Terug naar af
Wat waren we gelukkig, toen, in 1995.
We waren nochtans veel gewend.
De kinderliteratuur bloeide als nooit tevoren.
Er verschenen zoveel mooie boeken dat ze Bregje Boonstra recent, terugblikkend, inspireerden tot de verzuchting: ‘Wat een mooite’.
Tegelijk verschenen lange, bevlogen kritieken en opiniestukken in kranten en gespecialiseerde bladen, waarin kinderboeken met evenveel sérieux werden behandeld als de literatuur voor volwassenen.
Er kwam zelfs een nieuwe prijs, eind jaren tachtig, voor kinderboeken die uitblonken op het vlak van literaire kwaliteit, prachtige illustraties en een mooie vormgeving: de Woutertje Pieterse Prijs.
Ja, we waren wat gewend.
Waren we verwend?
Verwend of niet, kinderliteratuur rijmde plots als vanzelfsprekend op literatuur.
We lachten en knikten instemmend en staken de duimen hoog in de lucht. De strijd was gestreden, wat voor ons al zo lang duidelijk was was dat nu ook voor ‘de anderen’, de ‘buitenwereld’. De literaire emancipatie van het kinderboek was een feit. (Klopten we ons op de borst?)
Toen was er de Gouden Uil.
We lachten nog meer en knikten nog instemmender en staken de duimen nog hoger in de lucht.
Want de nieuwe literaire prijs leek het summum van die emancipatie. Hij bevestigde ons in onze mening: een kinderboek is net zo goed literatuur als een boek voor volwassenen.
Kinderboeken werden met dezelfde egards behandeld als boeken voor volwassenen, de winnende jeugdauteur kreeg eenzelfde (in kinderboekenkringen) duizelingwekkend hoge geldprijs, de jury bestond uit gerenommeerde kinderboekenkenners, tijdens een televisie-uitzending in prime time mochten alle auteurs broederlijk naast elkaar opdraven en het hoogtepunt van de avond werd ingevuld met een goed beargumenteerd juryverslag.
Knikken dat we deden, en lachen.
Natuurlijk waren er schoonheidsfoutjes.
In de televisie-uitzendingen moesten de jeugdauteurs, in plaats van aan een tafel te genieten van een laudatio door een of andere literatuurkenner, for the sake of entertainment, het was ten slotte televisie, wel eens op kinderhoogte neerhurken naast hun jonge lezers, en het hoogteverschil tussen de twee hoogste schavotjes was ook altijd duidelijk.
Maar kom, dat waren details.
Zo leek het ten minste.
Het voornaamste was dat kinderboeken au sérieux genomen werd.
En dus lachten we, en knikten, en knepen af en toe een oogje dicht.
En nu is het 2009 en zijn we terug bij af.
Kinderboeken rijmen helemaal niet op literatuur, hoe hebben we dat ooit kunnen denken? Kinderboeken rijmen op Ketnet en Karrewiet.
Een jury die met literaire argumenten en een gefundeerd juryrapport komt en een plekje in het licht van de televisiespots vraagt, naast de jury van de volwassenenliteratuur, heeft daar niets van begrepen.




Ik vrees dat ik moet delen in de sombere stemming, Karin. Op academisch gebied lijken we ook terug naar af te gaan. Ik hoorde van collega’s uit Leuven dat het verderbestaan van het vak jeugdliteratuur onzeker is, om niet te zeggen onwaarschijnlijk, nu Rita Ghesquiere dit jaar met emeritaat gaat. En in Antwerpen lukt het ons ook niet om voor onze vakken zekerheid te krijgen op lange termijn…
Het symbolisch kapitaal van de jeugdliteratuur lijkt dus te verkleinen, ondanks de erkenning die er voor het genre (geweest?) is. Vreemd, en bijzonder verontrustend volgens mij, want het aanbod aan kinderboeken wordt steeds groter en ouders hebben het steeds moeilijker om hun weg te vinden naar literaire boeken.
Wat jammer toch, Karin en Vanessa, hebben we nu nog niet hard genoeg ons best gedaan? Al die vele vele jaren???
als je de kranten openslaat is het ook merkbaar hoor. steeds minder aandacht voor jeugdliteratuur. het is ook steeds moeilijker om journalisten naar een persvoorstelling te krijgen; ze sturen in het beste geval een fotograaf en dat is het dan. dat zal misschien door de crisis komen, denk ik dan, maar als ik al die berichtgeving over de gouden uil lees, heeft dat met crisis niks meer te maken. jammer, en dan spreek ik niet uit commerciële overwegingen. ik heb zelf nog les gekregen van prof ghesquière. zeer spijtig dat haar werk niet wordt voortgezet.
