taal poëzie te schrijven voor hele jonge kinderen.
WINT NIET OMDAT: Precies om dezelfde reden. De eenvoud neigt iets te veel naar het zeemzoete, naar te gemakkelijk weg te slikken.
BOTJES
(Midas Dekkers & Angela de Vrede)
WINT OMDAT: Het is een verheugende trend van de laatste jaren dat er meer en meer informatieve boeken op een literaire manier gebracht worden. Mensen als Bibi Dumon Tak doen het al een tijdje voor. Bas Haring (Kaas & de evolutietheorie) kreeg er in 2002 zelfs een Gouden Uil voor. Midas Dekkers weet met Botjes op zijn beurt een haast banaal en ietwat luguber onderwerp met prachtige taal en interessant voor te stellen.
WINT NIET OMDAT: Het is toch moeilijk om met een informatief boek op te boksen tegen ‘echte boeken’. Hoe breng je spankracht in een informatief boek? Wat doe je zonder echte verhaallijn? Zonder karakterschetsen?
KOEK KOEK VOS EN HAAS
(Sylvia Vanden Heede & Thé Tjong-Khing)
WINT OMDAT: Sylvia Vanden Heede lijkt wel de uitvindster van het literaire kinderboek voor beginnende lezertjes. Zij weet als geen ander met eenlettergrepige woorden en korte zinnen zo een krachtig verhaal uit te schrijven waarin alle ingrediënten van goede kinderliteratuur te vinden zijn.
WINT NIET OMDAT: Met wie vergelijk je in godsnaam een boek van Vos en Haas? Met een ander boek van Vos en Haas. Sylvia Vanden Heede staat zo alleen in die niche van echte literatuur voor beginnende lezertjes dat haar werk moeilijk valt af te wegen tegen dat van anderen.
DOLORES
(Noëlla Elpers)
WINT OMDAT: Dolores haalde terecht de Boekenleeuw en vooral de Thea Beckmanprijs binnen. Noëlla Elpers beschreef op een schitterende manier het leven van een meisje dat van een arm boerengezin terechtkomt aan het Spaanse hof in de vijftiende eeuw. Een prachtig historisch portret in een zorgvuldig onderzocht kader.
WINT NIET OMDAT: Het geeft soms toch de indruk van ‘net niet’. Net niet literair genoeg. Net niet een voldoende uitgesponnen verhaallijn. Net geen zinvol genoeg plot…
LINUS
(Mieke Versyp, Sabien Clement & Pieter Gaudesaboos)
WINT OMDAT: Mieke Versyp schreef een verhaal dat dik oké is. Sabien Clement maakte zeer gevoelige illustraties. Pieter Gaudesaboos verlegde op zijn beurt grenzen met de repetitieve en strakke illustraties die soms regelrecht uit de reclamewereld lijken te komen. Maar net het samengaan van deze drie mensen geeft het verhaal die unieke sfeer, het juiste tempo en enorm veel kracht.
WINT NIET OMDAT: Lijkt ons moeilijk om een reden te bedenken. Als argument tegen zou je kunnen zeggen dat Linus net naast de Boekenleeuw en de Boekenpauw heeft gegrepen. Maar in tegenstelling tot die jury’s bekijkt de Gouden Uiljury het verhaal, de illustraties en de vormgeving als één geheel. En zoals gezegd: net daar ligt de grote kracht van dit boek.
De winstkansen volgens mij:
(tussen haakjes geef ik de prognose uit HUMO van 18 maart)
VAN MIJ EN VAN JOU: 10 % (12 %)
BOTJES: 13 % (19 %)
KOEK KOEK VOS EN HAAS: 20 % (14 %)
DOLORES: 22 % (24 %)
LINUS: 35 % (31 %)
Benieuwd of het klopt? Volg de bekendmaking live mee op Canvas op zaterdag 29 april om 20.40 uur.
Ik behoor niet tot de negen… wat ik erg jammer vind.
Ik kan dus zelf geen items toevoegen, alleen maar reacties plaatsen.
Daarom doe ik het maar op die manier:
Wie wordt de winnaar van de Gouden Uil Jeugdliteratuur?
Zoals elk jaar wordt er weer jacht gemaakt op die unieke vogel. Niet door ornithologen, maar door jeugdauteurs. De vogel heeft zijn broedgebied temidden van die plekken waar de echte jeugdliteratuur nog met een warm hart wordt gewaardeerd. En elk jaar bebroedt hij één gouden ei. Welk schitterend boek dit jaar uit de schaal komt gekropen, is voor de meeste mensen nog een paar dagen afwachten. Maar ik weet het nu al.
