Alleen op zee. M.Morpurgo
Ik heb Morpurgo jaren geleden leren kennen via mond- aan- mond reclame. Een tip in de trein, ik vermoed dat ze van Anita Wuestenberg kwam. Anita, indien dit zo is: bij deze bedankt! Ik heb Morpurgo sedertdien zelf veel aangeprezen en nu mocht ik ook dit prachtige verhaal lezen. De titel Alleen op zee is een heel vlakke vertaling van de Engelse titel Alone on a wide, wide sea. Bij mij, nog opgegroeid in de tijd van de volledige Engelse literatuurgeschiedenis en met plezier declamerende leraars (wat ik zelf later ook werd), rinkelde meteen een belletje: Coleridge, The Lake Poets, The rime of the ancient mariner. Mijn Engelse anthologie ligt nooit ver weg en ik kreeg gelijk.
Morpurgo laat het verhaal deels vertellen door de 65- jarige Arthur Hobhouse. Hij was een van de Britse weeskinderen die na WOII naar Australië gedeporteerd zijn. Arthur is pas zes wanneer hij gescheiden wordt van zijn wat oudere zusje Kitty en op de boot belandt. Een sleuteltje dat hij van Kitty meekreeg en het liedje London bridge is falling down, is het enige wat hem van de herinnering aan Engeland rest. Zij worden de rode, geheimzinnige draad die de lezer aanspoort om verder te lezen. Arthur vertelt over de ups en downs van zijn leven, zijn wanhoop, zijn vreugde en zijn groei. Wie hem tot in detail wil volgen, kan dit op mijn komende bespreking in De Leeswelp. Of, het liefst natuurlijk, in het boek zelf. Maar wat er vooral bijblijft, is het ingenieuze uitgangspunt en het gedicht van Coleridge als cliffhanger van het verhaal. Door een 65- jarige man te laten vertellen, opent Morpurgo twee invalshoeken. Enerzijds probeert de oude man zich opnieuw in te leven in het kind dat hij was, om zo zijn vroegste herinneringen op te roepen. Hij doet dat nuchter, zonder sentimentaliteit en voortdurend aftastend tot waar zijn geheugen hem brengt. Als volwassene becommentarieert hij die herinneringen en stelt hij ze in vraag: hoe gekleurd zijn ze? En welke invloed hebben die gekleurde herinneringen voor het verdere verloop van zijn leven? Of, om het open te trekken: wat is de relatie tussen fictie en non-fictie in een verhaal? De vraag is een diepere discussie zeker waard. Coleridge is eigenlijk van bij het begin aanwezig: de kleine Arthur staat met zijn vriend Marty op de boot en ziet een albatros; Hij is meteen gefascineerd. Verder in het verhaal leest ‘tante Meg’, een vriendelijke oude vrouw die hen na een helse tijd opvangt, het gedicht van Coleridge voor: The rime of the ancient mariner. Uit liefde voor de vrouw, en ook omdat hij zo betoverd is door de zee, leert hij het uit zijn hoofd. Het blijft zijn lijfgedicht. Na door het diepste van diepe dalen te zijn gegaan, met de Vietnamoorlog als laatste druppel, ontmoet hij zijn vrouw Zita. Zij is de dochter van een Griekse reder in Hobart en Arthur wordt als voormalige botenbouwer onmiddellijk in de grote Kretenzische familie opgenomen. Zita en Arthur krijgen een dochter Allie en op haar draagt hij zijn liefde voor de zee, het varen en voor De ballade van de oude zeeman over. Ondertussen blijven het sleuteltje en het liedje London bridge…zo door zijn hoofd malen, dat hij met Allie een zeiltocht vanuit Australië