Boeken

Nieuwe en minder nieuwe kinderboeken, warm aanbevolen (of net niet).

Nieuws

Het reilen en zeilen in de wereld van het kinderboek en de leesbevordering.

Ons gedacht

Onze mening over wat er gebeurt in de kinderboekenwereld, genuanceerd én ongezouten.

Elders gelezen

Lezenswaardige artikelen, opmerkelijke websites, kortom: alles wat u gezien moet hebben.

Extra

Wedstrijden, oproepen, leuke wetenswaardigheden, en meer ditjes en datjes.

Home » Uitgelezen

Meg Rosoff / Wat ik was

Door op 13/04/2008 – 13:414 reacties

Gisteren vond ik eindelijk tijd om Meg Rosoff, Wat ik was, te lezen. Ik ben niet meer gestopt met lezen tot het boek uit was. Mijn verslag zal kort zijn, er is hier al voldoende over geschreven, en ik kan het allemaal beamen. Wat ik was is een ‘cross-over’ roman in de echte zin van het woord. Een oude (bijna een eeuw oud, hoewel ik moeite met de telling heb…lezer, vertel me eens hoe het zit??) man blikt terug op het jaar dat hij zestien was en op kostschool in was in East Anglia. Het is een streek met een rijk historisch verleden – daarvan getuigen o.m. de opgravingen in Sutton Hoo en dit verleden is mooi geïntegreerd in het verhaal. In dat jaar ontmoet hij Finn, die in een vissershut dichtbij de zee woont, en :” Hij kwam me onwwarschijnlijk bekend voor, als een fantasieversie van mezelf“. Dat ene zinnetje dekt de hele roman en verwijst naar gevoelens die zo typisch zijn voor (romantische) pubers: het onbestemde verlangen, leven in het ongewisse, de onvervulbare droom…Denk aan Le Grand Meaulnes van Alain Fournier, of aan Keats, aan Wordsworth… vul maar aan. En hoé ze het beschrijft! Hoé ze die gevoelens inpast in de ruwe natuur waar de zee regeert. Lezen, en doorgeven aan de pubers van 15 en ouder!!! En, het kan heel snobistisch klinken, maar eigenlijk zou ik het nu willen lezen in het Engels. In het Engels moet het verhaal nog authentieker zijn.  Hilde C., wisselen we eens?

Ik heb één opmerking: de nogal uitgesponnen, bespiegelende en moraliserende laatste bladzijden hoefden voor mij niet

 Met boekengroet,  Jet

Jet

4 reacties »

  • Karin zegt:

    Na Thomas’ enthousiaste stuk nu ook jij, Jet! Ik word steeds benieuwder naar het boek!

  • Hilde C zegt:

    Omdat ik een stapeltje wil binnenbrengen in de bib, heb ik veel gelezen de laatste dagen, maar aan ‘What I was’ ben ik verder nog niet toegekomen. Ik heb er natuurlijk wel al een paar hoofdstukjes in gelezen (tja, die nieuwsgierigheid) en het ziet er veelbelovend uit. En ja, dit boek in het Engels lezen geeft veel meer authenticiteit. Je zit meteen in die erg Engelse sfeer. En dat dankzij het feit dat dit boek in het Engels ruim aangekocht is in de Brugse bibliotheek(filialen), in zes exemplaren maar liefst! Ik heb meteen al een citaatje gesprokkeld, ik bleef die zin maar opnieuw opzoeken: p. 3: ‘But I said nothing, having learnt a thing or two in sixteen years of carefully judged mediocrity, including the value of silence.’ Deze zin zet voor mij een beetje de toon voor de bladzijden die erop volgen.

    Ik heb inderdaad heel veel plezier beleefd met ‘De wonderlijke lotgevallen van Olle en Lena’ van Maria Parr (Lannoo), een heerlijk boekje. Alleen jammer van de ‘Verassing!’ op p. 151 (en gelukkig dat opa niet verast wordt door de ‘wafelenbak’ van zijn kleinkind en kleintjebuur…). Hoe meeslepend een boek inhoudelijk ook is, ik slaag er nooit in om over een tikfout heen te lezen en ik stoor me er telkens weer aan. En afgezien van kartonboekjes en prentenboeken met heel weinig woordjes en zinnetjes, schijn ik nooit een boek zonder fouten tegen te komen. Jammer.

    Ook aan de avonturen van de vier zusjes Penderwick (en Hond) tijdens hun zomervakantie heb ik veel plezier beleefd. Ik heb meteen even gesurft (http://www.jeannebirdsall.com) om te weten of er een vervolg komt op ‘De Penderwicks’ van Jeanne Birdsall (Van Gennep), en inderdaad, er is al een tweede titel gepubliceerd: ‘The Penderwicks on Gardam Street’ en een derde is onderweg. Ik kijk er al naar uit. ‘De Penderwicks’ is een licht, luchtig en ontspannend boek waar ik geen verwachtingen over koesterde. Ik heb al gemerkt dat het wel eens durft tegen te vallen als ik met hooggespannen verwachtingen aan een boek begin. Beter niet dus.

