Leesbevorderaar in de bloemetjes

Vanavond is in de Oscar Romeroschool in Rotterdam de Leesgoedprijs 2009 uitgereikt. De locatie was geen toeval: de prijs ging dit jaar naar Paul Vierboom, door Wendy de Graaff getypeerd als ‘zo’n leerkracht die het verschil maakt door wezenlijke belangstelling voor de kinderen waar hij mee werkt en het aanstekelijk enthousiasme waarmee hij boeken promoot’. Hij krijgt de prijs (na Boekieboekie in 2007 en Norbert Vranckx in 2008) wegens zijn ‘jaren onverdroten en schijnbaar onvermoeibaar werken aan het in aanraking brengen van kinderen met boeken en schrijvers en de opbouw van goed schoolbibliotheekwerk en een bestendig en navolgenswaard leesklimaat op de Oscar Romeroschool in Rotterdam’.
Najaar 2008 werd Paul Vierboom voor Leesgoed geïnterviewd over zijn werk als leesbevorderaar. Zijn antwoord op de vraag ‘Hoe krijg je de leerlingen aan het lezen?’ luidde als volgt:
‘Voorlezen, voorlezen en nog eens voorlezen. Veel vertellen over boeken en over schrijvers, schrijvers uitnodigen, dat helpt allemaal. We doen ons best om de frustratie die leerlingen oplopen bij het niveau-lezen en het begrijpend lezen te compenseren door veel aandacht te besteden aan de leuke kanten van lezen. Het is een misvatting om te denken dat kinderen die technisch kúnnen lezen dat dan ook automatisch gaan doen, zeker in onze wijk waar het voorbeeld gedrag ontbreekt. Mijn stokpaardje is het door ons ontwikkelde Leeslogboek waar we bij ons op school mee werken waarin de leerlingen alle boeken die ze gelezen hebben verzamelen. Het werkt ontzettend motiverend als ze hun logboek zien groeien. Daar zou het voortgezet onderwijs ook veel meer mee kunnen doen. Als je om boekbesprekingen vraagt worden die van internet gehaald, terwijl het zou moeten gaan over de keuzes die kinderen maken en waarom ze die maken. Een school moet boeken ademen vind ik, leerlingen moeten letterlijk omringd zijn door boeken.’
Dat is hem uitstekend gelukt, meent de jury van de Leesgoedprijs. Uit het juryrapport:
‘Hij krijgt kinderen aan het lezen, maar er zit – zoals hij zelf ook al zegt – ongetwijfeld een kritieke periode tussen het moment waarop ze het kúnnen en waarop ze het ook echt leuk gaan vinden. In dat niemandsland doe je het niet of… je doet het voor de meester omdat híj er zo enthousiast over is. Paul Vierboom weet boeken op allerlei manieren tot leven te brengen, zodat de meeste verstokte niet-lezer nog verleid dreigt te worden. (…) Het gaat de jury er niet alleen om wat hij voor de Oscar Romeroschool gedaan heeft en voor de vele Rotterdamse kinderen. Hij vervult wat ons betreft een voorbeeldfunctie voor alle leerkrachten. Zijn visie op leesbevordering is even simpel als effectief en is ons daarom uit het hart gegrepen. In het eerder genoemde interview zegt hij: ‘Ik erger mij er wel eens aan dat alles zo nodig vernieuwend moet zijn. We weten al lang wat echt werkt. Geef dáár dan geld voor zodat wij ons niet in allerlei bochten moeten wringen om zaken die ik als de absolute basis ervaar te kunnen realiseren. Ik wil regelmatig een schrijver kunnen uitnodigen en ik wil boeken in de school, daar komt het op neer.’’
Hadden we het niet net over de noodzaak van leerkrachten die het verschil maken?




Gelukkig is dit er weer een.
Ik heb toch ook wel een bedenking. Paul Vierboom werkt in een school met veel allochtonen en ik geef toe dat de situatie daar anders ligt.
Maar laten we even een doorsnee school nemen. Het is natuurlijk al knap als je kinderen zover krijgt dat ze Jacques Vriens, Francine Oomen en Paul van Loon gaan lezen. Maar waarom zou je als school daar stoppen? Waarom zou de volgende stap niet mogen zijn dat je ze met vernieuwende boeken in contact probeert te brengen? Leren is toch synoniem met een stap verder zetten dan waar je nu staat. En voor cultuuronderwijs geldt dat volgens mij nog meer.
Stefan,
er zijn er nog, van die ‘gekke’ leesbevorderaars. Want gek moet je wel een beetje zijn. Wat zou ik graag eens een babbeltje slaan met Paul Vierboom! En weet je wat echt fijn is? Dat ook hier bij ons boekenjuffen en -meesters gelauwerd worden. Binnenkort wordt de 5e keer al de prijs voor beste boekenjuf, -meester uitgereikt. Eén keer zat ik in de jury en kreeg ik alle nominaties, brieven van kinderen, directies, leerkrachten, ouders, uitgebreide projecten… te lezen. Fantastisch! Prachtige mensen en leesbevorderaars ontmoet! Ze zijn er echt!