naar Engeland plant. Hij bouwt de beste boot die hij ooit bouwde, de Kitty Vier, maar hij kan zijn plan vanwege een tumor niet uitvoeren. Op zijn sterfbed belooft Allie hem dat zij alleen gaat, om uit te zoeken of hij inderdaad een zus Kitty had en waar het sleuteltje vandaan komt. Dan volgt een tweede deel, helemaal uit het standpunt van Allie. Ook zij vertelt post factum, deels als verslaggever aan de hand van emails, deels nog heel direct, vanuit de nabije herinneringen. Ook zij leert in eenzame uren het gedicht van Coleridge uit het hoofd, en haar tocht staat heel dicht bij de tekst: haar ervaringen en emoties volgen die van de oude zeeman bijna strofe na strofe. De albatros wordt een metafoor voor de geest van haar vader, God wordt vervangen door een astronaut. We nemen het erbij, maar ik moet me bedwingen om hier geen close reading van te maken…
Ik vond het prachtig hoe Morpurgo het aandurfde om dit oude gedicht (1797-1798) te nemen als uitvalbasis voor een hedendaagse jeugdroman. Ik vond het interessant om te lezen waarom Arthur zijn herinneringen in vraag stelt en hoe hij ze bespeelt zonder ze te manipuleren. En ik vond het mooi dat jongeren hier een volledig levensverhaal kunnen lezen, geen uitgezochte en uitvergrote hoogte- of dieptepunten, maar alle ups en downs die de struggle for life inhoudt. Of het nu een struggle uit overlevingsdrang is zoals bij Arthur, of een struggle als het gevolg van het verkennen van eigen grenzen, zoals bij Allie. Een boek dat gauw een plaats bij de klassiekers zal krijgen, volgens mij.
Met veel enthousiasme, Jet

Oooh, Jet, fijn stuk fijn stuk: ik ga dat boek zeker ook lezen (Duivendrop bevalt me helemaal niet zo, maar daarover later meer), ik ben verkocht sinds Adolphus Tips. Da’s ook zo mooi!
Dag Jet, Inderdaad Michael Morpurgo is nog steeds één van mijn favoriete jeugdschrijvers. Toen ik jou enthousiast over Morpurgo vertelde had ik wellicht nét , samen met Annemie Leysen, een interview met hem in een lawaaierige café in Breda.Ik heb ook al minder vlotte lezertjes tot lezen gebracht met boeken van hem, zoals De Vlinderleeuw? Later heeft Annemie nog met Morpurgo samengewerkt in het Europees project over Oorlog en Vrede.
Ik heb dit boek nog niet gelezen, maar na jouw enthousiast stuk ben ik erg nieuwsgierig!
Anita
Een reactie op mijn eigen bespreking. Dit lag ik vannacht te bedenken: toen ik de link tussen Morpurgo’s boek en Coleridges ballade merkte, heb ik meteen mijn Engelse anthologie geraadpleegd. Een boek dus…het is niet bij me opgekomen om op het internet te surfen, terwijl mijn computer klikklaar binnen handbereik was. Ik heb het vanmorgen gecheckt: het volldige gedicht vind je ook op het internet. Vreemd, vreemd…want ik werk al jaren en jaren met de computer. En toch, een boek… Zou dit de leeftijd en de macht der vroegere gewoonte zijn?
In ieder geval, het boek blijft primeren. Joke zal het graag horen, denk ik.
:)
Bedankt, Jet!
En ja, dat hoor ik graag.
Al zoek ik ook erg veel op internet op.
Ik leerde Morpurgo met zijn Robin Hood versie kennen. Dat het niet goed afliep, vond ik tegelijk erg en boeiend. En sindsdien probeer ik zijn nieuwe titels steeds bij te houden.
Alleen op zee staat al klaar!
