Het vergeten voorlezen (1)

Midden in deze Voorleesweek - die, gelukkig, weet dat je wat goed is niet moet weggooien onder het mom van vernieuwingszucht en dus al jaren vasthoudt aan de mooie slogan ‘Voorlezen, het leukste kwartiertje van de dag’ – wil ik een pleidooi houden voor het vergeten voorlezen.
Midden in deze Voorleesweek stel ik me graag voor hoe, aangemoedigd door het beetje extra aandacht dat er nu is, in Vlaamse huiskamers mama’s en papa’s, oma’s en opa’s een boek uit de kast halen, hun kinderen dicht tegen zich aan trekken en beginnen voor te lezen. (Zou het trouwens zomaar toevallig zijn dat de Voorleesweek in deze tijd van het jaar valt, nu de donkerte al van na schooltijd in de dagen kruipt en alles, van de smeuïgheid van zelfgemaakte chocolademelk tot de geur van kruidnoten, van tafels vol theelichtjes tot adventskalenders, om knusheid lijkt te roepen?)
Ik googlede even op een geschikt plaatje voor bij dit stukje, en vond de ene foto na de andere van voorlezende volwassenen met luisterende en kijkende kinderen. Kleine kinderen. Kinderen van de nog niet zelf kunnen lezende soort.
Want op de een of andere manier stopt voorlezen vaak wanneer kinderen zelf leren lezen. En dat is ontzettend jammer.
Stel, je hebt het geluk gehad voorgelezen te worden uit, ik noem maar wat, Ridder Prikneus (Daan Remmerts de Vries), uit Mijn vader (Toon Tellegen), uit Pelle kan het zelf wel (Joke van der Kamp) of uit Robin en God (Sjoerd Kuyper). En nu ben je zes. Nu moet die wondere wereld eindelijk voor je opengaan, de wereld van die priegelige tekens waar al die verhalen achter schuilgaan. Bij een kop smeuïge chocolademelk en een handvol kruidnoten oefen je je door woordblaadjes en, als het meezit, door een heus boek. Jet heeft een pet. Oe, doet de wind. De pet is weg. Waar is de pet?
Dat valt dik tegen als je
Door grille wouden gaat-ie,
ridder Prikneus de Fantast.
Op jonkvrouw Floortje heeft-ie
heel de middag al gepast.
Wie daar?
Wat daar?!
Een draak met tandenstokerig gebit!!
Ridder Prikneus wordt opeens
als de witte maan zo wit.
Hij trekt zijn tsjakkazwaard,
maar dat doet die draak geen zier.
Hij valt aan!
gewend bent.
Een kind dat veel wordt voorgelezen , heeft tegen dat het zes is, al een heel rugzakje vol literaire bagage. Het weet hoe verhalen zijn opgebouwd, het kan al complexere verhaallijnen aan, het kent archetypische personages, het lacht met grapjes die de schrijver uithaalt met taal of onverwachte wendingen. Met elk voorgelezen boek groeit ook hun verwachtingspatroon. Te eenvoudig wordt algauw ‘voor kleine kinderen’, Nijntje en Muis zijn voor het peuterbroertje. Als dat kind dan zelf leert lezen, stort heel die constructie van ervaringen en verwachtingen als een kaartenhuisje in elkaar. In de literaire ontwikkeling, die tot dan een gestage groei vertoonde, zit een duidelijke knik. Door de leestechnische beperkingen die onvermijdelijk bij het leren lezen horen – je leest nu eenmaal niet van de ene dag op de andere vlotjes ‘tandenstokerig gebit’ of ‘tsjakkazwaard’ – duikelt het niveau van het leesvoer dat ze onder ogen krijgen, nu om zelf te lezen, naar beneden. Toegegeven, er zijn leuke eerstelezersboeken, we hadden het er al over. Maar in de meeste gevallen zijn de korte zinnetjes en eenlettergrepige woordjes onvoldoende als bouwsteen voor het soort verhalen waar zo’n zesjarig voorgelezen kind naar hunkert. Bovendien kost het zelf lezen moeite, veel moeite soms, en tijd. Op het onmiskenbare plezier te worden voorgelezen volgt niet het verwachte leesplezier.
Daar is, gelukkig, heel eenvoudig wat aan te doen. Voorlezen.
Ontzeg je beginnende lezer niet het plezier van voorgelezen te worden, maar blijf hem trakteren op verhalen, net zoals je daarvoor deed, verhalen die met hem meegroeien. Zo houdt voorlezen het plezier in in taal vertelde verhalen warm en zorgt het voor continuïteit in de literaire ontwikkeling. En bovendien bied je telkens weer een onschatbare hulp: door voor te lezen geef je een voorbeeld van hoe die vaardigheid die een beginnende lezer onder de knie probeert te krijgen, in elkaar zit.
Voorlezen is het leukste kwartiertje van de dag, ook als je al zes bent en leert lezen.







Dat is prachtig gezegd Karin, en juist. Je hoort het zo vaak:”Mijn kind is geen lezer, het leest niet graag.” Maar ik heb nog nooit iemand horen zeggen:”Mijn kind houdt niet van voorlezen”. Als je een boek bovenhaalt, vallen zelfs de grootste belhamels langzaamaan stil. Zelfs al misten ze door al hun geweld het begin van het verhaal, het ritme van je stem, de rust, de mimiek op je gezicht, en wellicht ook de lamp boven jou en het boek of de andere kinderen dicht tegen je aan, het trekt hen allemaal over de streep. En dan kun je om het even welke tekst (bij manier van spreken) tot hen laten doorsijpelen. Die mooie zinnen en woorden, die gekke gedachtekronkels van, zeg maar, een Wim Hofman en noem ze maar op. Voorlezen, doen, tot ze zelf aan jou beginnen voorlezen- en daar nog lang voorbij!
In boekenvriendschap, Jet
Helemaal mee eens, Karin en Jet. Goed dat het eens expliciet (en zo mooi!) gezegd wordt.
Nicole
Helemaal waar! Hoera! Daar drink ik op!:-)