En… het kan natuurlijk nog veel beter! Ik kan mij ook mateloos ergeren als ik bij collega’s merk dat ze een of ander auteur nog niet kennen. Dat ze van hun leerlingen verwachten dat ze lezen en zelf nooit een boek vastpakken (zelfs niet die die op ‘de lijstjes’ staan). ‘t Zou niet mogen.
Maar sommigen worden/zijn computerfreaks, anderen wandelende muziekencyclopedieën, andere hebben fantastische groene vingers,… (Wellicht zullen die mensen zich aan mij ergeren als ik een bloempje niet kan benoemen of weer met de computer geen weg kan.) Goed dat die er ook zijn, en mogen zijn.
Want als een kind in zijn schoolloopbaan van elk van die leerkrachten eens les zou kunnen krijgen zou dat toch prachtig zijn.
Jammer dat scholen zoveel keuzes moeten maken en zo weinig de talenten in het lerarenkorps echt kunnen laten groeien en bloeien door allerlei van hogerhand opgelegde eisen. Wat ik hiermee wil zeggen is dat er zo veel projecten in scholen moeten worden uitgewerkt, dat er van alle leerkrachten wordt geëist, verwacht dat ze en met de computer overweg kunnen en muzisch zijn en op die of die manier kunnen lesgeven en… dat er maar weinig ‘eigenheid’ overblijft. Maar dat is een ander verhaal.
En hiermee wil ik niet zeggen dat ik er mij bij neerleg hoor!
Eén zinnetje dat ik ooit in een solidariteitsagenda heb gelezen staat mij steeds voor ogen :
‘als je denkt dat je te klein bent om invloed te hebben, dan heb je waarschijnlijk nog nooit de nacht doorgebracht met een mug in je kamer’
Dus… ik blijf prikken’!
mvg
Hilde
Ik ben het echt wel volledig met je eens hoor, Hilde. Vooral wat je zegt over dat er verschillende soorten leerkrachten moeten zijn deel ik volledig met je.
Mocht het je interesseren: ik kom ook uit het onderwijs en ken het klappen van de zweep daar. Maar ik heb toch ook erg veel te maken gehad met oogkleppenmentaliteit en dat is een van de redenen geweest dat ik eruit ben gestapt. Lezen IS erg belangrijk in het onderwijs, maar beperkt zich toch wel heel veel tot technisch, begrijpend en expressief lezen. Lezen als cultuurbeleving komt heel weinig aan bod, net zoals elke vorm van cultuurbeleving trouwens. In de les muzische vorming wordt nog heel vaak het voorbeeld van de juf gekopieerd, tijdens het schoolfeest wordt het dansje van de juf overgenomen, het aantal theatervoorstellingen dat bezocht wordt is op de vingers van een schrijnwerkershand te tellen…
Maar laten we er geen discussie over de kwaliteit van het onderwijs in het algemeen van maken en ons beperken tot die van het leesonderwijs.
En gelukkig, gelukkig, gelukkig zijn er uitzonderingen.
volledig akkoord!
Ik denk ook dat de invloed van leesbevorderende leraars veel verder gaat dan alleen maar kinderen “doen” lezen. Als ik naar m’n eigen leven kijk bijvoorbeeld, dan heeft die ene leerkracht – die me dus met de neus in de boeken duwde – voor mij op veel punten het verschil gemaakt. Niet alleen ging ik meer lezen, ik ging ook meer genieten. Ik leerde inzien dat boeken echt mijn ding zijn. Ik ging Germaanse studeren, ik leerde Bart Moeyaert kennen, ik specialiseerde me in kinderliteratuur, noem maar op. Misschien is het te straf gesteld (en te emo-geladen) om de beweren dat die leerkracht mijn hele levenswending beïnvloed heeft. Maar ergens is dat natuurlijk wel zo. Ok, al die keuzes heb ik zelf gemaakt, maar ik weet echt niet waar ik zonder dat noodzakelijke duwtje in de rug nu zou staan…
Ooit heb ik ergens verteld dat ik besmet was met het B en L-virus, boek- en leesvirus. Een eerste besmetting heb ik opgelopen door mijn vader, die me elke zondag na de mis meenam naar een piepklein bibliotheekje in de buurt en die zelf in kanjers van boeken kon ‘kruipen’ (tot ergernis van ons moeder). Een tweede keer kreeg ik een beet van de leerkracht in het 5e leerjaar, niet zozeer boeken maar de taal en het plezier om ermee te spelen heeft zij mij leren kennen. Een derde beet kreeg ik van de leraar godsdienst in het tweede middelbaar. Een sneeuwdag, 7 lln. in de klas, hij gaf geen les maar las voor uit Kartouchke, een oud, groezelig boekje. Hilariteit alom maar het is blijven hangen. Niet het verhaal, de sfeer. Ik ben helemaal genezen verklaard geweest in de hogere cyclus waar we verplichte literatuur moesten lezen waar ik ofwel niets van begreep ofwel vreselijk vond. (‘kaas’, ‘de muur’… je kent ze wel) Tijdens mijn opleiding voor onderwijzeres heb ik niet veel leesbevorderende activiteiten gehad maar het hield me bezig… een eindwerk rond boeken op school. Helaas (of toen gelukkig voor mij?) werd het eindwerk dat jaar afgeschaft. De laatste ongeneeslijke besmetting blijkt nu, heb ik opgelopen begin de jaren negentig, toen er op school een project rond taal liep, luisteren-spreken-schrijven en lezen. Een navorming over hoe anders lezen kan zijn, een studiedag rond moeilijke lezers, cursus kinderboekenwerker, voorlezen en vertellen, … de besmetting was onherroepelijk. (ik kan jullie wel verklappen dat het een heerlijke ziekte is en helaas? voor sommigen ook wel besmettelijk)
Ik zoek als leerkracht nog steeds naar manieren om de kinderen te laten genieten van lezen en voorgelezen worden, ontdekken van wat onze taal is. En vooral ook hoe bereik ik de ouders, kan ik die ook tot lezen aanzetten? Want zij zijn volgens mij ook een heel belangrijke schakel in dit proces. Als zij lezen tijdverlies of nietsdoen vinden en zelf nooit wegduiken in een boek, hoe kan een kind dat dan als iets normaals, iets leuks gaan beschouwen? Kinderen worden nog maar weinig geconfronteerd met ‘lezenden’. Hebben jullie al iemand zien lezen in een of ander programma op TV? In jeugdreeksen, in soaps, in films? Het ziet er wellicht te saai uit. Maar als mijn dochter zit te lezen kan ik er wel een hele tijd stiekem zitten naar kijken… en het is mooi.
