De bibliotheek: een wereld van A tot Z…?

Rekken vol boeken wachten je op wanneer je de bibliotheek binnenloopt. De geur van al dan niet oud papier waaiert je neusgaten in.
En toch. Ik ga niet graag naar de bibliotheek, of toch niet “als vanzelfsprekend”, laat ik het zo stellen.
Ik heb kamers vol boeken, waar ik graag naar kijk, en af en toe mijn handen laat dwalen over ruggen. Tegelijk bedenk ik dan: van het merendeel van deze schatten wil ik nooit meer af. Natuurlijk: van sommigen denk ik: deze lees ik nooit meer, na één keer het boek te hebben gelezen. Terwijl ik van andere boeken bedenk: Deze boeken zou ik NOOIT in de bibliotheek lenen: eeuwig zonde om ze weer te moeten terugbrengen. “Van mij!” denk ik wel eens. Ik moet er niet aan denken dat ik bijvoorbeeld Toon Tellegen alleen uit de bibliotheek zou lezen, en wel in tegendeel. Toen ik “Ze sliepen nog” las, lag het boek een week voor het verstrijken van de uitleentermijn, uit de boekhandel, op mijn nachtkastje. Om onbeperkt, zonder te moeten rekening houden met de uitleentermijn in de dierenverhalen te kunnen bladeren, om onbeperkt dingen en steeds nieuwe dingen te ontdekken. Of om te overdenken hoe mooi het verhaal is over “elkaar missen”. Om er maar eentje te noemen.
Ik heb net weer zo’n boek uit, waarvan ik het tot tranen toe, geloof ik, jammer zou vinden dat ik het moet terugbrengen: “De Kleine Odessa”: een boek vol boeken en beroemde schrijvers en personages, ontsproten uit de pen van die schrijvers. Nee, echt, ik moet er niet aan denken. Over dit boek later zeker meer.
Pieter Gaudesaboos heeft ook het talent om mij aan zijn boeken te binden, om net dezelfde reden: zijn boeken blijven vol verrassingen zitten.
Ik merk bij mezelf ook op dat ik een eigen boek aan een veel rustiger tempo lees dan een boek uit de bib. Dat moet snel, omdat ik het niet wil maken om een boete te moeten betalen voor het te laat terugbrengen van een boek. Ik geloof dat de bib voor mij een oord is van boeken die ik wel wil lezen, maar niet zo nodig hoef te hebben…
Met poëzie heb ik dat nog veel sterker, al is poëzie niet echt iets wat ik vaak koop. Maar als ik het koop, doe ik het wel van harte.

Vroeger kocht ik de boeken die ik las ook altijd eerst aan. Maar het probleem was dat ik daardoor nogal op safe speelde. Ik kocht boeken van auteurs die ik al kende of boeken die door resenscenten al goede kritiek hadden gekregen.
Maar sinds ik de bib heb ontdekt, neem ik heel veel boeken mee van auteurs die ik nog niet ken. Vallen ze tegen, dan voel ik me niet verplicht ze uit te lezen omdat ik er nu eenmaal voor betaald heb. En vallen ze mee, dan koop ik het boek toch nog. Zo heb ik al veel nieuwe auteurs leren kennen. En in mijn boekenkast bestaat volledig uit echte parels.
Tijdsdruk zit er bij bibliotheekboeken helemaal niet achter, want bij ons (en ik denk in de meeste bibliotheken) mag je tot twee keer verlengen, waardoor je de boeken negen weken kan houden.
Dus leve de bibliotheek! Op voorwaarde natuurlijk dat die een goed aankopenbeleid heeft.
Ik geloof dat het wel klopt, wat je zegt, maar ik geloof ook dat het ook is wat ik bedoel wanneer ik het over “lezen uit de bib en daarna aankopen” heb. Dus inderdaad: ik ben geen bibliotheeklezer pur sang…:-)
Dag Katrien en Stefan,
Vroeger was ik ook zo’n verwoed koper. Ik belandde veel vaker in de boekenwinkel dan in de winkel waarvoor het geld in mijn portemonnee stak. Na een goeie recensie in de krant of ts., had ik trouwens meestal geen geduld om te wachten op de aankoop in de bib…
Maar, onze muren staan vol, voller, volst. Mijn man, ook al zo’n lezer- maar gelukkig véél selectiever in aankoop dan ik- timmerde in al die jaren rekken en kasten en nog meer kasten en planken, tot ik tenslotte overging tot catalogeren en stapelen in kisten op zolder. Het kan niet meer. Ooit belanden wij in een boekengraf.
Dus: de bib! Leve de bib, behalve, inderdaad Katrien, voor dat ene boek, historische studie of die ene bundel die ik (of hij) echt wil houden. Maar dan écht wil houden. En waarvan we denken: die kunnen we ook doorgeven en uitlenen (als hij maar terugkomt- kun je dan ook zo ongelukkig zijn als dit ene boek niet meer terug komt???).
Jammer voor de boekhandel (hoewel ik toch nog genoeg NIET aan de verleiding weersta), maar het aantal lees- jaren drijven ons naar de bib. En dat kan ook een hele leuke plaats zijn!
In boekenvriendschap, Jet
@Jet: Oh ja: boeken uitlenen vind ik meestal gruwelijk!:-)
Ik zit nog met een ander probleem. Mijn zoontje (bijna anderhalf jaar) is ook begonnen met het verslinden van boeken (haast letterlijk dan). Op dit moment doet hij het nog met bibboeken en boekjes die we speciaal voor hem gekocht hebben. Maar ik weet niet wat ik ga doen als hij later geïnteresseerd gaat geraken in mijn eigen verzameling kinderboeken. Je moet weten dat ik die boeken als porcelein behandel. Best mogelijk dat ik de boeken die dan in mijn eigen boekenkast staan toch nog voor hem uit de bibliotheek ga lenen.