We zijn terug naar af. We zijn zelfs al langer terug naar af, maar misschien durven we het nu pas inzien. Wat Vanessa zegt klopt inderdaad… met het vertrek van Rita Ghesquiere lijkt ook de kinderliteratuur een stille dood te sterven in Leuven. Ik heb jaren in de studentenvertegenwoordiging gezeteld en als ik hierover een opmerking maakte, dan antwoordde men dat “niet elke universiteit zich in alles moet specialiseren”. Met andere woorden, laat ze aan een andere unief maar kinderboekjes lezen. Een boeiend vak zal zo verloren gaan. En het huis dat mij heeft opgeleid en opgevoed, daalt zienderogen in mijn achtig.
Genoeg gejammerd. Laat ons onszelf eerder afvragen wat we eraan gaan doen. Ik heb altijd van de daken geschreeuwd dat ik met kinderboeken best wel m’n brood wil verdienen, op de een of andere manier. En zelfs de sombere stemming schrikt me nu nog niet af, nu ik op het punt sta de universiteit te verlaten. Laat ons op de barricade klimmen en de jeugdliteratuur het platform geven dat ze verdient. Zoals hier, op Vertel Eens, en laat ons dan ook even trots zijn op onszelf.
Dat is het net Karen, we staan al sinds 1980 op de barricade. Met de KJV, vroeger in het NCJ, met lezingen-avonden, weekends…,, in navormingen en bijscholingen, in artikels, pamfletten, recensies, commissies, adviesraden en wat weet ik nog meer. Met kinderen aan onze rokken of uit noodzaak op een stoel in het publiek…Hoe kun je nog meer op de barricade gaan staan? Je zou er troosteloos van worden, als je ziet hoe we weer op de glijbaan zitten.
Maar laat ons eraan denken dat de geschiedenis golfbewegingen maakt. Zou de verminderde belangstelling inderdaad met de crisis te maken hebben? Zou jeugdliteratuur als een luxe beschouwd worden…? Aan die gedachte zit uiteindelijk ook een zonnig kantje!Draai het om en speel er mee: de luxe van de jeugdliteratuur, de luxueuze jeugdliteratuur, jeugdliteratuur: een luxe!
Ik geef jullie jonge generatie dus graag een zetje, Karen en ik supporter als je opnieuw op die barricade wil klimmen.
In boekenvriendschap, Jet
@Vanessa en Karen: wat een jammer nieuws, uit Leuven. Tegelijk verbaast het me niet, ook ik kom uit de stal van Ghesquiere, en heb van dichtbij gezien en gehoord hoe de andere professoren over ‘die kinderboekjes’ dachten.
@Jet: je reactie ontroert me. Ik ken je engagement al lang en door je mooie beschrijving zie ik het zo voor me.
Misschien is het niet toevallig, en zelfs goed, dat het jonge stemmen zijn die de grootste bezorgdheid uiten. Wordt daar het engagement dat jij zo goed kent, niet net geboren?
Je geloof dat de geschiedenis,e n dus ook alles wat met kinderliteratuur te maken heeft, golfbewegingen maakt, deel je alvast met twee Wijze Oude Mannen, met wie ik het daar uitgebreid over had: Aidan Chambers en Jacques Dohmen. Die zijn er duidelijk geruster op dan ik :-)
Het wordt tijd dat iemand een helder en zeer overtuigend pleidooi schrijft voor de jeugdliteratuur als onderwerp dat academische studie verdient en wel in die mate dat een aparte lector of hoogleraar zin heeft. Zo’n pleidooi dat overal is in te zetten waar jeugdliteratuur ontbreekt in het aanbod of waar het op het punt staat te verdwijnen.
Zo’n pleidooi dat toont dat als je verhalen voor mensen wil bestuderen, je de verhalen voor jonge mensen niet buiten beschouwing kan laten. Idem poëzie, drama…
En dat toont dat dit onderzoeksgebied extra interessant is wegens de raakpunten met pedagogie (jawel), onderwijskunde (je kan niet leren lezen zonder verhalen), beeldende kunst, en verhalen voor volwassenen.
Wie zou zo’n pleidooi beter kunnen schrijven dan een van de huidige academici? Gooi het maar in de werkgroep van onderzoekers.