Mijn zonen lezen geen boeken, wel tijdschriften, computerscherm, handleidingen voor spelletjes e.a. . We lezen toch?, zeggen ze. Ik heb geprobeerd, ik probeer nog steeds en ik vind het nog steeds jammer.
Sorry hoor als ik wat doordram. Als het over leesbevordering en onderwijs gaat dan raakt het mijn ziel.
mvg
Hilde
Volledig akkoord met Paul Vlierboom die voorlezen ook enorm belangrijk vindt. Kinderen genieten van voorleesmomenten en gaan nadien vaak op zoek naar dat boek om te herlezen. Jammer dat zo weinig collega’s op school hiervan overtuigd zijn. ‘Geen tijd’, klinkt het dan, ze denken belangrijker dingen te moeten doen (wat dat ook moge zijn!)
Er is volgens mij dringend werk aan de winkel in de lerarenopleiding om de komende generatie leerkrachten te overtuigen van het belang van voorlezen en zo mede te komen tot leesplezier!
Stefan, wat het babbeltje met Paul Vlierboom betreft: ik ga mee!
Mij heeft niemand gepusht, of ik kan het me toch niet herinneren. Ik denk dat het dus bij mij uit mezelf is gekomen. Mijn ouders lazen voor, maar verder ging dat niet. Het boekenrek was zeer beperkt en mijn voorraadje leesvoer kwam uit de bib (waar we met het tweede leerjaar naartoe gingen en waar ik meteen mijn eerste kaart kreeg).
Ik had een goeie bibliothecaris die oogluikend toestond dat ik het aantal boeken (vijf) elke week verdubbelde. Ik las en ik las en ik las. Dat was mijn jeugd, in zekere zin was het ook een vlucht.
Mijn broers, twee en vijf jaar jonger dan mij, lazen niet. De oudste kon ik nog tot Horowitz verleiden, de jongste haakte volledig af.
Mijn zoon werd in de bib ingeschreven toen hij nog geen zes maanden oud was, dochter die een jaar jonger is, idem. Beiden zijn vaak en veel voorgelezen (nog steeds trouwens) en zitten nu in het leerproces van leren lezen.
Mijn zoon kan uren geboeid in een weetboek (te moeilijk voor hem) zitten kijken, maar doe hem alsjeblieft geen boek op zijn niveau lezen (al hebben we er genoeg). Het kan hem niet bekoren. Hetzelfde verhaal lees ik dan voor en hij luistert met rode oortjes. Ik heb al geprobeerd om hem stil te laten lezen, dus niet hardop, maar dat schijnt nog niet te lukken.
Dochter leert nu lezen en leest alles wat los en vast zit. Ze leest en ze leest en ze leest. Haar ogen beginnen te gloeien, haar gezicht straalt.
Waar zit het verschil? Ik zou het niet weten.
Ik dwing mijn zoon niet.
Maar ik merk wel dat mijn dochter hem vaak overhaalt om samen te lezen. Zondagvoormiddag, samen op één bed. Hij leest wat zij nog niet kan.
Ik piep glimlachend om het hoekje en denk dat het wel goed komt.
Groetjes
Inge
Karen, je ontroert me. Mooi gezegd.
Ik heb de microbe vooral van Barbara Wyckmans, nu directrice van HetPaleis in Antwerpen en toen mijn bazin in het CC van Hasselt. Niet alleen het lezen, maar mijn interesse voor cultuur in het algemeen heeft ze wakker geschud. Waarvoor ik haar hier heel graag hulde breng.
En zoals Karen zegt: zoiets doet veel meer met je. Dat verandert je hele leven.