Kinderboekenweek: de liefde van een hongerige vos

Vos Lodewijk heeft honger, grote honger, en ‘wie honger heeft denkt aan eten en hoe je aan eten komt. Wie honger heeft denkt bijvoorbeeld aan eenden, aan eenden vangen, eenden eten – van die dingen’. Lodewijk laat zijn oog vallen op een eend die een ei zit uit te broeden. Maar het beest ontsnapt en de vos blijft achter met een ei. Daar kan hij roerei van maken, en dus neemt hij het mee naar huis. Maar daar barst het ei en komt een giechelend kuiken tevoorschijn, dat hem aankijkt en zachtjes ‘Mama-mama’ zegt. Omdat Lodewijk ‘nu eenmaal een man was en geen vrouw antwoordde hij: “Nee! Papa!”‘ En beseft dan pas dat een vos iets heel anders hoort te zeggen tegen een eend – en al zeker als het een hongerige vos is. Maar hij besluit de smulpartij uit te stellen, tot het kuiken groter is en dus zijn honger zal kunnen stillen.
Het vervolg laat zich raden. Dat is ook helemaal niet erg. Want het verhaal van de vos die steeds nieuwe uitvluchten voor zichzelf moet verzinnen omdat hij stiekem helemaag weg is van het kuiken, dat hij Oscar doopt, is verrukkelijk. Terwijl zijn maag regelmatig knort – ‘Oscar dacht dat het zomaar een geluid was, net zoiets als een wind of een nies. Maar Lodewijk wist wat het betekende. Niemand vergeet dat hij honger heeft.’ – voedt hij Oscar op als was het zijn zoon. En als er een tweede eend, Emma, in beeld komt, stelt hij het uit haar op te eten tot het moment waarop de prille liefde tussen de twee eenden over is en Oscar haar niet meer moet hebben. Een moment dat er nooit komt – daar werkt zelfs Lodewijk aan mee als Oscar op een dag ‘Kun je niet een beetje uitkijken!’ roept tegen Emma.
Emma staarde eerst naar Oscar en daarna naar Lodewijk, maar die zeiden allebei niets. Het was een akelige stilte. Dus nam de slimme vos zijn zoon apart en fluisterde: ‘Zo praat je niet tegen een dame, jongen. Dat kun je niet maken! Straks gaat ze bij ons weg! Wil je dat soms? Emma is een prachteend, dat heb je zelf gezegd.’
Vanaf dat moment vermenigvuldigt het aantal kuikentjes zich razendsnel. Ondertussen knort Lodewijks maag en droomt hij van een oven met een glazen deurtje waarin een goudbruine vogel langzaam ronddraait.
Al zijn eendjes van de Duitser Christian Duda is, eens de pointe duidelijk is, misschien niet het meest verrassende, maar wel een erg aandoenlijk en grappig en bovendien schitterend geschreven verhaal. Bijzonder fijn is de humor. Ook de illustraties, van Julia Friese, zijn intrigerend. Friese gebruikt verschillende technieken, en doet dat op een boeiende wijze, met prenten die zich in een onafgewerkt, soms schetsmatig stadium lijken te bevinden maar tch bijzonder expressief zijn. Bovendien heeft Friese de heel eigen humor van Christian Duda perfect weten te vatten in al even sterke visuele humor. Een heerlijk prentenboek!






Fantastisch boek. Een van de absolute toppers in mijn boekenkast. En ik ben blij dat je het ook over de illustraties hebt, Karin, want wat Julia Friese hier toont is de absolute top.
Ook ik ben verliefd op dit boek, (én op de illustraties, Stefan!)
Een poos geleden wijdde ik er een post aan op mijn blog: http://www.bloggen.be/sprokkels/archief.php?ID=367454