Groetjes,
Joke
Hoi Jet,
Welke anthologie bedoel je? Je maakt mij nieuwsgierig … :-)
Groetjes,
Inge
Jet,
Ik heb het gelezen. Het boek is prachtig… Heerlijk, beetje zomer, beetje dromen…
Ik heb het eerste boek uit van mijn nieuwe lidmaatschap van de bib van Oostende: ‘Alone on a Wide Wide Sea’ van Michael Morpurgo. Want dat was de hele bedoeling van dat spiksplinternieuwe lidmaatschap: jeugdboeken in het Engels (en Frans) lezen. Na veel gebrows in de WINOB had ik wel door dat ik daarvoor in Oostende moest zijn…
Ik heb er heel erg van genoten. En hoewel ik een internetadept ben, heb ik ook mijn anthology binnen handbereik liggen. Ik sla hem open, pardoes op p. 1530, Samuel Taylor Colerdige, zijn biografie, met hier en daar een zinnetje in licht potlood onderstreept (er moet daar een belangrijke vouw in het boek achtergelaten zijn…). Ik blader door naar ‘The Rime of the Ancient Mariner’, en verder nog: Kubla Kahn, Frost at Midnight en Dejection: an ode. Alle met veel potloodstreepjes.
Een citaatje uit ‘Alone on a Wide Wide Sea’ (ja, ik zou het hele boek wel willen citeren…):
p. 76: Death, I discovered that day, is not frightening, because it is utterly still. And it is still because death, when it comes, is always over. There’s only terror in it if you fear it, and ever since my first death, Wes’ death, I have never feared it. It is simply the end of a story, and if you’ve loved the story then it is sad. And sometimes, as it was with Wes, it is an agony of sadness.
Nu ben ik bezig aan ‘The Foreshadowing’ van Marcus Sedgwick, een boek over de Eerste Wereldoorlog dat mij persoonlijk zeer bevalt. Mijn citaatjes tot dusver:
p. 47: (over The Iliad): The stories are full of deaths, awful deaths, and battles and tragedy; but somehow it’s comforting. It reminds me that what’s going on, what Edgar’s been seeing, is not so unusual. And that reminds me that one day, things will be normal again. Things will be all right, if we all try hard enough to make them that way.
p. 78: And if I really can see the future, then what does it mean? Is there any sense in our lives if everything is already out there, just waiting to happen? For if that were so then life would be a horrible monster indeed, with no chance of escape from fate, from destiny. It would be like reading a book you know very well, but reading it backwards, from the final chapter, down to chapter one, so that the end is already known to you.
Het volgende boek dat op me ligt te wachten is ‘Sans un cri’ van Siobhan Dowd. Ik weet het, het is vreemd om een boek dat zich afspeelt in Ierland (en NB in het Engels geschreven is), in het Frans te lezen. Nou ja, misschien is het niet vreemder dan het boek in het Nederlands te lezen… Ik ben benieuwd.
Net voor ‘Alone on a Wide, Wide Sea’ had ik twee klassiekers (in één pocket) van Aidan Chambers gelezen: ‘Now I know; The Toll Bridge’. Mijn citaten:
Now I Know:
p. 43: Seems to me most people don’t/can’t think. They only think other people’s thoughts. People who enjoy being in crowds are mostly like that. They like speeches and demos because they are told what to think. And because they are with a lot of other people the same as themselves, which makes them think they’re thinking for themselves and doing something about what they think. But they aren’t. It’s all a trick, a con. What they’re really doing is giving themselves up to somebody else who is just using them.
p. 47: Me [Nik], I’m a watcher, not a doer. The world is splitting at the seams with doers. People who think they know best, who want to be in charge, want to be the ones who make the running for the rest of us. Mighty Mice dressed up as Supermen.
One of the reasons I like history is that it tells about the doers. And it seems to me the bigger the doer becomes, the more he/she turns into a murderous, power-hungry, hypocritical, self-rightous, arrogant pig. While ordinary non-big-doers like me and Grandad and all the tellywatchers of the world, who want only to live our lives unmolested, are supposed to be thankful, and admire these Big-Doer creeps, who always pretend they ‘re doing what they’re doing for the sake of the rest of us, when they’re really only doing it for themselves. And they pay ad-people (who are no better) to make ads and TV programmes presenting them as heroes. I HATE HEROES. Selah.
p. 48: [Julie] Words can’t ever be just explosions anyway. They’re always words. They all mean something. They all affect people somehow. The people who use them and the people who hear them.
