De doelgroep van ‘De schilder, de duif en de dingen’
Ook als er maar een hele kleine doelgroep voor bestaat, heeft een boek recht om uitgegeven te worden. Dat is helaas niet altijd de visie van de uitgevers, maar alleszins wel die van mij.
Maar bij het lezen van De Schilder, de duif en de dingen van Paul de Moor bekroop me toch de vraag of er voor dit boek wel een doelgroep is. Het boek vertelt het leven van kunstenaar Roger Raveel. Een biografie is het echter zeker niet. Eerder een sfeerbeeld van de plek waar Raveel opgroeide en hoe dat zijn artistieke loopbaan beïnvloed heeft. Het is niet de eerste keer dat Paul de Moor het leven van een kunstenaar als uitgangspunt neemt voor een boek. Eerder deed hij dat al in En iedereen ging op zijn mieren zitten…, een boek geïnspireerd op designer Ake Axelsson. En net zoals dat boek is ook De schilder, de duif en de dingen prachtig geschreven, heel poëtisch, met volzinnen om in te baden en heerlijk in te verdwalen. Laat ik dus duidelijk zijn: dit boek is een juweeltje. Punt.
Of toch niet punt? Want bij een kinderboek moet je je toch afvragen hoe zo een boek door kinderen wordt onthaald. Die kinderen moeten zich dan wel worstelen door zinnen als:
De kijkers schrokken. ‘Spiegels in de doeken,’ stamelden ze. Ze keken in mijn schilderijen en waren in mijn schilderijen. En mijn schilderijen keken naar de kijkers en waren in de kijkers. De kijkers zagen hun gezicht in mijn gezicht. Mijn schilderijen waren overal en werden één groot schilderij. Ze spiegelden de wereld. Mijn wereld. De kijkers namen mijn wereld in hun hoofd mee. Zo gaf ik het grote schilderij van het dorp en de rivier en de hemel aan mijn dorp terug. En de hemel waste zich in de rivier.
Wat doet een kind van 10, 11 of 12 – de leeftijd waarop dit boek zich profileert – met een boek wanneer het het openslaat en zulke zinnen leest? Denkt dat kind dan ‘Hier kan ik wat mee. Dit boek wil ik lezen’? Of kan je met zulke zinnen, hoe knap geschreven ook, toch geen tienjarige aanspreken? Wat zal er met dit boek gebeuren als een kind dit bijvoorbeeld voor zijn verjaardag cadeau krijgt? Hoeveel van die boeken zullen ongelezen in tweedehandsboekenwinkels belanden? En zal dit boek niet vooral door bibliotheken aangekocht worden om dan in een rek te verdwijnen en haast nooit uitgeleend te worden? Of zullen het bijna uitsluitend volwassenen met een hart voor jeugdliteratuur zijn die dit boek zullen waarderen? Maar kan je in dat geval nog wel spreken van jeugdliteratuur?
Er zijn kinderboeken die maar door weinig kinderen gesmaakt worden. En die kinderen die toch van zulke boeken houden mogen zich gelukkig prijzen. En het is maar goed dat er nog regelmatig zulke kinderboeken verschijnen. Er bestaan heel wat boeken waar een kind laagje na laagje kan blijven afpellen en telkens iets nieuws kan ontdekken. Maar die boeken hebben wel een basislaag die met kleine handjes naar de kinderen reikt.
Maar ligt deze keer de drempel niet té hoog?
Eigenlijk hoop ik stilletjes dat hieronder reacties zullen verschijnen van ouders die ervaren hebben dat dit boek wél werkte bij hun tienjarige zoon of dochter. Maar ook als u net als ik vreest dat kinderen niet zullen aangesproken worden door dit boek, mag je dat hieronder kwijt.

ik vond het een SUPERboek! Je kunt mijn recensie over het boek lezen op mijn blogje. Ik weet nog niet of het zal werken, maar ik hoop het van harte! Dit is een parel van een boek!
Dat het een heel knap boek is, daarover ben ik het met je eens, Katrien. Maar is het nog een KINDERboek? Zijn er uberhaupt wel kinderen die het zullen waarderen? Op de website van Lannoo staat dat het boek bedoeld is voor 10-12 jarigen.