Oehhh, Stefan: sinds mijn neefje er is (hij is tien maanden en een beetje nu) kan ik daar VOLLEDIG inkomen! Haha! Freakerig hoor, al dat gebabbel over “porseleinen boeken”…:-)
Leuke berichtjes! Vreemde ‘problemen’ hebben boekenliefhebbers toch hé….
Time for another one…
Wat moet je met de vraag ‘boekhandel’ of ‘bibliotheek’ als je zelf in de bibliotheek werkt? Alle boeken uit de bib komen door mijn handen net voor ze naar de schappen gaan. Ik kan ze dus nagelnieuw lezen en het komt bij mij ook niet op een weekje. Boetes hoef ik niet te vrezen, ik grijp tijdig in… Maar mag ik al die nieuwste schatten in beslag nemen voor ik ze aan het publiek presenteer? Ik vind van niet. Elk nieuw boek gaat eerst naar het rek en de titels voeg ik toe aan mijn lijstje. Voor later eens. Dat dat lijstje na twintig jaar bibliotheekwerk ondertussen al heel lang is geworden, zal niemand verbazen.
Ik lees de nieuwste boeken dus altijd met vertraging uit de bib. En als ik het een heel mooi boek vind, een boek dat mij wellicht tot het einde van mijn tijden zal bijblijven, dan koop ik het. Dan komt het in mijn boekenkast en het blijft vaak ongeopend. Maar ik moet het hebben, het in mijn nabijheid weten, binnen handbereik.
Heb je al die boeken dan gelezen, vragen vrienden wel eens als ze fronsend voor mijn boekenkast(je) staan. Geen enkele, antwoord ik dan… Ze verklaren me gek, zeker als ik hen er dan bijvertel dat ik het boek eerder had gelezen uit de bib.
Niet de boeken, wij zijn het probleem….
Koen D’haene
Ik heb geen problemen met hoe ik voor “mijn” boeken “zorg” hoor!:-) Maar ik moet wel zeggen dat de bibliotheek me wel andere boeken kan bijbrengen, zoals bv wanneer ik van iemand hoor dat ik de “Hart van Inkt” boeken van Cornelia Funke, om er maar eentje te noemen, eens moet lezen. Die boeken wil ik zeker (nog?) niet kopen omdat ik echt niet weet of ze mijn ding zullen zijn. Of Tove Jansson. Per Nilsson kwam in eerste instantie ook gewoon uit de bib. De bibliotheek raakt ook nog zo makkelijk niet van me af. Maar mijn eigen boekenkasten: ‘t is een schatkamer op zich…:-)
Ik beschouw de bib een beetje als mijn heel uitgebreide boekenkast, waar anderen ook boeken mogen kiezen. Regelmatig loop ik de jeugdbib binnen en kijk dan of ‘mijn’ boeken er staan. Oef, ja, gelukkig of Hé, leuk te merken dat anderen dat ook een leuk boek vinden.
Ik ga spreken als ouderdomsdeken. Jarenlang heb ik dus mijn boekenkast beschermd en gekoesterd, nu nog. Maar ook mijn (getrouwde) kinderen (3) zijn verwoede lezers en mijn kleinkinderen doen al ijverig mee. Wat ik nu ervaar, is dat ik heel gemakkelijk boeken voor hen aankoop- recente titel, die dan niet meer in mijn boekenkast, maar in die van hen belanden. Mijn (volwassen) bibliotheek dreigt zo niet meer geupdated te zijn… De boeken circuleren van huis naar huis- en die huizen staan jammer genoeg ver weg van mekaar en over de provincie- en landsgrenzen. Waar haal ik mijn exemplaar dan? Juist, in de bib. Ik koop die boeken geen 2 of 3 keer, maar wachten valt soms ook moeilijk!
Oei, haha! Ik moet zeggen dat ik een boek dat ik echt echt echt goed vind, wel eens een keer of drie durf aan te kopen, en meestal zet ik er dan iets in voor de lezer voor wie ik het koop. “Jonkvrouw” is zo bij mijn zus terechtgekomen, net als “De Jongen in de gestreepte pyjama.” “Mag ik uw Harry Potter boeken lezen?” is een veel makkelijker vraag. “Natuurlijk”, antwoord ik dan, “ik krijg ze wel eens terug”. Laatst ook nog “De boekendief” gekocht voor zus, maar die vond het niet zo indrukwekkend als ik. Dat komt voor ja.:-)
Bij bibmedewerk(st)ers (die vaak ook te klasseren zijn onder boekenliefhebbers) lijkt het haast vanzelfsprekend te zijn dat ze ook thuis een eigen bibje hebben. Ik ben daar een uitzondering op. Ik koop heel zelden boeken (soms eens uit de afvoer van de bib waar ik werk, soms van elders die ik dan ook al eens na lectuur aan de bib schenk om met anderen te delen). Ik vind het zo handig dat ik al die materialen thuis niet hoef te stockeren. Ik heb natuurlijk het voordeel van 5 op de 7 dagen in een bib te vertoeven. En dat plaatsgebrek… dat kennen bibliotheken ook hoor! En een boek veroordelen tot zijn laatste rustplaats doet toch altijd een beetje zeer. Maar ja, zo is het leven hé: plaats maken voor het nieuwe. :-)