Kleine Felix Peter van Gestel
Er zijn zo van die boeken die bij mij dubbele gevoelens opwekken. De volwassene lezer in mij vindt ze prachtig, ontroerend, om te koesteren op een speciale plek in de boekenkast. En tegelijk vraag ik me af:”Waarom is dit boek in godsnaam in een kinderboekenfonds uitgegeven?” Waarom, ik put even uit de geschiedenis, is Bomans’ Erik meteen in een fonds voor volwassenen verschenen en Van Daeles’ vroege sprookjes niet? Of waarom staan zijn verhalen over kleine Beer en grote Beer niet naast de puntige kinderportretten van Carmiggelt op het volwassenen-rekje? Ik weet het wel, en Vanessa zal me tegen spreken indien onjuist, het heeft te maken met de groeiende aandacht voor de jeugdliteratuur en de strakkere profilering ervan in het begin van de jaren 70, maar het blijft me bezig houden. Ik blijf me afvragen: voor wie schreef die auteur, voor zichzelf of ook voor de kinderen? Ik hoop voor allebei natuurlijk, maar hoe vindt zo’n auteur het evenwicht? De kinder- en jeugdjury heeft me hierover wel een en ander geleerd, net als mijn onderwijservaring: je kan kinderen gevoelig maken voor een intense manier van lezen, die misschien niet zo vlotjes verloopt en waarbij ze niet meteen met rode oortjes bladzijde na bladzijde omslaan, maar lezen die kinderen uit zichzelf ook in een ‘moeilijker’ boek door? Ik vermoed dat dit de zwaarste opgave voor een ‘jeugdauteur’ is: de grote gemene deler vinden tussen zichzelf en zijn leespubliek. Want dat een auteur die in een jeugdfonds publiceert, geen rekening met zijn publiek hoeft te houden, in dat sprookje heb ik nog nooit geloofd. Wat dan weer niet betekent dat je ze gesneden koek moet aanbieden…die discussie is al honderden keren gevoerd.
Ik bedacht dit allemaal maar weer eens bij Kleine Felix van Peter van Gestel. Een boek om als volwassene stil bij te worden. Zo rijk, zo puntgaaf geschreven, zo ingeleefd…
‘Op een donderdag in mei, niet lang na de laatste wereldoorlog, werd Felix Wonder negen jaar. Om vier uur stond zijn moeder met haar fiets ongeduldig bij zijn school. Hij rende naar buiten, sprong op de gammele bagagedrager en riep uitgelaten:’Ik zit’. Voor het eerst van zijn leven ging hij naar Tuchinki, het grootste bioscooptheater van Amsterdam.
En toch…Zoals de eerste regels laten verstaan, speelt het boek over kleine Felix zich af net na de tweede Wereldoorlog, in Amsterdam. De situaties die er in voorkomen zijn voor een jonge lezer uit de eenentwintigste eeuw op zijn zachtst gezegd ongewoon: een jongetje dat met zijn ouders in een onbewoonbaar verklaard huis woont, zijn familie die emigreert naar Australië, zijn ouders die plots verdwijnen met een soort cruiseschip, waar zijn vader als jongleur een baantje heeft, en Felix die in een weeshuis gedropt wordt. Ik zie de (historische) beelden meteen voor me, maar voor de vaak nog onwetende jonge lezer, die de tijd- en plaatssituering moet afleiden uit het verhaal zelf, kan dat een eerste hinderpaal zijn. Bij een verhaal als pakweg Oliver Twist wordt er uitvoerig en expliciet ingelicht over de toestanden in Londen in de eerste helft van de 19e eeuw, dat maakt het wat comfortabeler lezen. Niet zo hier, de lezer moet interpreteren, verbanden leggen. Niets mis mee, maar hoe oud zijn lezers dan vooraleer ze dit kunnen? Vanaf 9 jaar luidt het in de promotiefolder. Dat betwijfel ik, of er moet aan die negenjarigen héél veel van het rijke verhaal voorbij gaan. Veel van de sterke emotionele geladenheid bijv., die precies ontstaat doordat Felix zijn gedachten, en vooral zijn gevoelens afschermt en nuchter, bijna afstandelijk vertelt. Dit afstandelijke krijgt nog meer nadruk omdat Van Gestel schrijft vanuit het perspectief van een personele hij- verteller: Felix. Bij de grote emotionele kracht die achter die nuchterheid steekt, ga je als volwassene onvermijdelijk door de knieën.
En nog eens: ik vraag me af of dit met kinderen ook zo is. Die negenjarigen kunnen het verhaaltje natuurlijk lezen als een weeshuisverhaal, (het boek telt drie delen, en het tweede, waar Felix in het weeshuis woont, is het lijvigste): een kleine jongen moet zich staande houden in een weeshuis, beleeft er wat er zoveel andere kinderboekenjongetjes- en meisjes in de loop van de geschiedenis voor hem beleefden, vlucht tenslotte en er volgt een happy end. De situatie zal gevoelige kinderen ongetwijfeld aanspreken, en bovendien is Felix geen boekenjongen. Hij denkt en handelt als een jongen van tien, ook al komt hij, vanwege de omstandigheden, wat volwassener over. Inleving verzekerd dus.