En daar gaan we weer met dezelfde discussie, denk ik als ik Stefans overpeinzingen lees. Niemand weet wat ‘het kind’ denkt of aankan of waardeert, want ‘het kind’ bestaat niet. Zeker is wel dat elk boek zijn weg zal vinden naar een liefhebbende lezer. De ene keer komt het bij wat meer lezers terecht dan de andere, niet iedereen hoeft hetzelfde boek te omhelzen.
Ilan, mijn achterneefje van 4, kan op dit moment geen genoeg krijgen van Misschien wisten zij alles van Toon Tellegen, een boek dat volgens de NUR-301-aanduiding niet voor hem is weggelegd. Ilan houdt zich daar niet mee bezig – hij geniet gewoon. En dit prachtige boek van Paul de Moor komt er wel. Sterker nog: het is er al.
@Hans: hier drink ik op, want dat is helemaal waar, ik hou ook niet van dit soort discussies, omdat ze steeds op hetzelfde neerkomen.
Ik voer dat soort discussies ook niet zo vaak, precies omdat ik meestal aan de andere kant sta. Ik wil altijd wel graag geloven dat er wel een groep kinderen is die graag literaire boeken leest, zoals bijvoorbeeld Hans zijn achterneefje. Daarom dat ik mijn stukje ook begon met “Ook als er maar een hele kleine doelgroep voor bestaat, heeft een boek recht om uitgegeven te worden.”
Maar heel heel heel af en toe kom ik wel eens een boek tegen waarbij ik twijfel of zelfs die hele kleine groep kinderen die het graag zullen lezen wel bestaat. En bij dit boek had ik dat.
Dat er volwassenen zijn die dit een prachtig boek vinden moet niet meer bewezen worden. Dat hebben hier al drie mensen gezegd. Maar het boek wordt verkocht als kinderboek voor de leeftijd 10-12.
Ik volg Stefan toch wel hoor, Hans en Katrien. Ik vind dat je als volwassene de vraag ‘is dit wel een kinderboek?’ met héél veel schroom en voorzichtigheid moet stellen, áls je ze al stelt. Omdat inderdaad wat ‘het’ kind denkt of aankan of waardeert, zoals Hans schrijft. En voor iedereen die roept dat een bepaald boek toch niet voor kinderen is, kunnen we vast kinderen opvoeren die dan het tegendeel moeten bewijzen. (Net zoals die anderen kinderen kunnen aanhalen die het géén goed boek vonden, overigens…) Enige deemoed is gepast: weten wij uiteindelijk veel.
Maar betekent dat dat de vraag daarom nooit gesteld mag worden? Neen toch? Als een boek heel duidelijk als kinderboek wordt uitgegeven, mag je die keuze dan nooit dan in twijfel trekken? Ik doe het zelf heel, heel zelden omdat ik ervan overtuigd ben dat die kleine groep liefhebbende lezers-kinderen er meestal is.
Los daarvan, een tweede bedenking. Stefan schrijft: ‘Wat doet een kind van 10, 11 of 12 – de leeftijd waarop dit boek zich profileert – met een boek wanneer het het openslaat en zulke zinnen leest? Denkt dat kind dan ‘Hier kan ik wat mee. Dit boek wil ik lezen’? Of kan je met zulke zinnen, hoe knap geschreven ook, toch geen tienjarige aanspreken? Wat zal er met dit boek gebeuren als een kind dit bijvoorbeeld voor zijn verjaardag cadeau krijgt? Hoeveel van die boeken zullen ongelezen in tweedehandsboekenwinkels belanden?’ Daarbij denk ik dan weer: er zijn ook boeken die je kinderen niet gewoon in handen geeft en laat openslaan, er zijn ook boeken waar je samen in leest, ook als ze tien of elf of twaalf zijn. En dan verandert het plaatje misschien weer net een beetje.
Maar nu kruip ik onder de wol – mét ‘De schilder de duif en de dingen’. Morgen meer.
Toch nog even, een uitspraak van Bregje Boonstra in dit verband, uit een gesprek dat ik met haar had naar aanleiding van het verschijnen van ‘Wat een mooite’, dat verscheen in Leesgoed:
‘Ik denk dat niemand weet wat een kind graag leest, wat een kind mooi vindt, wat een kind aankan, waar een kind bang van wordt. Geen enkele recensent heeft daarover de waarheid in pacht. Ik heb lang in de jeugdbibliotheek gewerkt, ik heb op scholen gewerkt met boeken, ik heb eigen kinderen gehad met wie we veel met boeken hebben gedaan. Maar een uitspraak over of een boek wel of niet geschikt zou zijn voor een bepaalde leeftijd, die heb ik niet zo heel erg vaak gedaan. Ik heb wel altijd gelet op dingen die je kunt kwantificeren, bijvoorbeeld te moeilijke woorden. Sommige auteurs denken daar toch echt niet over na en schrijven dan bijvoorbeeld ‘participeren’ als ze ook ‘deelnemen’ kunnen schrijven. Daar kun je het natuurlijk over hebben.
