De roep van de wolf / Steven Herrick
De roep van de wolf van Steven Herrick doet sterk denken aan zijn vorige, Aan de rivier. Recensenten zijn enthousiast over beide boeken. Ik vind de boeken ook mooi, maar tijdens het lezen ergerde ik me ook. Neem nu het volgende fragment:
het huis
Toen ik tien was, bouwden pa en ik de veranda rond dit oude huis dat hier al honderd jaar staat. Net als mijn overgrootvader gebruikten we hardhout uit het bos. Pa en ik waren wekenlang aan het werk en smeerden de vloerplanken in met olie; we ademden de sterke geur in, die zich vermengde met de houtlucht. Voordat ik de laatste plank insmeerde, in de verre hoek bij de regenpijp, pakte pa een lange, scherpe spijker en zei: ‘Kras onze namen – die van jou en mij – diep in het hout, met de datum erbij. Dan weten je kinderen, mijn kleinkinderen, Jake, dat we dit voor hen hebben gebouwd.’
Best mooi, misschien soms wat gekunsteld, maar zo staat het niet in het boek. Daar staat het namelijk zo:
het huis
Toen ik tien was,
bouwden pa en ik de veranda
rond dit oude huis
dat hier al honderd jaar staat.
Net als mijn overgrootvader
gebruikten we hardhout uit het bos.
Pa en ik waren wekenlang aan het werk
en smeerden de vloerplanken in met olie;
we ademden de sterke geur in,
die zich vermengde met de houtlucht.
Voordat ik de laatste plank insmeerde,
in de verre hoek bij de regenpijp,
pakte pa een lange, scherpe spijker
en zei:
‘Kras onze namen –
die van jou en mij –
diep in het hout, met de datum erbij.
Dan weten je kinderen,
mijn kleinkinderen, Jake,
dat we dit voor hen hebben gebouwd.’
(De roep van de wolf, pagina 31)
De tekst is exact hetzelfde als de eerdere tekst, maar dan opgeknipt in stukjes van hoogstens acht woorden. Verandert de tekst daardoor? Of giet Steven Herrick hier een literair sausje over zijn verhaal waarmee hij en passant de omvang van zijn boek laat verdriedubbelen? In vertaling heeft zijn boek 219 pagina’s, waar alles ook wel op 70 pagina’s had gepast.
Soms vond ik het boek irritant omdat het door de korte zinnetjes aan een boek voor beginnende lezers deed denken. Zoals op pagina 30:
Ik heet Jake.
Jake Jackson.
Ik ben vijftien.
De Zoenjury gaf vorige maand een Eervolle Vermelding aan Aan de rivier en schreef in het juryrapport: “Niet eerder verscheen in het bestaan van de prijs voor het mooiste jeugdboek van het jaar een roman in vrije verzen die ook nog tot een bekroning leidde.” Maar in 2004 kreeg Jinx van Margaret Wild (die net als Steven Herrick in Australië woont) een Zilveren Zoen. Jinx steeg volgens mij qua niveau niet uit boven een verhaal van Carry Slee, maar ook dit verhaal was opgeknipt in korte zinnetjes, waardoor het kennelijk opeens iets bijzonders werd (de jury van 2004 zegt: “Bijzonder is de manier waarop die thema’s zijn uitgewerkt. Jinx is een roman in verzen, een nieuw genre in de tienerliteratuur, dat veel opgang maakt in Australië”)
Is het bijzonder
of vallen recensenten
en jury’s
in zwijm
voor een kunstje?
De roep van de wolf / Steven Herrick
Vertaling uit het Engels door Tjalling Bos
Lemniscaat, 2007





Hoi Richard,
Zelf vind ik de indeling bij Herrick wel geslaagd.
Ik schrok even bij het begin.
Maar het vervolg vond ik erg poëtisch en toch avontuurlijk.