Ging ik als volwassene voor dit verhaaltje en voor dit jongetje voor de bijl? Neen. De thematiek is dunner dan de rijke thematiek in Winterijs en Felix kon het broertje van Thomas zijn. Maar ik blijf vallen voor Van Gestels zeggingskracht, zijn kunst om dit jongetje emotioneel te doen leven, terwijl het zichzelf toch zo krampachtig probeert af te schermen. Kunnen (te) jonge lezers dit al naar waarde schatten?
Je merkt het, daar is dit dubbele gevoel weer. Het gevoel dat wel meer ‘emotioneel’ geladen en taalkrachtige boeken bij me opwekken. Het zou doodjammer zijn als Kleine Felix op het rek voor 9+ blijft haperen als het zoveelste weeshuizenverhaal…
In boekenvriendschap, Jet





Dag Jet,
Blijkbaar denken wij vaak hetzelfde, misschien wel door onze onderwijsachtergrond? Ik stel me ook vaak die vraag bij boeken die in de prijzen vallen, zowel bij prentenboeken als bij verhalen.
Een gebeurtenis van de voorbije week deed me ook weer nadenken over de boekenkeuze voor 8-9-jarigen. Aaron ,mijn kleinzoon van 8,5 jaar is heel enthousiast over een initiatief van de bibliotheek van Leuven waaraan zijn school deelneemt. De kinderen worden gestimuleerd om zoveel mogelijk boeken van een opgegeven lijst te lezen. Aaron koos als derde boek Mathilda van Rold Dahl. Ik was natuurlijk blij. Hij las het boek ook helemaal uit (zag voorheen de filmen dat hielp). Bij elk boek maken ze een leesrapportje. Aaron gaf het boek 9/10, de hoogste score van de drie gelezen boeken. We vangen Aaron elke dag op na de school. Vorige week kwam hij al lezend binnen. Er was zelfs geen tijd voor een zoen . Aaron was helemaal weg van….een boek van Geronimo Stilton. Hij las het boek nog diezelfde avond volledig uit en ‘s anderendaags meldde hij me dat dit ‘het mooiste boek was dat hij tot nu gelezen had.’ Hij vroeg meteen of hij nog zo’n boek kon krijgen voor onder de kerstboom en raadde me aan dat zijn neefje, Karsten ( 7 jaar) dat ook heel graag zou lezen. Vorige woensdag kochten we een exemplaar van Geronimo Stilton in de Carrefour ( ik heb hier nog stapels andere boeken voor 8 -jrigen liggen!) . Dat boek is voor Karsten, maar Aaron heeft het vlug uitgelezen voordat ik het inpakte…
Zowel Geronimo als Mathilda kregen tot nu toe een 9…
Ik had ook dezelfde bedenking als jij bij Kleine Felix bij het boek van Jeroen Van Haele
1001 gangen ( Lannoo). De stijl , layout , gehanteerde taal…sluiten goed aan bij een 8-9 jarige maar het thema is m.i. toch té ver van hun bed. Eigenlijk ontgaat hen veel wat tot de essentie van dat verhaal hoort: de vervreemding van een allochtoon , jong meisje , de grote zus van het hoofdpersonage .
Ik ben van plan om in mijn volgend kinderboekenrekje in de Bond een aantal boeken voor 8-9-jarigen te bespreken. Het is m.i. een cruciale leeftijd om kinderen aan het lezen te krijgen: de overgang van ‘oefenstof ‘om de leestechniek te verbeteren naar echte boeken.
Vriendelijke groeten,
Anita
Ik heb ook zo genoten van het verhaal over de slimme en eigenwijze Felix, gelukkig is het geen kommer-en-kwelboek. Mijn citaatjes:
p. 90: Felix begreep dat mensen hun eigen lelijke gedrag snel vergeten zijn.
p. 109-110: ‘Ik krijg later nooit een huis,’ zei ze. ‘Een huis dat van mij is. Een huis waarin je kunt wonen zonder dat er de hele dag mensen om je heen zijn, en waarin je niet bang bent als je voetstappen op de trap hoort. Zo’n huis wil ik.’
Felix wist niet wat hij moest zeggen. Hij had nog nooit aan het huis gedacht waarin hij later zou wonen.
Gisteren heb ik ‘Vliegen zonder vleugels’ van Gerda van Erkel gelezen. Ik vind het een kommer- en kwelboek dat inhoudelijk wel sterk is. De spanningsopbouw is goed gelukt, pas heel geleidelijk kom je te weten wat er in het gezin aan de hand was. De taal was voor mij echter zeer storend: het gebruik van ongerijmde vergelijkingen, de gekunstelde beeldsprakerigheid, het gewild literairdoenerige, vreselijk. Door het taalgebruik werd ik keer op keer uit het verhaal gerukt.
Misschien viel het mij zo op omdat ik net veertien dagen lang verdiept was in ‘What is the What’ van Dave Eggers, een nogal rechttoe-rechtaan-boek. Een aanrader trouwens. Ik bekijk Afrika nu met heel andere ogen. Of eigenlijk wist ik helemaal niets over Afrika, en nu toch een heel klein beetje meer. Dit boek heeft een stukje van de wereld voor mij geopend.
Ik ben nog maar net begonnen in Winterijs en ben nu al content dat ik weer een fantastisch boek ga lezen ; die taal !! Dank je voor de tip.
Kleine Felix ligt ook klaar … voor mij en voor de 10-jarige in huis.