Van bepaalde boeken kon ik best aan mijn water voelen dat er niet duizenden kinderen voor naar de kinderboekwinkel zouden hollen. Lieveling, boterbloem van Margriet Heymans vond ik zelf een heel bijzonder en mooi, maar ook heel moeilijk boek. Ik dacht: als ik zelf zo veel moet investeren om het verhaal bij mij binnen te laten komen, dan zou dat wel eens een probleem kunnen zijn voor kinderen. Maar later heb ik er een keer een voorstelling van gezien, gemaakt met kinderen van de basisschool, en die was werkelijk schitterend. Toen dacht ik: wat moet ik zeuren? Zo’n voorstelling maak je niet als kinderen helemaal niks in het boek zien en er niks van begrijpen.’
De leeftijdsaanduiding op een boek wordt bepaald door de uitgever. Vaak worden auteurs daar zelfs niet bij betrokken!
Als boekverkoper stel ik vast dat sommige leeftijden verkopen, en andere minder.
Dus een prentenboek met daarop 3+ verkoopt veel beter dan een prentenboek waarop 8+ staat….
En dat weten de uitgevers ook. Daarom wordt er soms een etiket op een boek geplakt dat er eigenlijk niet op hoort.
In Woeste Willem werk ik niet met bordjes en stickers en andere toestanden.
Elke klant is er één, elke vraag moet zorgvuldig beantwoord worden.
En de ene tienjarige verkoop ik met plezier een Wilde Kippenclub van Funke, terwijl ik de volgende tienjarige resoluut naar bovenstaande De Moor stuur.
Dat vind ik dan weer het heerlijke van mijn vak :)
Joke
Heb je van lezers al feedback gekregen over hoe boek van De Moor, Joke? Dan heeft Stefan alvast één antwoord op zijn vraag ;-)
Karin, heb jij het ondertussen gelezen?
En nu over ‘De schilder de duif en de dingen’. :-) Eergisteren gelezen met Stefans vraag in het achterhoofd.
Het probleem is, denk ik, niet zozeer dat dit geen kinderboek is. Maar dat het zijn hoge kwaliteit niet overal kan volhouden – en net bij die passages lijkt Stefan zich af te vragen: is dit voor kinderen? Ik vroeg me er, een redacteurspotlood bij de hand, eerder bij af: is dit niet een beetje louter schoonschrijverij?
Voor alle duidelijkheid: ik heb het over enkele fragmenten. Want er staat erg veel moois in dit boek. De Moor slaagt er vaak in om met weinig maar heel treffende woorden en vooral met verrassend sterke beelden de essentie van een moment te vatten. Prachtig! Maar af en toe vind ik dat het mooi willen schrijven de overhand neemt, wat te nadrukkelijk gebeurt. Jammer.
Ik had ook wel een beetje het gevoel dat in de laatste helft van het boek er blijkbaar een paar stukken in ‘moesten’ omdat bepaalde inhoudelijke elementen nu eenmaal in het verhaal hoorden. De oude meesters, wat Raveel van hen vond. CoBrA. De visie van de volwassen schilder. Na het sterke eerste deel, dat op heel impressionistische wijze een fragmentarisch portret schildert van de kunstenaar als kind, komt dat me bij momenten een beetje over als een ‘verplicht nummertje’. Vooral het stuk over CoBrA valt erg uit de toon. De metafoor, waarvan De Moor zich wel vaker bedient, is plots alle subtiliteit kwijt en komt gezocht en onnatuurlijk over. En daar zit ‘m voor mij iets cruciaals. Want zowel bij het CoBrA-stuk als bij het stuk over de oude meesters kon ik me voorstellen: hier wordt voorkennis gevraagd die tienjarigen gewoon niet hebben. En wat De Moor erover schrijft is te summier om het dan als jonge lezer op je eentje te redden, vrees ik. Bij de oude meesters, dat ik over het algemeen redelijk goed geschreven vind, kan ik me echter ook nog wel voorstellen dat ik zo’n tekst met een kind lees en er beeldmateriaal bijhaal om de schaarse woorden te stofferen. Het is op het randje, maar ik kan me er iets bij voorstellen. Bij het stuk over CoBrA kan ik me dat niet voorstellen, omdat de tekst me zelf helemaal niet aantrekt. Hoe zou ik een kind moeten warm maken voor een beeld dat ik zelf veel te vergezocht vind?
