Boeken

Nieuwe en minder nieuwe kinderboeken, warm aanbevolen (of net niet).

Nieuws

Het reilen en zeilen in de wereld van het kinderboek en de leesbevordering.

Ons gedacht

Onze mening over wat er gebeurt in de kinderboekenwereld, genuanceerd én ongezouten.

Elders gelezen

Lezenswaardige artikelen, opmerkelijke websites, kortom: alles wat u gezien moet hebben.

Extra

Wedstrijden, oproepen, leuke wetenswaardigheden, en meer ditjes en datjes.

Home » Zonder rubriek

Evenwichtsoefening

Door Karin op 20/07/2008 – 22:574 reacties

Een tijdje geleden ging het op deze weblog over personages. Ik wil daar graag nog wat over schrijven. Meer bepaald over hoe auteurs hun personages laten praten.
Onlangs las ik een boek waar ik een paar keer met potlood ‘Neen’ in de marge schreef, meestal gevolgd door enkele krachtige uitroeptekens. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat er ook een streepjes staan bij mooie zinnen, bij gedachten die me verrasten. De neens blijken bij nader inzien alle te staan bij dialogen waarin de auteur de jonge personages een eigentijds taaltje laat praten. Of ze dat probeert te laten praten.

‘Nog ff doordiskuzeuren hoor!’ had Jasmine aangedrongen. ‘Een schuimparty zonder jou is net poolen met een touw!’

(Jesse Goossens, It’s a Wonderful Life)

Misschien ligt het aan mij. Misschien heb ik weinig affiniteit met de jongerentaal van vandaag.
Maar mijn exemplaar van Slecht, de adolescentenroman van Jan Simoen die onlangs werd bekroond met een Gouden Zoen en waarin van begin tot eind een jongen van zestien aan het woord is, staat vol potloodstreepjes-in-de-marge, en ditmaal niet van de afkeurende, wenkbrauwfronsende soort. Nathan in Slecht klinkt écht.

Ik voel mezelf wit wegtrekken. Want in zijn hand heeft hij ineens mijn gsm. Mijn gsm! Mijn Nokia N45! Fuck, fuck fuckerdefuck, hoe heeft hij die gevonden? Ik had dat rotding toch in de beek gegooid?

Die jongerentaal van vandaag weergeven is ook niet makkelijk, vertelt auteur Jan Simoen in een interview dat binnenkort in Leesgoed verschijnt, het is een heel delicate evenwichtsoefening:

Die gasten van zestien, zeventien praten ongelooflijk plat, dat kun je niet in een boek zetten. En je kunt ook geen zes keer ‘keineig’ en ‘vet cool’ in één zin gebruiken. Op die manier creëer je geen jongerentaal, dan zit je er toch weer nét naast. Zoiets werkt echt niet op papier. Je merkt soms ook dat auteurs zich heel erg inspannen om jongerentaal te schrijven, maar dat ze ernaast zitten. Het is ongelooflijk moeilijk om net de juiste toon te vinden. Modieuze termen probeer ik te vermijden, want die waaien ook weer heel snel over. Je zult in mijn boek niet één keer het woord ‘keineig’ aantreffen, want ‘keineig’ is alweer voorbij. ‘Cool’ wel, want dat is, denk ik, een blijver, net als ‘fucking’. Ik probeer me dus te beperken tot de blijvers en voor de rest zoek ik het meer in de toon waarop ze iets zeggen. Die toon is voor mij belangrijker dan de exacte woorden die ze gebruiken. Maar het is, verdorie, een delicate evenwichtsoefening om die jongerentaal ‘juist’ te krijgen.

Ik blader weer door mijn exemplaar van Slecht, blijf hangen bij de potloodstreepjes en merk dat hij gelijk heeft. Simoen, die als leraar Frans natuurlijk dagelijks de gelegenheid heeft om zijn oor te luisteren te leggen bij zestien-, zeventienjarigen, heeft feilloos de toon weten te vatten van zo’n jongen van zestien, en dat maakt dat Nathans monoloog zo authentiek overkomt. Als hij het erover heeft hoe zijn ex-vriendinnetje Els nu iets heeft met ene Raf lezen we:

Komaan zeg: Raf! Elke en Raf! We hebben het hier wel over RAF!
De marginaalste idioot tussen hier en
Temptation Island!

