Misschien wel echt gebeurd
“Misschien”: dat vind ik zo’n mooi woord. Het zegt alles en niets. Soms heb je daar nood aan, zeker als je kinderboeken leest. Is dat wel echt gebeurd, tante Karen? Misschien, zeg ik dan.
En wanneer ik ‘misschien’ zeg, dan ben ik bijna verplicht weer een lofzang op Annie M.G. Schmidt af te steken. Aan het eind van haar leven bundelde ze haar mooiste verhalen onder de titel “misschien wel echt gebeurd”. Zo vertelt ze over Roel-met-gevoel, de jonge prins die zo gevoelig was dat hij de hele dag huilde. Nadat zijn tante de betovering doorbreekt wordt hij Roel-met-een-doel. Heerlijk is dat; om duimen en vingers van af te likken.
Zo stootte ik dus op een nieuwe parameter in mijn zoektocht naar de klassiek wording van een jeugdboek: kán het verhaal echt gebeurd zijn? Daarmee bedoel ik niet dat een klassiek verhaal persé realistische elementen moet bevatten (integendeel, denk maar aan Dahl) maar het verhaal moet wel zo geschreven zijn dat het realistisch LIJKT. Dat je erbij kan denken: hmmm, misschien wel echt gebeurd. Want dat blijft volgens mij dé grote kracht van de verhalen van Annie M.G. Schmidt: absurd maar misschien. Ja, misschien wel. Als je een beetje moeite doet… met een klein, klein beetje fantasie staat Roel-met-gevoel zo naast je bed (is trouwens een heel aardige jongen ;-)) Dus, alle tegenstanders of anti-Schmidters ten spijt: haar boeken zijn voor de eeuwigheid! Olé, hoera, bravo!






Om dat ‘misschien wel echt gebeurd’-gevoel te hebben vind ik het belangrijk dat ‘de personages een leven buiten het boek hebben’ om het met de woorden van Edward Van de Vendel (in interview in Knack) te zeggen. Je moet als lezer het gevoel hebben dat ze echt bestaan.
Ook voor mij is dat een belangrijke parameter voor een goed (kinder)boek.
Hoi Karen,
Misschien wel echt gebeurd. Heerlijk. Dat vind ik ook.
Onder de dekens lag ik vroeger te smullen van boeken als ‘Jonas en Toetela (en Sofie natuurlijk)’ van Lie. Jonas heeft een draak (of heeft Toetela Jonas?). En het maakte en maakt me geen donder uit wat al dan niet bestaat. Ik wilde de personages ontmoeten, met hen meelopen door het bos, en limonade drinken bij de oma van Jonas.
Voor mij is dat ‘echt’ genoeg.
Groetjes,
Joke
Om dat ‘misschien wel echt gebeurd’-gevoel te hebben is het belangrijk dat ‘de personages een leven buiten het boek’ hebben om het met de woorden van Edward Van de Vendel (in interview in Knack) te zeggen. Als lezer moet je geloven dat de personages echt bestaan.
Zelf vind ik dit ‘misschien wel echt gebeurd’-gevoel ook een belangrijk criterium voor een goed (kinder)boek.
Sorry, ik heb deze reactie twee keer geplaatst omdat er nog altijd ‘geen reacties’ onder het artikel staat. Zodus dacht ik dat ik iets fout gedaan had en mijn reactie niet gepost had, en deed ik het zonder goed uit mijn doppen te kijken opnieuw.