Als het schoentje ergens wringt in het boek, dan is het voor mij dáár. Bij de stukken die stilistisch uit de toon vallen en die ook mij als volwassen lezer niet kunnen overtuigen. Hoe kan ik dan denken dat ze een jonge lezer wél zouden overtuigen?
(Tussen haakjes: mijn zoon van zesenhalf heeft één hoofdstuk helemaal zelf gelezen (‘Zijn handen maakten dingen’), heeft er met mij over gepraat en begreep het duidelijk helemaal, ook de implicietere betekenissen en de metaforen, én zei: ‘Ik wil dat hele boek wel eens lezen.’ Benieuwd hoe dat verdergaat…)
Hier heb je de eerste 10-jarige die ervan genoten heeft. Mijn zoon is echt geen fervente lezer, en meestal laat hij te moeilijke boeken gewoon links liggen. Maar hij is verzot op beeldende kunst, dus De Moor ligt op zijn nachtkastje en daarin leest hij af en toe een stuk. Binnenkort krijgt hij er van mij een boek van Raveel bij, om de schilderijen waarvan sprake erbij te kunnen nemen. Want dat vind ik een minpunt: voor volwassenen is het wel duidelijk om welke werken het gaat, maar voor kinderen behoren die werken nog niet tot hun verworven kennis. Dus een beetje hulp is welkom…
Karin schrijft: “De metafoor, waarvan De Moor zich wel vaker bedient, is plots alle subtiliteit kwijt en komt gezocht en onnatuurlijk over. En daar zit ‘m voor mij iets cruciaals. Want zowel bij het CoBrA-stuk als bij het stuk over de oude meesters kon ik me voorstellen: hier wordt voorkennis gevraagd die tienjarigen gewoon niet hebben.”
Is het niet zo dat tienjarigen sowieso nog niet met moeilijke metaforen overweg kunnen, waar dit boek dan weer bol van staat?
Maar ik ben wel blij met de reacties van Karins en Tines zoontjes. Voor alle duidelijkheid: ik hoef mijn gelijk niet te halen. Ik zou niets liever hebben dat ik ongelijk blijk te hebben.
Stefan, wat je vraag over metaforen betreft: ik weet het niet.
Mijn zoontje heeft het hoofdstuk ‘Zijn handen maakten dingen’ gelezen. Dat is niet het moeilijste hoofdstuk, maar er zit wel metaforisch taalgebruik in. Mijn zoontje is zesenhalf en heeft me van elk beeld heel precies uitgelegd waarom dat er stond. Ik had dat zelf niet verwacht.
Wat mij bij leeftijdsaanduiding nog het meest stoort, is het feit dat kinderen die ouder zijn dan de genoemde leeftijd het dan nog zo moeilijk eens willen/durven vastnemen.
Er liggen zoveel schatten bij de kinderboeken (lees ook prentenboeken) waar jongeren nog zouden kunnen van genieten en over zouden kunnen discussiëren… maar ja, welke 15-jarige leest nu nog een boek dat voor 10 – 12-jarigen of jonger nog, is bedoeld? Spijtig toch?
Hilde,
Ik ben er momenteel over aan het denken om in de bib waar ik werk eens een stand jeugdboeken op de volwassenafdeling te plaatsen. Om maar duidelijk te maken dat veel boeken geen bovengrens hebben.
prachtig!!
@Stefan: leuk idee! Doen!
webmaster je kan me weg modden maar het klopt allemaal .
[...]
@terpost
Dit is een weblog over kinderliteratuur en leesbevordering, waar over boeken gepraat wordt. Persoonlijke aanvallen op auteurs (of wie ook) maken geen deel uit van het zinvolle gesprek over kinderboeken dat wij hier wensen en worden dan ook verwijderd.
Als u meent een zinvolle bijdrage te kunnen leveren over de onderwerpen waar het hier om gaat, bent u welkom.