Over lezen: Leesgoed 2009/2
Onlangs verscheen Leesgoed 2009/2. Daarin allereerst een opmerkelijk, en ietwat verontrustend, redactioneel. De Nederlandse Vereniging van Openbare Bibliotheken zet haar subsidie aan het blad stop. Dat is niet alleen opmerkelijk – Leesgoed wil door de geboden recensies, praktische suggesties om rond boeken te werken en artikelen een bijdrage leveren aan de leesbevordering en doet dat mijns inziens ook – maar heeft ook meteen praktische consequenties: Leesgoed gaat van acht naar zes nummers per jaar én moet nu zelf kostendekkend worden. Op zich een lovenswaardig bedrijfsmatig principe, al mogen we hopen dat het niet ten koste van een van de laatste bladen over jeugdliteratuur gaat.
Hoofdredacteur Herman Verschuren grijpt de gelegenheid aan om een oproep te doen aan zijn lezers: ‘Verder horen we graag wat volgens u nog beter kan, of anders.’ Een oproep die ik hier graag doorgeef. Bent u al abonnee? Laat dan via leesgoed@planet.nl weten wat u van het blad vindt. Kent u Leesgoed nog niet? Kijk in de bibliotheek eens een paar nummers in en laat weten hoe de kennismaking verliep. (En werp ook even een blik op de website van Leesgoed Plus.)
In dit nummer van Leesgoed staan twee deelthema’s centraal: voorschools lezen en zwemmende zoogdieren in de jeugdliteratuur.
In ‘Kleuters kunnen plezier beleven aan de kunst van een goed verteld verhaal’ interviewt Marianne Hermans Coosje van der Pol van de Universiteit van Tilburg, die onderzoek heeft gedaan naar de werking van prentenboeken bij de ontwikkeling van de literaire competentie: ‘Het idee dat veel mensen denken dat kleuters nog niet literair kunnen lezen, dat ze kritiekloos opgaan in het verhaal, is een onderschatting van hun vermogens. Ik heb veel aanwijzingen dat ze dat wél kunnen.’
Karen Ghonem-Woets interviewt dan weer Adriana Bus in ‘Het verschil tussen boeken en broccoli’. Bus is orthodeagoge en doet aan de Universiteit Leiden onderzoek naar de effecten van voorlezen in het algemeen en die van ‘levende boeken’ in het bijzonder. Over wat voorlezen met een kind doet, over talige achterstanden en voorsprongen en over vooroordelen als zouden multimediale versies van prentenboeken minderwaardig zijn tegenover het boek.
Het tweede thema komt aan bod in vier artikelen. In ‘Van die afschuwelijk grote vissen’ bespreekt Wim Hofman hoe van de bijbel tot onze tijd de zeeën bevolkt worden door vreemde, fascinerende, vaak gevaarlijke wezens. Simone Arts heeft het uin ‘Als een vis in het boek’ over ‘de rol van bewoonbare walvissen en kwetsbare dolfijnen in verhalen’. Margreet Algra bekijkt welk imago de zeebewoners hebben in kinderboeken: ‘Van mensenredder tot moordenaar’. En Willemijn Geijtenbeek bespreekt in ‘Walvissen & dolfijnen: zoogdieren van de zee’ waar je in boekhandel, bibliotheek en op internet meer informatie kunt vinden over deze dieren.
Frits Booy bespreekt uitgebreid het boek Zwart. Het beeld van de zwarte mens in de Nederlandse illustratiekunst 1880-1980: ‘Interessant, slordig en evenwichtig’, en Annemiek Haalboom schetst in ‘Lezen werd pas leuk in groep zes’ een portret van veellezer Micha de Haan.
Het katern Boekidee, dat tradtioneel tips geeft om met kinderboeken te werken in de klas, komt met een speciale editie: ‘Alles uit de kast’: ‘In deze aflevering halen we weer alles uit de kast. Alle titels die, om welke reden dan ook, niet mee konden bij het vullen van een themanummer, halen we in deze uitgave van de plank. We geven een omschrijving van de inhoud en bieden zowel een toepassingsgebied als (in veel gevallen) een lessuggestie. De redactie hoopt dat u ermee aan de slag gaat!’ Niet minder dan 32 boeken komen zo aan bod.
Karel Maartense interviewde de veel schrijvende, veel gelezen en door kinderjury’s veel bekroonde Vivian den Hollander. Een neerslag van het gesprek is te lezen in ‘Lezen is vergelijkbaar met eten en drinken’.
Veel recensies in de recensierubrieken. Truusje Vrooland-Löb bespreekt voor 4 tot 8 jaar drie boeken: Al zijn eendjes van Christian Duda en Julia Friese, Wat niemand had verwacht van Marit Törnqvist en Taarten van Abel van Jan Paul Schutten. Anne Marie Baus recenseert de eerstelezersboekjes In de leer bij een heer, Rust in de ren en Pauw aan de top van Erik van Os en Elle van Lieshout, Stern is het zat van Anke Kranendonk, Held redt hond van Mirjam Oldenhave en Drakendromen van Marcel van Driel. Ook heeft ze het over de reeks Doorlezers van Zwijsen. Bij Wendy de Graaff komen vijf boeken voor acht- tot twaalfjarigen aan bod: Nim’s eiland van Wendy Orr, Papa zonder grenzen van Annie van Gansewinkel, Moeder nummer nul van Marjolein Hof, Vincent van Gogh. Een leven in schilderijen van Frank Groothof, Marjet Huiberts en Irma Braat en, net als Truusje Vrooland-Löb, Wat niemand had verwacht van Marit Törnqvist. Willemijn Geijtenbeek neemt de nieuwe rubriek non-fictie voor haar rekening, met in dit nummer drie titels: Groeien aardappelen aan bomen? van Sabine Rahn, Jakkie Jammie! van Guy van Cauteren en De auto en wij zijn mooi van BoekieBoekie. Ook nieuw is de rubriek multimedia van Gerard Koster, met besprekingen van de film De brief voor de koning, de Kuifjebox, de film Spacebuddies en het game Pluk van de Petteflet. Kathy Mathys bespreekt de films Het kleine spookje Laban, De drie rovers, Oorlogswinter, Madagascar 2, S.O.S. en Twilight. Zelf bespreek ik Dagboek van een halve indiaan van Sherman Alexie, Brei met mij van Evelien de Vlieger en Alles is weg van Anke en Lieke Kranendonk.
Allemaal te lezen in Leesgoed.