Helemaal mee eens, Herman.
En vergeet die andere poot niet: de lerarenopleidingen. Jeugdliteratuur moet niet alleen academisch bestudeerd worden, het enthousiasme ervoor moet vooral ook worden doorgegeven aan steeds weer nieuwe generaties. Want met wie eens gebeten is door het virus, gaat het doorgaans wel goed.
Herman en Karin, die lerarenopleidingen zijn ZO belangrijk!!!! Daar wordt gewerkt aan de praktijk en wordt de basis voor het enthousiasme gelegd (of het aanwezige enthousiasme aangewakkerd). Academici en enthousiasmerende docenten, die hun kennis bijwerken, die jeugdboeken niet te min vinden en het belang ervan met enthousiasme doorgeven! We hebben ze allebei broodnodig!
Uiteraard zijn leraren die enthousiast zijn over kinderboeken erg belangrijk. Toch weet ik niet of er in de lerarenopleidingen meer aandacht aan zou moeten worden besteed. Ik heb zelf een blauwe maandag de Pabo (lerarenopleiding basisonderwijs) gedaan. Ik kan alleen over de Nederlandse situatie oordelen, maar van leraren in het basisonderwijs wordt zo veel verwacht! Eigenlijk moeten ze heel goed zijn in alle vakken, maar met name de reken- en taalcapaciteiten liggen tegenwoordig onder vuur. Daarnaast moeten ze hun leerlingen informeren over allerlei dingen die ze in de samenleving kunnen tegenkomen, zorgen dat de kinderen goed met elkaar overweg kunnen, zorgen dat de lessen soepel verlopen, dingen afstemmen met collega’s binnen en buiten de school, alle regels en wetten die door het ministerie worden uitgevaardigd toepassen…
Eigenlijk wordt van leraren verwacht dat ze de ideale ouder zijn, maar dan nog beter. En dat allemaal voor een zeer gemiddelde beloning.
Natuurlijk snap ik al die mensen wel die vinden dat de leraren de kinderen van alles moeten bijbrengen. Maar ik denk ook dat we realistisch moeten zijn: ook leraren kunnen niet alles.
Bestuderen is iets anders dan kennis nemen van. Het een laat ik graag over aan onderzoekers, het ander verwacht ik wel van (aanstaande) leerkrachten.
Zeker, Richard, men verwacht veel te veel van het onderwijs, mee eens. Maar ik vind dat (aanstaande) leerkrachten toch minimaal enige kennis zouden moeten hebben van wat er voor kinderen te lezen valt. En ook van wat er voor kinderen te kijken en te luisteren valt. Maar dat lezen toch op de eerste plaats, eenvoudig omdat kinderen geacht worden op school te leren lezen en dat gaat beter als die kinderen vroegtijdig een notie krijgen dat dat ook ergens goed voor is.
Jawel, literatuurrecensenten, verhalen, gedichten en vertogen voor kinderen zijn ook onderwijsmiddel. Althans, dat zouden ze moeten zijn.
Je haalt een erg interessant punt aan, Richard. Er wordt inderdaad véél verwacht van leraren in het basisonderwijs. Te veel? En hoort kennis van de jeugdliteratuur dan onder die ‘te’? Er komen meteen veel gedachten naar boven, maar ik ga er eens rustig over nadenken, om tot een genuanceerd antwoord te komen.
Misschien moeten we het er wel eens over hebben op Vertel eens, trouwens.
Het maakt bij mij ook het een en ander wakker. Dank u, Richard, voor het prachtig pleidooi! als onderwijzeres in het basisonderwijs deel ik jouw mening volledig! Alleen zou ik o zo graag zien dat er nog meer met boeken kan gewerkt worden. Maar daarvoor moet je je als leerkracht informeren en blijven informeren en daar zit voor mij de grote knoop. Als ik zie welke boeken jullie allemaal lezen en bespreken en aanbevelen… dan word ik overrompeld. Pas op, ik ben dan een leerkracht die gebeten is door dat virus. Wat Vanessa zei, dat ouders het bos door de bomen niet meer zien, geldt eveneens om niet te zeggen nog meer voor leerkrachten! En er moet inderdaad zo veel!! zodanig dat zelfs mensen die willen, die graag lezen, die graag lezen zouden willen stimuleren, afhaken. Computer interesseert me niet zo maar het moet gegeven worden… dus… ik met veel moeite, veel energie, veel tijd aan het zoeken. (wat je niet graag doet neemt nog meer tijd in beslag). En zo blijft er weinig tijd (lees: energie) over om te doen wat je graag zou willen doen.