    ‘De haastige man’ van Michael Gerard Bauer (Houtekiet) is me dan uiteindelijk nog heel goed meegevallen. Enkele passages:
    p. 124: ‘Iedereen is eigenlijk aan het rennen,’ zei hij, op zo’n vermoeide, bittere toon dat Joseph erdoor verrast werd. ‘Zelfs al zit je dertig jaar lang te rotten in een huis dat langzaam verloedert, dan nog kun je als een razende op de vlucht zijn. En de waarheid is dat het absoluut zinloos is. Of je nu wanhopig een droom najaagt, of op de vlucht bent voor een nachtmerrie, je komt nooit een stap dichterbij of verder weg.’
    p. 129: Roerloosheid en stilte sloten Tom Leyton in als twee lijfwachten, maar toch was hij het die opnieuw het woord nam.
    p. 141: ‘Arme mevrouw Battista – ze droomde ervan vleugels te krijgen, de vleugels van een vlinder die niet kan vliegen. Ze wilde net als die vlinders zijn, maar dat was ze al. Dat zijn we allemaal. We flapperen met onze gekortwiekte vleugels en dromen dat we vliegen.’

    ‘Een klein geheim’ van Kate Saunders (Gottmer) leest heel vlot, maar ik ben nu eenmaal niet zo’n fan van werelden in een andere dimensie die wel erg op onze mensenwereld lijken afgezien van enkele details, zoals het feit dat de wezens piepklein zijn, veel kleiner dan insecten, die zij gebruiken zoals wij de huis- en boerderijdieren.

    Het aangrijpende boek van Michael Morpurgo ‘Het verbluffende verhaal van Adolphus Tips’ (facet) over Engeland in de tweede wereldoorlog, is voor mij echt een topper. Ik had al een paar boeken van Morpurgo gelezen en dit boek heeft dan ook mijn verwachtingen ruimschoots ingelost. Een citaatje: p. 114: Toen mama zojuist naar bed kwam, zei ze dat vandaag het einde van de oorlog was begonnen, dat papa snel thuis zou zijn en dat we dan naar de boerderij terug konden, waarna alles weer zou zijn als vroeger. Maar volgens mij wordt het nooit meer zoals het was. Niets blijft toch hetzelfde? Niets is toch ooit zoals het was?

    Nu ben ik bezig in ‘Belladonna’ van Annejoke Smids en tot nu toe vind k het heel goed. Jammer dat ik niet non-stop kan lezen hé. En ik heb ondertussen al een nieuwe stapel, maar eerst moet ik dat ‘Geheim van te veel torens’ van Mark Tijsmans nog verorberen. Van Toon Tellegen heb ik nog ‘De genezing van de krekel’ en ‘Is er dan niemand boos?’ liggen, en ik heb ook ‘Zwart als inkt’ van Wim Hofman opgesnord, een boek dat ook al een eeuwigheid op mijn leeslijst staat. In ben een fan van Wim Hofman, wat is die goed! En verder heb ik nog liggen:
    Klaus Hagerup, Markus en Diana (Van Goor)
    Steven Herrick, Aan de rivier (Lemniscaat)
    Per Nilsson, Ik ben geen racist (Lemniscaat)
    Joyce Pool, Groeten uit Londen (Lemniscaat)
    Jan de Leeuw, Rode sneeuw (Davidsfonds/Infodok)
    Betty Elias, Hij of ik? (Manteau)
    Gelukkig heb ik niet altijd acht uur slaap nodig en lees ik veel ’s nachts…

  • Hilde C zegt:

    Het is nu al een poosje dat ik ‘What I was’ van Meg Rosoff achter de kiezen heb, dus tijd om mijn favoriete citaatjes te posten, erop toeziend dat ik niets verklap… De eerste helft van het boek vond ik niet abnormaal bijzonder (wel goed), maar de tweede helft is natuurlijk weergaloos.

    Als H. 16 was in 1962, is hij geboren in 1946, en dus 100 jaar oud in 2046. Het boek is dus in 2046 geschreven. Tja.
    Op pagina 169, wanneer H. in het ziekenhuis aankomt, heb ik me toch even afgevraagd hoe de vertaler zich hieruit gered heeft, met ‘friend’.