Misschien zou een Nathan van vlees en bloed Raf wel een aso noemen of een übernerd, in plaats van een marginale idioot, toch frons ik geen seconde de wenkbrauwen bij de taal die Simoen zijn Nathan laat spreken. En dat heeft, inderdaad, alles met de toon te maken. Ik zie het gastje voor me, inclusief het onbegrip, de minachting, de opwinding die uit zijn woorden spreken. Ik lees zijn woorden en hij begint voor mijn ogen te leven.

Ik blader ook nog even door It’s a Wonderful Life, blijf hangen bij een andere neen in de marge:

‘Faffie!’ had Jasmine geroepen, toen Anna er weer eens een filmcitaat uit had geflapt. ‘Volgens mij is dat de enige reden dat iedereen je trekt. Je ziet er foekie-loekie uit, maar omdat je soms van die volstrekt onbegrijpelijke teksten uitkraamt ben je best larix. En daar bof je mee, want je bent echt pizzi!’

Mijn tenen krullen, ik herlees het fragment, lees nog wat verder, maar Jasmine blijft dode letter op papier. Een bloedeloze karikatuur. Een hip taaltje maakt nog geen personage, dat heeft Jan Simoen goed begrepen.

Deel dit bericht met:

  • email
  • Print
  • RSS
  • PDF
  • Netvibes
  • del.icio.us
  • Digg
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • LinkedIn
  • MySpace
  • Twitter
  • NuJIJ
  • eKudos

4 reacties »

  • Tine :

    Faffie, pizzi, foefie-loeki en larix? Het is niet alleen irritant, ik begrijp er ook geen jota van (en ik sta nochtans in het onderwijs!). Ik kan uit het fragment zelfs nauwelijks opmaken of het om iets positief of negatief gaat.

  • Hoi! Leuke discussie, misschien schrijf ik er ook nog wel eens een stukje over. Maar wat me soms ergert wanneer het over “boekentaal” en “of die taal ook de taal van de jongere – het kind – de volwassene” is: Een boek is volgens mij iets dat soms buiten het echte leven staat. Ik schrijf het vaak, wanneer ik een slechtgeschreven boek lees: “Dit is geen kroeg, dit is een boek”. Maar hoe en wat de personages zeggen, en hoe ze in het verhaal staan: het moet kloppen. “Nathan” in “Slecht” is inderdaad voortreffelijk. Wat me ook stoort is dat sommige auteurs echt willen scoren bij jongeren, en daardoor het verhaal uit het oog verliezen. Dat is volgens mij de reden waarom een boek een slecht verhaal kan bevatten. (Hmm, ja, ik geloof dat ik er eens een stuk over moet schrijven…) Maar, wanneer een oppervlakkig iets goed is geschreven, het verhaal toch voldoende spankracht heeft om mij te blijven boeien, is dat voor mij ook goed (cf “De Griezelbussen”).

  • Ik voelde me achterlijk bij het lezen van de fragmenten uit ‘It’s a wonderful life’ want ik begreep er geen sikkepit van. Gelukkig blijk ik niet de enige te zijn. Wat Simoen schrijft is ‘jongerentaal’ die voor iedereen begrijpbaar is, die mooi is om te lezen ook.

  • Jet Marchau :

    Ik deel je ervaring Karin, vooral als ik manuscripten lees. Ik kan me toch zo ergeren aan auteurs die door het gebruik van jongerentaal populair willen zijn. Met imitatie om de imitatie lever je geen waardevolle bijdrage aan de literatuur. Wat bereik je ermee? Eerder sensatie dan herkenning! Zielig wordt het helemaal, wanneer auteurs de jongerentaal imiteren zonder er echt in thuis te zijn. Dat is niet stoer, wel belachelijk!Voor mij biedt een goede auteur zijn lezers nog altijd iets méér of anders dan de wereld of de taal waarmee ze opgroeien. Of hij doorgrondt met de lezer die wereld en taal, maar dan functioneel. Vanuit een herkenbaar personage op ontdekking gaan. Hoe kan hij/zij de blik van de lezers verruimen, wanneer hij met hen ter plaatse blijft trappelen? Klinkt dit ouderwets? Dan is dat maar zo…

    In boekenvriendschap,

    Jet

Reageer!

Reageer onderstaand, of trackback van uw eigen website. U kunt ook de reacties ontvangen via RSS.

U kunt deze HTML tags gebruiken:
<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Deze website is Gravatar-enabled. U kunt uw eigen wereldwijd gebruikte G(lobally) R(ecognized) avatar verkrijgen op Gravatar.