De Grote Vier
Toen de Gouden Uil in 1995 voor het eerst toegekend werd, bestonden er al drie prijzen die door een vakjury toegekend worden aan kinder- en jeugdboeken uit het afgelopen kalenderjaar. De oudste daarvan is de Nederlandse Gouden Griffel (sinds 1954), gevolgd door de Vlaamse Boekenleeuw (sinds 1962). In 1988 was de Woutertje Pieterse Prijs van start gegaan. In 1997 werd de Gouden Griffel gesplitst in de Gouden Griffel (voor boeken voor kinderen tot 12 jaar) en de Gouden Zoen (voor jeugdboeken).
Hoewel de randvoorwaarden soms iets verschillen (zo kan de Boekenleeuw alleen naar een Vlaamse auteur gaan) vissen deze prijzen toch min of meer in dezelfde vijver. Allemaal bekronen ze oorspronkelijk Nederlandse literaire kinder- en jeugdboeken. Het is dan ook niet vreemd dat er regelmatig dubbelingen voorkomen. Zo ging bijvoorbeeld, in de eerste drie jaren dat de Gouden Uil uitgereikt werd, de prijs naar dezelfde boeken die later ook de Woutertje Pieterse Prijs zouden ontvangen. En in 2007 nog ging de Gouden Uil naar Een kleine kans van Marjolijn Hof; het boek kreeg later dat jaar ook de Gouden Griffel.
De vraag kan daarom gesteld worden: is er wel ruimte voor zo veel prijzen? De (literaire) kinderboekenschrijvers zullen hier natuurlijk ‘ja’ op antwoorden: hoe meer prijzen, hoe groter de kans dat zij in de prijzen zullen vallen. En die prijzen kunnen fors zijn: aan de Gouden Uil is een geldbedrag van 25.000 Euro verbonden, aan de Woutertje Pieterse Prijs 15.000 Euro.
Maar zien de lezers door de bomen het bos nog wel? Raakt de aandacht voor jeugdliteratuur door de veelheid aan prijzen niet te veel versnipperd?
De Gouden Griffel en de Boekenleeuw hebben hun bekendheid mede te danken aan de lange traditie: (groot)ouders en leerkrachten zullen de prijzen misschien nog kennen uit hun eigen jeugd. De Gouden Uil heeft veel goed werk gedaan door van de uitreiking een spannend evenement te maken. Met een longlist en shortlist werd de spanning opgevoerd en hoewel deze lijsten natuurlijk vele verliezers kenden, stonden de boeken toch even in de schijnwerpers. Op televisie werd de spanning verder opgevoerd door filmpjes uit te zenden over de genomineerde boeken, met als climax de prijsuitreiking die live te zien was.
Inmiddels zijn de lijsten met genomineerden door de andere prijzen (met uitzondering van de Woutertje Pieterse Prijs) overgenomen. En nu de aandacht voor de Gouden Uil Jeugdliteratuur op televisie minder wordt, onderscheid de prijs zich steeds minder van de andere prijzen.
Dat is slecht nieuws, niet alleen voor de Gouden Uil zelf, maar ook voor de jeugdliteratuur.







Dag Richard,
“Zien de lezers door de bomen het bos nog wel?” Ik denk terug aan onze discussie op de blog over de veelheid van prijzen (8-2-09). Prijzen, ja, dat betekent geld en de nodige fondsen om verder te werken natuurlijk. Voor mij, als leespromotor en lezer zijn de nominaties en de aparte belangstelling errond het belangrijkste. We moeten zin in die boeken krijgen! En ons doen uitkijken naar, inderdaad, het resultaat van ons lezen, ons wikken en wegen. En dat mis ik nu, bij de Gouden uil Jeugdliteratuur. Ik wil de boeken zien, zoveel mogelijk, en met veel tromgeroffel de bekendmaking van de winnaar horen.
Bijna tijd voor de uitslag! Met plaatselijk tromgeroffel.
In boekenvriendschap, Jet
Dag Jet,
Wat je daar zegt is héél erg waar, vind ik. Nominaties moeten ervoor zorgen dat je zin krijgt in die boeken. (Ik laat me eerlijk gezegd toch regelmatig leiden door juryverslagen.)
‘k Heb net de filmpjes over de vijf boeken op Ketnet gezien. Vijftig seconden lang mag een kind ‘zijn’ boek aanprijzen. Maar als ze niet verder geraken dan ‘het is het aller- allerbeste boek van de wereld,’ ben je daar niet veel mee natuurlijk. En zeker voor een boek als dat van Els is dit niet de juiste plek en manier om lezers te prikkelen. Zo spijtig!