The Toll Bridge p. 71: Reading is an essential part of my life, basic as breathing, eating, sleeping, crapping. Without it for more than a couple of days, I feel my mind dying. More than just my mind. My soul dying. If soul means what my dictionary says: the essential part or fundamental nature of everything, the seat of human personality, intellect, will and emotions.
Een tijd geleden heb ik ‘Dit is alles’ van Chambers gelezen, ik zat er echt op te wachten en heb me er meteen na het uitkomen op gestort. Maar ik denk dat ik er teveel van verwacht had. Ik vond het bij momenten langdradig en ongeloofwaardig. Wat niet wegneemt dat het me bij zal blijven als een indrukwekkende leeservaring. Dit zijn de citaten die ik genoteerd heb:
p. 21: Een scherp verstand wordt meestal gewantrouwd door wie er niet over beschikt.
p. 24: (Als je me vraagt waar ik echt thuis ben, kan ik alleen antwoorden dat het geen plaats is maar dat ik thuis ben in woorden. Ik leef in woorden en woorden zijn waar ik thuishoor.)
p. 28: Als je het niet kunt krijgen, doe dan of je het niet wilt. Waar je het meest naar verlangt bespot je het hardst.
p. 37: Ik geniet ervan ’s ochtends in bed te liggen bij het open raam, zodat ik het vroege ochtendverkeer kan horen en de mensen die zich naar hun werk haasten terwijl ik helemaal niets hoef te doen.
p. 44: Soms boek je met nietsdoen meer vooruitgang dan met actie. Of zoals mijn vader het uitdrukt: doe niets, tot het per se moet.
p. 142: ‘Voor verliefdheid aanzien?’
‘Ja, want eigenlijk is het de angst alleen te blijven. Ze zijn bang dat zich niets beter zal aandienen. Vooral omdat ze denken dat ze geen betere waard zijn, geen betere verdienen of toch niet aantrekkelijk worden gevonden. Dus nemen ze de beste die zich aandient.’
p. 262: Als ik midden in de nacht wakker word bedenken dat ik leef en dat ik ben wie ik ben en dat ik ooit op een dag iets anders zal zijn waar ik nog niets van weet.
p. 287: Ik vond en vind nog steeds dat het juist goed is om mensen aan te moedigen meer te bereiken dan ze aankunnen. Volgens mij moet je altijd streven naar dingen die te moeilijk voor je zijn. Of, zoals G.K. Chesterton het uitdrukte: ‘Als iets de moeite waard is om te doen, is het ook de moeite waard het slecht te doen.’
p. 319: Ik heb me vaak afgevraagd hoeveel we al in de verborgen ruimtes van ons bewustzijn weten over wat we zijn en nog zullen worden. En het gevoel, het geloof dringt zich bij me op dat alles wat we zijn en alles van onszelf op alle leeftijden en in alle fases van ons leven al in ons ligt besloten zodra we verwekt zijn.
p. 400: Ik zoek nog steeds. Het gaat langzaam, maar dat geeft niet. Ik heb de rest van mijn leven de tijd. Misschien is dat wat leven betekent. Niet de reis van je lichaam van geboorte naar dood, maar de reis van je ziel op zoek naar God.
p. 644: Ik leef om te lezen.
p. 737: Misschien had ik moeten beseffen dat dit een voorteken was, maar zoals ik ook nooit weet wat ik van iets vind tot het achter de rug is en ik het me, naar het advies van de dichter Wordsworth, in rust en vrede weer voor de geest kan halen, zo vallen voortekens me nooit op totdat wat ze voortekenden plaats heeft gevonden. Niet dat ik er iets aan had kunnen veranderen, want net als bij een déjà vu, met die irritante terugblik van een glimp in de toekomst, kondigen voortekens toekomstige mogelijke gebeurtenissen aan die je niet kunt verhinderen als de tijd daar is.
leuk boek