Opa laat zijn tenen zien en meer fraais…
“Opa laat zijn tenen zien” is een geweldig fijn concept: Stripgedichten, en dat merk je: je leest gedichten, maar tegelijk lees je strips, en dat leest soms ietsje moeilijk, maar bezorgt je wel fijn veel afleiding. En geef toe: een boek met plaatjes in, da’s toch altijd fijn? Eerlijk: gedichten uit je hoofd leren was volgens mij nog nooit zo fijn. Natuurlijk staan er ook mindere gedichten in het boek, neem bijvoorbeeld het gedicht over het telegeleide hondje, wat me weinig zegt, omdat honden me weinig zeggen, of omdat ze te dicht bij me staan. Een stelling aan een huis? Die zal er nooit meer hetzelfde uitzien na het lezen van een gedicht daarover.
Heb je al eens stilgestaan bij hoe bomen zich voelen in de winter? Doen!
En het meisje dat schrikt bij het zien van opa’s tenen: ze is goud waard, net als haar opa trouwens, met zijn griezelige verhaal over blauwe tenen…
Edward van de Vendel is ook iemand die mijn boekenkast al geruime tijd opvult met de fijnste boeken. Maar laten we het voor de kapstok over poëzie even bij de poëzie van Edward houden. “Chatbox: de gedichten van Tycho Zeling” zijn op een paar na, prachtig geschreven gedichten. Gedichten met gevoel, gedichten waarin je sympathie voelt voor het personage Tycho ; eigenlijk is het best nog een fijn weerzien met hem, nu in “Chatbox”, na “De dagen van de bluegrassliefde” en “Ons derde lichaam”.
De Superguppiebundels dan. Daarvan zijn er inmiddels drie verschenen: “Superguppie”, “Superguppie krijgt kleintjes” en “de groeten van Superguppie. (“Alle Guppies die ik had, zwemmen nu in onze kat” (…) “Er nog zijn, daar gaat het om”, en vergeet vooral de bom met statiegeld niet.) Héérlijke versjes waarmee Edward héérlijk naar buiten komt ook. “Ik bouw een brug in zee, (nou ja, in m’n thee…)”. Hem zijn gedichten zien voordragen is feest. Omdat hij meeLEEFT met de gedichten in de bundels over Superguppie.
Oorzaak en gevolg
Zoals ze dat zo mooi zeggen. Ik zei al dat ik Edward van de Vendel al een hele tijd volg. Ik schrijf ook al (ik heb het eens uitgerekend) een jaar of twee voor Stripelmagazine. Af en toe kwam ik via die laatste site de naam Floor de Goede al eens tegen, van wie ik lange tijd dacht dat hij een vrouwelijke striptekenaar was. Niet dus (Sorry Flo!). Op de site van Edward zag ik dat er een boek met Stripgedichten, in samenwerking moet diezelfde Flo zou komen. Mijn interesse was meteen gewekt (dankjewel Stripelmagazine, om mijn kijk op strips te verbeteren, te verbreden!) En toen kwam ik in de Fnac, waar ik voorzichtig een Flo-boekje kocht: “de dagelijkse behoeften”, geloof ik. Geen twee weken later waren alle verschenen Flo-bundels van mij. Ik vind het heerlijk om de kleine figuurtjes, die toch duidelijk getekend, en oh zo schattig zijn, geweldig. De herkenbaarheid die van de “dagboekstrips” uitgaat is soms bijna eng. Over stinkende adem en niet weten waar die lucht vandaan komt, maar ook een remedie ertegen (die het infeite alleen maar erger maakt), een bezoekje aan Artis op geheel de wijze van Flo, en het gezinsleven dat hij heeft met zijn vriend Bas. Over geen werk hebben, maar toch werk willen, en waar dat dan te zoeken, over deadlines (maar die niet halen omdat je loopt te lanterfanten, …), of over ziek zijn. Binnenkort verschijnt er ook een dik boek bij uitgeverij Atlas, waarin alle strips van de afgelopen vier jaar zullen worden gebundeld in één boek. (Moet ik daar blij om zijn? Ik heb net alle boekjes!:-))
Voetjes
Sinds ik voor Stripelmagazine schrijf, let ik ook vaker op HOE een strip getekend is. En wat valt me op? Dat ik een strip (maar niet alleen daarom) al goed vind als ik de voetjes van de figuren leuk vind. Ik merk bij mezelf echt op dat ik eerst naar het figuurtje zijn voetjes kijk, voor ik naar de rest kijk. Dat merkte ik al op wanneer ik Casper uit “Casper en Hobbes” in zijn blootje zag, klaar voor zijn zo gehate bad. Ook hij heeft leuke blote voetjes, die niet echt de lichamelijk gevormde voet hebben, als die in de “Zeepkoning”, om één titel te noemen uit de Jommekesreeks, waarbij ik de voeten dan weer te perfect vind, ik vind ze “te gewoon”. Flo en Casper hebben beiden fijne kleine voetjes, maar iets mindere handjes, je moet er maar eens opletten. Of kijk Flo er eens op na wanneer hij na het lek in de meterkast in “De dagelijkse ergernissen”, samen met Bas (“Ja Poep, we hadden een bijna doodervaring!”), de drijfnatte matras van het bed naar de woonkamer brengt.