Er is veel te doen geweest rond de uitspraak van juryvoorzitster Jelle van Riet die zei dat de spoeling van goede kinder- en jeugdboeken dit jaar wel erg dun was. Toch hebben de vijf boeken die op de shortlist staan hun positie dubbel en dik verdiend.
VAN MIJ EN VAN JOU
(Hans & Monique Hagen – met tekeningen van Jan Jutte)
WINT OMDAT: De auteurs weten op een heel eenvoudige manier met gemakkelijk bevattelijke taal poëzie te schrijven voor hele jonge kinderen.
WINT NIET OMDAT: Precies om dezelfde reden. De eenvoud neigt iets te veel naar het zeemzoete, naar te gemakkelijk weg te slikken.
BOTJES
(Midas Dekkers & Angela de Vrede)
WINT OMDAT: Het is een verheugende trend van de laatste jaren dat er meer en meer informatieve boeken op een literaire manier gebracht worden. Mensen als Bibi Dumon Tak doen het al een tijdje voor. Bas Haring (Kaas & de evolutietheorie) kreeg er in 2002 zelfs een Gouden Uil voor. Midas Dekkers weet met Botjes op zijn beurt een haast banaal en ietwat luguber onderwerp met prachtige taal en interessant voor te stellen.
WINT NIET OMDAT: Het is toch moeilijk om met een informatief boek op te boksen tegen ‘echte boeken’. Hoe breng je spankracht in een informatief boek? Wat doe je zonder echte verhaallijn? Zonder karakterschetsen?
KOEK KOEK VOS EN HAAS
(Sylvia Vanden Heede & Thé Tjong-Khing)
WINT OMDAT: Sylvia Vanden Heede lijkt wel de uitvindster van het literaire kinderboek voor beginnende lezertjes. Zij weet als geen ander met eenlettergrepige woorden en korte zinnen zo een krachtig verhaal uit te schrijven waarin alle ingrediënten van goede kinderliteratuur te vinden zijn.
WINT NIET OMDAT: Met wie vergelijk je in godsnaam een boek van Vos en Haas? Met een ander boek van Vos en Haas. Sylvia Vanden Heede staat zo alleen in die niche van echte literatuur voor beginnende lezertjes dat haar werk moeilijk valt af te wegen tegen dat van anderen.
DOLORES
(Noëlla Elpers)
WINT OMDAT: Dolores haalde terecht de Boekenleeuw en vooral de Thea Beckmanprijs binnen. Noëlla Elpers beschreef op een schitterende manier het leven van een meisje dat van een arm boerengezin terechtkomt aan het Spaanse hof in de vijftiende eeuw. Een prachtig historisch portret in een zorgvuldig onderzocht kader.
WINT NIET OMDAT: Het geeft soms toch de indruk van ‘net niet’. Net niet literair genoeg. Net niet een voldoende uitgesponnen verhaallijn. Net geen zinvol genoeg plot…
LINUS
(Mieke Versyp, Sabien Clement & Pieter Gaudesaboos)
WINT OMDAT: Mieke Versyp schreef een verhaal dat dik oké is. Sabien Clement maakte zeer gevoelige illustraties. Pieter Gaudesaboos verlegde op zijn beurt grenzen met de repetitieve en strakke illustraties die soms regelrecht uit de reclamewereld lijken te komen. Maar net het samengaan van deze drie mensen geeft het verhaal die unieke sfeer, het juiste tempo en enorm veel kracht.
WINT NIET OMDAT: Lijkt ons moeilijk om een reden te bedenken. Als argument tegen zou je kunnen zeggen dat Linus net naast de Boekenleeuw en de Boekenpauw heeft gegrepen. Maar in tegenstelling tot die jury’s bekijkt de Gouden Uiljury het verhaal, de illustraties en de vormgeving als één geheel. En zoals gezegd: net daar ligt de grote kracht van dit boek.
De winstkansen volgens mij:
(tussen haakjes geef ik de prognose uit HUMO van 18 maart)
VAN MIJ EN VAN JOU: 10 % (12 %)
BOTJES: 13 % (19 %)
KOEK KOEK VOS EN HAAS: 20 % (14 %)
DOLORES: 22 % (24 %)
LINUS: 35 % (31 %)
Benieuwd of het klopt? Volg de bekendmaking live mee op Canvas op zaterdag 29 april om 20.40 uur.