Ik ben wel erg blij dat deze verontwaardigde reacties uit de hoek van lezers komen en het niet de auteurs zelf zijn die moeten bedelen om meer aandacht. Leuk!
Roffelende groetjes,
Aline
Ik denk dat de functie je aanhaalt, Jet, erg belangrijk is. Enthousiasme doorgeven, nieuwe lezers warm maken.
Daarnaast hebben prijzen ook een functie naar de auteurs (c.q. illustratoren) toe. Graag een schouderklopje krijgen is tenslotte des mensen.
Het feit dat de verschillende prijzen in dezelfde vijver vissen betekent toch dat er een zekere concensus bestaat over wat nu goede jeugdliteratuur is, Richard. Niet dat dat op zich een reden is om al die prijzen in stand te houden, maar het is toch een aangename vaststelling.
Er ligt nu eenmaal een grens dwars door ons taalgebied en dat is volgens mij meteen een eerste en meest voor de hand liggende verklaring voor het bestaan van Boekenleeuw naast Griffels en Uil naast WP. En Jeugdboekenweek naast Kinderboekenweek, twee Stichtingen Lezen enzovoort. Als je voor reuring en prijzen bent: leve die grens.
Verder worden zulke prijzen niet altijd alleen maar ter bevordering van de (jeugd)literatuur ingesteld, maar ook ter meerdere eer en glorie voor de instantie(s) c.q. bedrijven c.q. branches die de prijzen instellen: zie Boek.be, zie de CPNB. Dat is een tweede verklaring.
Het is dus de vraag of het zin heeft om rationeel te gaan discussiëren of deze vier prijzen zin hebben of niet, alsof er één instantie zou zijn zijn die daarover gaat.
Met Stefan stel ik vast dat er kennelijk ook veel consensus is bij het oordelen.
Hóe de Gouden Uil-jury’s echter geoordeeld hebben, blijft in het duister bij zo’n flinterdun ‘juryverslag’.
Wel denk ik dat de jury voor de volwassenencategorie zich graag laat inspireren door traditionele Afrikaanse dansen. Hoe kom je anders aan zo’n bijzondere beeldspraak als ‘swingt als een Afrikaanse tiet’?
Dat was het verslag van de volwassen jury zeker, Herman. Van ‘verleuking’ gesproken…
Ik heb het al eens eerder gezegd: wat wij volwassenen goede boeken noemen, dat zijn vaak niet de boeken die kinderen graag lezen. Helaas, maar ik zie in de schoolbibliotheken waar ik werk, niet de boeken uitgeleend worden die de prijzen van volwassenen winnen. Dat zijn de boeken van de prijzen die door de jeugd zelf toegekend worden! Die krijgen haast vanzelf de aandacht, dus ja: graag prijzen, zodat ook andere boeken onder de aandacht komen. Kunnen wij volwassenen misschien krachtiger aanprijzen!
Maar wat ik aan het zoeken ben is een prijs voor de beste eersteling. Bij de Jonge Jury heb je wel de debuutprijs, maar nergens vind ik een lijst genomineerden daarvoor. Er wordt er ‘gewoon’ een uit de grote hoop getrokken. Er is de Hotze-de-Roosprijs, maar ook daar alleen een korte kernlijst. Wie weet hoe ik aan de weet kan komen wie de debutanten zijn?
Tja Marjo, als je kinderen laat kiezen eten ze natuurlijk ook alleen maar hamburgers en friet. Alles staat en valt natuurlijk bij goede leesbevordering, waarbij leren lezen niet alleen om het technisch lezen gaat, zelfs niet alleen om het leesplezier, maar ook om het leren waarderen van goede literatuur.
De vraag is hoe je tegenover boeken staat. Voor veel mensen (dus ook kinderen) is een boek gewoon een gezellig tijdverdrijf. Ze lezen dan ook vooral boeken die niet meer pretenderen dan dat.
Voor anderen (waaronder ikzelf) zijn boeken niet minder dan een kunstvorm. Dan zet je natuurlijk heel andere antennes open als je een boek leest. Maar kunstbeschouwing staat nu eenmaal in de eindtermen van het onderwijs. Ik vind dus ook dat het onderwijs aan deze manier van literatuurbeleving moet werken.
Dat is een droom..een sprookje. Zou het zo maar kunnen, dan zou ik ook tevreden zijn.
Ik doe mijn best om die voorkeur voor ‘hamburgers’ om te buigen, maar het lijkt vechten tegen de bierkaai. Toch: doorgaan!