    Ik had niet zo veel van verwacht van ‘What I was’, wegens indertijd tegenvallende verwachtingen over ‘Hoe ik nu leef’. Een boek dat zich in de toekomst afspeelt, maar eigenlijk scènes beschrijft die volgens mij tot het verleden behoren, vind ik nu eenmaal niet zo opwindend. Ook de stijl van ‘Hoe ik nu leef’ kon mij niet bekoren: ellenlange zinnen die te onpas onderbroken worden met woorden met hoofdletters. Het begin vond ik wel goed, daarna zakte het verhaal volgens mij helemaal in en daarna werd het weer meeslepend. Kortom, ‘Hoe ik nu leef’ deed me niet reikhalzend uitkijken naar ander werk van haar. Maar na ‘What I was’ ben ik wel van plan om ‘Just in Case’ ook te lezen.

    Meg Rosoff, What I Was (Penguin Books 2007)
    p. 1: I am a century old, an impossible age, and my brain has no anchor in the present. Instead it drifts, nearly always to the same shore.
    Today, as most days, it is 1962. The year I discovered love.
    I am sixteen years old.
    p. 11: As in the outside world, social mobility barely existed; one’s status at the start determined whether life would be filled with misery or triumph.
    p. 18: He looked impossibly familiar, like a fantasy version of myself, with the face I had always hoped would look back at me from a mirror.
    p. 20: It was as I had fallen through a small tear in the universe, down the rabbit hole, into some idealized version of This Boy’s Life.
    p. 24: Despite my exquisitely honed indifference, my life telescoped down to a few sad little desires: to have second helpings of food, to wear clothes that didn’t itch or cause undue humiliation, to be left alone.
    p. 27 (…) I didn’t dare to ask my next question, namely: How on earth have you managed to live alone in a state of perfect grace, away from the local authority and the endless stream of oppressors who populate every minute of every normal life? Although we were taught to be proud of living in this great parliamentary democracy, the civil servants who ran it were a fearsome bunch, a nameless mass of people with jobs (police, social workers, record-keepers, teachers, councilmen) whose sole purpose was to keep everyone shuffling from birth to death in a nice orderly queue.
    p. 36: The featureless trundle of my existence began to change. At the time, I didn’t have the insight to wonder at the transient nature of despair, but now I am older I’ve seen how little it takes to turn a person’s life around for better of for worse. An event will do, or an idea. Another person. An idea of a person.
    p. 52: I couldn’t muster up the emotion to mourn this imagined loss of myself, nor could I shake the suspicion that I’d be better off without a body, or at least without this particularly body.
    p. 84: I told him my version of the first millennium and he snorted and shook his head in disbelief. ‘How much does your education cost? You could save everyone a fortune by reading a book once in a while.’
    p. 99: Finn’s witch stared at me and her face had a new dimension. Was it compassion? Pity? She shook her head, narrowed her eyes and pointed a gnarled finger at me, gently tapping the centre of my forehead.
    ‘Look more carefully,’ she said.
    I blinked and realized that was it; that was my fortune.
    p. 113: But most of all, what I wanted was to see myself through his eyes, to define myself in relation to him, to sift out what was interesting in me (what he must have liked, however insignificant) and distil it into a purer, bolder, more compelling version of myself.
    The truth is, for that brief period of my life I failed to exist if Finn wasn’t looking at me. And so I copied him, strove to exist the way he existed: to stretch, languid and graceful when tired, to move swiftly and with determination when not, to speak rarely and with force, to smile in a way that rewarded the world.
    p. 166: Under the eaves the air retained traces of stuffy warmth and I huddled on Finn’s bed waiting for it to pass, as all things must do.
    p. 174: Any rebirth I experienced came with agonizing slowness, over decades.
    p. 175: I was released into the custody of my parents for the duration of the case, nearly two years in all, and was exonerated of all charges in the end. Not responsible for […]. Or for anything else. It took much longer for the shame to dissipate and the desire to see Finn again to surface. The shame interests me now, and I wonder at its power. Where was my guilt except in misapprehension, or is the ignorance of youth shame enough?
    p. 177: It gave me a more objective picture of the sort of people who sent their children to St Oswald’s, the ones whose marriages were less than passionate, whose involvement with their children brought the word ‘duty’ quicker to mind than ‘love’.
    p. 192: Of course, back then, I still thought of history as a full and frank collection of facts. Now I understand that it is only a story, one of many, or many parts of several different stories – in my case, the one about Goldilocks and the Big Bad Wolf.
    Think about history and tell me that I ‘m wrong.

  • [...] Prachtig geschreven, aangrijpend boek, dat drijft op emotie en mysterie. Betoverend mooi! Jet en Thomas schreven er eerder al over op Vertel [...]

Reageer!

Reageer onderstaand, of trackback van uw eigen website. U kunt ook de reacties ontvangen via RSS.

U kunt deze HTML tags gebruiken:
<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Deze website is Gravatar-enabled. U kunt uw eigen wereldwijd gebruikte G(lobally) R(ecognized) avatar verkrijgen op Gravatar.

Houd mij op de hoogte van nieuwe reacties. Of abonneer jezelf op deze discussie zonder te reageren.