Het geschenk van het wachten: Tijl Uilenspiegel
De opening van de boekenbeurs, en zelfs de boekenbeurs heb ik dit jaar niet gehaald. Reden daarvoor was de geboorte van onze Deense kleinzoon NOAH, broer van Lotta, op 31 oktober. En hiermee staat zijn naam ook geboekstaafd op het worldwide web. Dat Noah vele vele dagen op zich liet wachten, had ook zijn goede kanten: ik heb uren van wachten op het vertreksein richting Denemarken al lezende doorgebracht. Ik haalde, met andere woorden, de boekenbeurs naar me toe. En net toen ik dacht dat het beste voor 2008 de revue- of mijn leestafel- wel gepasseerd was, valt Tijl Uilenspiegel van Henri Van Daele en Klaas Verplancke me in de schoot. Niet één boek kreeg ik daar, maar twee: een tekstboek, met een tekst die ik al kende van de Averbodeuitgave van 1993, en een kijkboek met uitdagende tableaux vivants van Klaas Verplancke. Ik heb iets met klassiekers, dat zal wel met mijn leeftijd te maken hebben. Bij het opruimen van mijn boekenkast kan ik moeilijk van hen scheiden. Wat mij betreft blijven ze verplicht op de leeslijstjes staan, om jonge lezers een referentiekader te bezorgen en ze te laten delen in het collectieve geheugen. Maar dan het liefst klassiekers in een waardige hertaling en heruitgave. Wat de nieuwe Uilenspiegel betreft, gebaseerd op het verhaal van Charles de Coster uit 1867, is geen twijfel mogelijk: hij vervangt het oude exemplaar en krijgt naast de nieuwe Reinaart de Vos uit 2006, van dezelfde auteurs, een vaste plaats in de boekenkast.
Even het geheugen opfrissen: Tijl, zoon van Soetkin en kolenbrander Klaas, wordt geboren onder hetzelfde gesternte als Filips II, zoon van Karel V. Terwijl Filips zich in de verkilde gangen van zijn kasteel voorbereidt op een genadeloze strijd tegen de oprukkende ketterij, ontpopt Tijl zich in zijn warme hut als een grappenmaker. Uilenspiegel is zijn bijnaam, ‘ulieden spiegel’, want met zijn grappen houdt hij de mensen geregeld een spiegel voor. In het eerste boek zwerft Tijl zottebollend of als pelgrim door Vlaanderen en Duitsland. Met zijn geëigende warme vertelpen trekt Henri van Daele een rode draad tussen de verschillende anekdotes en schetst hij ondertussen een sprekend histoirsch kader. Met verbijstering ziet Tijl hoe de brandstapels van de zestiende eeuw om zich heen grijpen, en ervaart hij dat ook vader Klaas er niet aan ontsnapt. Vanaf het tweede boek wordt de toon grimmiger. Terwijl de as van Klaas op zijn borst klopt, bindt Tijl samen met zijn vrienden Nele en Lamme Goedzak de strijd aan tegen de Inquisitie en de Spaanse bezetter. Uilenspiegel groeit uit tot een volksheld, die dankzij de warme verhaalpen van Van Daele ontdaan werd van al te romantische kledij en zo zijn waardigheid terug kreeg.
En dan het tweede boek: de prenten. Klaas Verplancke noemt ze ‘tableaux vivants’, zijn manier om het verhaal met een krachtige en schalkse pen te vertellen. Iedere prent is een compilatie van verschillende grollen en fratsen van Tijl, getekend met rosse uilen- (of duivels-?)oortjes, die prelaten en het gewone volk vanop zijn ezel, of half bengelend aan de galg te kijk zet. Op de galgenbalk krast de kraai zijn doodsbericht en op de achtergrond spookt de nar met een dodenmasker. Met knipoogjes naar Breughel en Bosch stuurt Klaas de lezer- kijker op zoek en lokt hij interpretaties uit. Iedere prent staat bol van literaire en culturele symbolen en verwijzingen en vraagt om interactie met de lezer. Dit is schitterend en indrukwekkend titanenwerk! Ik moet toegeven, voor mij is dit intensief kijken naast het lezen altijd weer wennen, maar hoe ouder ik word, hoe meer plezier ik aan de ontleding ervan beleef. En daar heeft een nog altijd groeiend referentiekader weer mee te maken.
En wat nu met de lezers? Dit boek koop je als waardevol hebbeding voor jezelf, maar kan de nieuwe Uilenspiegel ook jonge lezers bekoren? Niet zonder inleiding of zonder begeleiding, niet zonder een minimum aan historische en culturele voorkennis, daar ben ik van overtuigd. Het is tenslotte geen verkleuterende Disneyversie. En toch zou ik het als geschenk geven of op het leeslijstje plaatsen, zoals ik al zei, als een zeer waardevolle en kunstige bouwsteen van de persoonlijke, culturele bagage. Dank je wel Henri en Klaas – en waarschijnlijk ook dank je wel Norbert, die de idee van de klassiekers altijd een warm hart heeft toegedragen en aan wie Henri van Daele het boek opdraagt.
In boekenvriendschap, Jet

Ben heel benieuwd. Je maakte me nieuwsgierig naar het boek.
Gefeliciteerd met je kleinzoon!
proficiat met je Deense kleinzoon!
Dank je wel, Veerle en Paul. Noah is natuurlijk het groots
te geschenk, maar de twee gesignaleerde boeken zijn zo’n blijvers, dat hij er later ook nog plezier aan zal beleven!
Jet