Titels:
Chatbox : de gedichten van Tycho Zeling / Edward van de Vendel.- Querido, 2006
Superguppie / Edward van de Vendel ; illustraties Fleur van der Weel.- Querido, 2003
Superguppie krijgt kleintjes / Edward van de Vendel ; illustraties Fleur van der Weel.- Querido, 2005
De groeten van Superguppie / Edward van de Vendel ; illustraties Fleur van der Weel.- Querido, 2008
Opa laat zijn tenen zien / Edward van de Vendel en Floor de Goede.- Querido, 2008
Flo 1: De dagelijkse beslommeringen
Flo 2: De dagelijkse heldendaden
Flo 3: De Dagelijkse ergernissen
Flo 4: De dagelijkse dosis
Flo 5: De dagelijkse behoeften
Flo 6: De dagelijkse strijd

Dag Katrien,
Met Opa laat zijn tenen zien heb ik samen met mijn oudste kleinkinderen (bijna 6 en 4) al veel plezier gehad. Sommige stripgedichten zijn n og wat moeilijk, maar dan kies ik maar uit…Je hebt gelijk: een fijn concept voor jong en oud!
Jet
leuk om ook eens iets over strips te lezen.
Op school (buitengewoon lager onderwijs) zijn we onze bieb aan het uitbreiden met een collectie strips. Deze komen er zeker in! Bedankt!
@Hilde I: mag ik vragen op welke school je lesgeeft? Ik moet je wel zeggen dat de boekjes van Flo toch wel meer op 15+-ers gericht zijn, geloof ik, ik geloof niet dat kinderen in het lager onderwijs er al veel aan zullen hebben…
(Oh, ja, kijk eens even onder het kopje “wie” daar vind je de link naar het Stripelmagazine ook, waarvoor ik ook schrijf. Zij zijn nog veel meer met strips bezig dan ik…)
Hoi hoi,
Wat een prachtig initiatief! Ik kende het alleen bij naam, maar wist er zelf niet zoveel over. Ik vind het jammer dat er soms nogal “denigrerend” over strips gesproken wordt, terwijl ze in feite toch een belangrijk deel uitmaken van de leesomgeving van kinderen en jongeren. De hamvraag is dan of we dit “literatuur” of zelfd “lectuur” noemen….
@Karen: is het nodig dat je je die vraag stelt? Nee toch? En strips: ze zijn er ook in alle lagen en maten hoor, geloof me!:-). Misschien moet ik er hier af en toe toch ook eens wat over schrijven: het leeft blijkbaar…:-)
Katrien,
ik geef les in Zonneburcht (type 1 en 8) in Waregem. Ik heb ondertussen ook gemerkt dat het niveau van Flo wat te hoog gegrepen is. We hebben de meeste klassiekers in onze bieb maar ik wil graag ook niet-zo-evidente-strips (lees ook niet-zo-gekende) introduceren. Niet gemakkelijk, wel boeiend. Ik ben geen stripfanaat zelfs geen stripkenner. (en eigenlijk is,was het lang geleden dat ik een strip echt gelezen heb!)
Binnenkort organiseren we met de leerkrachten een soort ‘lustige lezers’. Jammer dat het niet tijdens de voorleesweek kan (andere prioriteiten) maar dan doen we het misschien in de jeugdboekenweek en hebben we nu lekker veel tijd om uit te zoeken, te proberen, … .
*Opa laat zijn tenen zien *
Ik moest in de klas een tekenig maken.
en het moest dat daaroover doen.
*groetjes lobke*