Wie knipt de tenen van de reus?
Zoals ik al schreef, ik heb een vruchtbare leesperiode achter de rug. Ik wil jullie beetje per beetje in de resultaten laten delen.
Een boek dat ik meteen in mijn wachtende reiskoffer gestopt had, is ‘Wie knipt de tenen van de reus’ van Jan Smeekens. (DF/Infodok). Jan ging neuzen in versbundels uit Vlaanderen, maar vooral uit Nederland van na 1950 tot nu en selecteerde er opvallende versjes uit. Hij rangschikte ze bovendien in 3 leeftijdscategorieën: korte versjes voor peuters tot 3 jaar, langere versjes met wat meer betekenis voor kleuters van 4 en 5 en voornamelijk verhalende gedichtjes voor kinderen op de rand van de basisschool. Toen ik ze uitprobeerde met mijn (Vlaamse) kleinkinderen viel me onmiddellijk de grote ‘acteerbaarheid’ van de versjes op. De peuter van 2 bijv. zat na een paar keer enthousiast mee te zwaaien met Joke Van Leeuwens ‘ Flapperhandjes, wapperhandjes. aai- en zwaai- en zwabberhandjes (…)’, (blz. 25) terwijl de zussen van 4 en bijna 6 zich meteen te pletter ‘gymden’ met ‘Gymgein’ van Ilse Elders (p. 46), om mij daarna omver te kussen bij ‘Zeven kusjes’ ((p.96)van Harrie Jekkers en Koos Meinderts. Het lange gedicht ‘Muis in de supermart’ van AMG Schmidt(p. 122) werd dan weer uitgebreid en met de nodige mimiek naverteld aan een griezelende mama. Jan heeft ook aandacht gehad voor ‘taal’-gedichtjes – en hier scoort Joke van Leeuwen natuurlijk goed. Ik kende vele gedichtjes al, (ja Jan, dat heeft zo zijn consequenties…) en ik genoot opnieuw, maar ik had toch wel wat meer Vlaamse dichters verwacht. Ed Franck bijvoorbeeld, met zijn leuke en soms zo poëtische, maar daarom niet minder haalbare (taal)-versjes uit ‘Kom, zei de kromme weg’ (Clavis, 1993).
Hoe dan ook, de bundel heeft nu ook een plaatsje in een Deense kinderboekenkast, naast Ozewiezewoze van Jan van Coillie. Is er een leukere manier voor kinderen om een taal al spelende te leren?
In boekenvriendschap, Jet

Ik heb dit boek een dikke week geleden gekocht en dadelijk mijn zesjarig zoontje voorgelezen. Van sommige gedichtjes kon hij niet genoeg krijgen (“wezel – ezel”). Voor zover alles normaal, maar mijn zoontje is Duitstalig en hoort enkel Nederlands van zijn Belgische papa (en af en toe van familie in België).
Ik kan het besluit enkel beamen: Ook in onze Duitse kinderboekenkast heeft dit boek zijn plaats verdiend naast Ozewiezewoze (na al die jaren nog altijd een trouwe begeleider). Ze zijn trouwens allebei zeer mooi geïllustreerd.
Zo is dat, ik vergat over de illustraties te
praten!!!Maar die zijn inderdaad een grote troef in het boek, omdat ze goed
aansluiten bij de tekst. Voor kleuters die nog niet kunnen lezen zijn ze een
soort bladwijzer! Een handzame en een mooie referentie naar de tekst. Dit
moest er inderdaad even bij. Maar weet je wat er ook bij moest en er niet
bij is? Een lintje!!!!! Ik mis een lintje….
Jet
Wat Ed Franck betreft Jet: ik kan niet anders dan deemoedig het hoofd buigen… tja, die ook.
Maar Jan, een groeiboek kan een groeiboek in vele betekenissen zijn. Stop alle tips bijv. in een vervolgbundel? We zouden er blij mee zijn!