Ik wil mee met Karen op de barricade staan om in elke school een boekenjuf/meester (of zelfs een halve) te eisen die haar/zijn school naar een hoger ‘leesniveau’ kan tillen, die daar uren en geld voor krijgt, die bijscholing kan volgen, die op zoek kan gaan, die kan bijblijven met wat er op de markt komt (ik ben dat tot mijn grote frustratie niet meer. gelukkig lees ik hier wel het een en ander wat dan weer ergernis opwekt wegens het nog niet kunnen lezen…)
En toch… ben ik als ik met de kamishibai een verhaal kan vertellen voor 9 kindjes echt gelukkig. Heerlijk om ze achteraf in/met het prentenboek bezig te zien! Prettig om te doen ook. Ik mag nog van geluk spreken dat onze school buitengewoon onderwijs is en de leerdruk minder is dan in het gewoon lager onderwijs. Dat wij nog echt kunnen lezen om te lezen en te genieten, zonder dat daar een gamma doelstellingen aan moeten worden gekoppeld buiten die ene : ‘de kinderen kunnen (liever ‘mogen’)genieten van een verhaal, van geschreven taal’
Neem voor meer informatie over jeugdliteratuur eens contact op met de openbare bibliotheek. Er zijn in Nederland nog bibliothecarissen gespecialiseerd in jeugdliteratuur, die graag mee willen denken, hoe onderwijzers op de hoogte kunnen blijven van de hedendaagse jeugdliteratuur. Het zijn vaak enthousiaste mensen met veel kennis van zaken, die best een korte bijscholing willen geven.
Marieke (jeugdbibliothecaris)
Toch vind ik het alarmerend vast te stellen dat de gemiddelde leerkracht nog altijd niet verder geraakt dan Annie M.G.Schmidt of Roald Dahl als het om leesbevordering in hun klas gaat. Dus, sorry leerkrachten, ik weet dat er veel van jullie wordt verwacht (een paar jaar geleden was ik nog zelf leerkracht), maar ik vind het toch een must dat leerkrachten zich een minimum verdiepen in de hedendaagse jeugdliteratuur.
Dag Hilde en Marieke
… en neem een abonnement op Leesgoed en/of De Leeswelp. Dat helpt de bomen in het bos weer te onderscheiden.
Dat kan ik alleen maar beamen, Herman.
Iedereen aan Leesgoed en de Leeswelp! :-)
Deze boekjes heeft mijn zoon in het eerste leerjaar tot nu toe mee naar huis gekregen als leeshuiswerk:
Christina Guirlande, Twee klompen op stap (De sikkel – de uiltjes 1971)
a. de knop & j. pirreault, witveertje (de sikkel – de uiltjes – 1975) en witveertje op reis (1973)
Nathaniel Benchley & Arnold Lobel, Waar is Piep? (Ploegsma 1980)
Ik heb ze niet gelezen, maar mijn zoon heeft zelf gesignaleerd dat er fout gespelde woorden in staan, zoals de samenstelling beresoep. We zijn 2009. Blijkbaar weten de onderwijzers uit het basisonderwijs niet dat er in de laatste 40 jaar verschillende hervormingen van de spelling geweest zijn. Om nog maar de zwijgen over de gedateerde inhoud van die verhalen.
Gisteren hebben we onze zoon dan ook in een andere school ingeschreven. In de loop van dit schooljaar is zijn motivatie inmiddels tot onder het vriespunt gezakt. De onderwijzers van zijn school staan niet open voor een gesprek. Ik heb zelfs niet meer vermeld dat ik er niet achter kan staan dat hij boekjes in een verouderde spelling moet lezen. Ik laat het rusten en tel de dagen af tot het einde van het schooljaar. En ik hoop dat hij de volgende jaren betere onderwijzers treft.
Karin, komt er een artikel op ‘Vertel eens’ over boeken in het basisonderwijs?
@Hilde C.: dank voor de tip!:-)
Jullie brengen me op ideeën! Ikzelf heb een ab. op leeswelp en leesgoed. ik bekijk ook vaak deze en andere sites. En nu bedenk ik… misschien moet ik het voorstellen aan onze directeur en een leeswelp- en leesgoedab. voor de school vragen, gewoon eens proberen en zien hoeveel collega’s er bij de soep of de koffie naar grabbelen…