Groetjes,
Joke
Dag Richard,
Ik heb het boek nog niet gelezen, maar ik herinner me van Karen Hesse: Stof op de piano. Daarin was die gehakte stijl, poëtisch proza op sommige momenten, functioneel. Je voelde er de ingehouden adem van het meisje achter (Billie Jo), het stof rond en in haar leven – en omgeving- en het grote verlangen naar haar piano. Maar het boek was zo dik, dat het uiteindelijk ook irritant werd. Stof op de piano verscheen in Nederklandse vertaling in 1998 bij uitg. Clavis. En wat zag je daarna in Vlaanderen gebeuren? Epîgonen lieten zich horen in allerhande wedstrijden. Ze stuurden hun manuscripten toe, en werden nooit uitgegeven, op enkele uitzonderingen na. Ik heb vergeefs in mijn boekenkast gezocht, maar wie nog een boek in gelijkaardige stijl (zie mailtje van Richard) heeft of kent, laat een berichtje achter.
Waarom werden velen nooit uitgegeven? Omdat de stijl niet functioneel was voor het verhaal, zoals die wel was bij Hesse. En misschien ook bij Herrick, Richard? Dat benieuwt me!
Jet
Hey Rchard,
De roep van de wolf heb ik nog niet gelezen, Aan de rivier wel, en dat vind ik een schitterend boek. Het heeft mij ook even gekost om erin te komen, net door die vrije verzen. Maar ondanks die eerste aarzeling had ik al snel het gevoel dat dit net een hele goede vorm was voor dit verhaal. Het is een vorm die je als lezer dwingt om traag te lezen, en dat past – naar mijn gevoel – perfect bij de zintuiglijke, suggestieve manier van schrijven van Herrick. Over de vrijdagavonden bijvoorbeeld, wanneer zijn moeder in een rieten stoel op vader wachtte die naderbij gefietst kwam, in de tijd dat ze nog een ‘gewoon’ gezin waren:
‘Met losse handen, pa.
Met losse handen!’
Hij leunde opzij
naar de oprit
en reed op zijn fiets
tot onder het huis,
zonder één keer
het stuur aan te raken,
terwijl mijn moeder
in de stoel achterover leunde
en met haar handen
over de plooien
van haar zachte paarse jurk
streek,
klaar voor de vrijdagavond
die zacht
naderbij danste.’
Hallo,
Anne Wyckmans heeft twee hele mooie boeken geschreven:
Ketting voor een vlakvark
Infuus voor een sneeuwman
Prachtig!
Groetjes,
Inge
Hmm, als ik jullie fragmentjes lees, Karin en Richard, ben ik geneigd om omwille van de vorm het verhaal niet te lezen. Ik heb ooit ook eens zo’n boek gelezen, waarbij de vorm me stoorde. En naar wat ik lees van Richard over de “roep van de wolf” is die “verkappingen” niet essentieel… Ik zoek mijn voorbeeld even op…
http://boekenboekenboeken.blogspot.com/2007/01/15-per-nilsson.html, was het.
Misschien zoek je inderdaad Ketting voor een vlakvark van Anne Wyckmans, Katrien?
(zie reactie Inge ).
Mooi, maar de vorm irriteerde me uiteindelijk toch ook.
Hallo Jet,
ik heb nog niets van Anne Wyckmans gelezen. Maar dat komt nog. Ik bedoelde weldegelijk “15″ van Per Nilsson…:-)
Kunnen we concluderen dat de meesten onder ons de vorm storend vinden? Ik ben er zelf nog niet helemaal uit…
Wat me ineens wel opvalt dat er nauwelijks “vormelijk” geëxperimenteerd wordt in jeugdliteratuur. Ik bedoel dan uiteraard vreemde vormen van taal, niet van vormgeving. Of ben ik mis? Ik kan me weinig boeken voor de geest halen die de taal op zo’n manier ordenen, dat ze “vormelijk” te noemen zijn… Hoe zou dat komen? Vinden jongeren dat storend, worden boeken zo te moeilijk?
Een intigrerende kwestie!
Wel nog even meegeven dat ik dus denk dat vreemde taalvormen in de volwassenenliteratuur wel vaker voorkomen. Ik denk even aan Gangreen ofzo…