Winters wit
Ik kan het niet helpen. Ondanks alle 900 km lange verkeersellende, ondanks de kinderen die hopeloos te laat waren op school, ondanks de lange rit die nog moet komen, vind ik het mooi, al dat wit. En ik blijf het mooi vinden, ondanks de gewenning die deze winter stilaan zou moeten beginnen optreden.
Voor wie net als ik niet genoeg kan krijgen van al die sneeuw, enkele boeken die al even mooi winters wit kleuren.
Laat me maar meteen beginnen met een pareltje: Sneeuw! van Komako Sakai, bekroond met een Zilveren Griffel 2009. Konijn mag op een doordeweekse winterdag zomaar uitslapen. Het sneeuwt zo hard dat de bus niet rijdt en de school dicht is. Sneeuw is opwinding en buiten willen spelen, maar sneeuw is ook met grote ogen kijken naar een wereld die er plots helemaal anders uitziet: ‘Het is koud en muisstil. Er rijden geen auto’s. Er is niemand op straat. Het is zo stil dat we de sneeuw horen vallen. ‘Het is alsof we alleen op de wereld zijn, mama.’ Sneeuw is ook een dag die lang duurt en die gevuld wordt met een kaart spelen, zolang het weer buiten te guur is. Sneeuw is ook een papa die niet naar huis kan omdat de luchthaven dicht is. Sneeuw is lang na bedtijd naar buiten gaan om sneeuwballen en sneeuwmonsters te maken. De Japanse auteur en illustrator Komako Sakai heeft in sobere, verstilde prenten vol traag naar beneden dwarrelende vlokken en de eenvoudige tekst perfect de sfeer van een ondergesneeuwde wereld opgeroepen. Een prachtig prentenboek!
Veel kleurrijker en drukker is het kijk- en zoekboek Wat een winter! van Rotraut Susanne Berner. Prachtige grote prenten, boordevol details, boordevol personages en verhaaltjes die je kunt volgen doorheen het boek en die het beeld schetsen van een winterse dag in en rond een stad. Je raakt er niet op uitgekeken! Een heerlijk kijkboek, om eindeloos vaak in te kijken en te zoeken en bij te vertellen en te fantaseren.
(En voor wie er écht niet genoeg van krijgt: dit boek is eigenlijk het eerste in een reeks van vier boeken, over dezelfde stad in de vier seizoenen. En als toemaatje is er ook nog een boek over diezelfde stad ‘s nachts.)
Nog een prentenboek zonder woorden: De sneeuwman van Raymond Briggs, een soort tekstloze strip, waarin een sneeuwman ‘s nachts tot leven komt. Eerst wordt hij door de jongen des huizes ingewijd in de voor hem onbekende binnenshuiswereld, wat een verrassende kijk oplevert op voor ons dagdagelijkse voorwerpen en gewoonten. Dan neemt hij de jongen mee op een soort nachtelijke droomvlucht door de lucht, over landschappen en steden, die pas eindigt als de dageraad eraan komt. Als de jongen ‘s ochtends wakker wordt en naar buiten rent, is van de sneeuwman enkel een smeltend hoopje over. Het boek, dat in 1978 voor het eerst verscheen, is terecht een klassieker geworden, die vele malen herdrukt is en ook verfilmd werd.
Ook in Miki en de sneeuwpop van Milja Praagman speelt een sneeuwman, of in dit geval een ‘sneeuwpop’, een belangrijke rol. Het Eskimomeisje Miki kent wel honderd woorden voor sneeuw van akillukkak (zachte sneeuw) en milik (héél zachte sneeuw), waar ze een sneeuwpop van maakt, tot auksalak (smeltende sneeuw), als het voorjaar komt en ze afscheid moet nemen van haar sneeuwpop. Een fijn verhaal met mooie, wat naïeve tekeningen, waarin de andersheid van de taal van de Eskimo’s voor een leuk extraatje zorgt: ‘Honderd woorden voor sneeuw en maar één voor zonneschijn…?’ (Al had het boek voor mij gerust op op die mooie vraag mogen eindigen, en niet op het wat expliciete antwoord.)
Een boek dat wellicht nauwelijks aanbeveling nodig heeft, is Kikker in de kou van Max Velthuijs, in 1993 bekroond met een Zilveren Griffel én een Gouden Penseel. ‘Op een ochtend toen Kikker wakker werd, merkte hij meteen dat er iets veranderd was in de wereld.’ Alles is wit geworden. En koud. Anders dan zijn vriendjes, die zich reuze amuseren in de sneeuw, vindt hij er niets aan. Hij vriest zelfs bijna dood, maar gelukkig vinden zijn vrienden hem nog net op tijd. Ze omringen hem met veel warmte en goede zorgen. Met weinig woorden en prenten, die elk op zich wel een schilderijtje lijken, vertelt Velthuijs een eenvoudig maar warm verhaal. Laat u overigens niet verleiden tot het kopen van Kikker en de sneeuwman, een van de titels die uitgeverij Leopold na de dood van Max Velthuijs op de markt bracht met de vermelding ‘naar Max Velthuijs’. De figuren zijn verworden tot vlakke karikaturen van zichzelf, slappe afkooksels van de expressieve dieren van Velthuijs. Jammer dat het werk van een groot talent met zo weinig zin voor kwaliteit uitgemolken wordt.
Voor wat oudere kinderen is Om acht uur bij de ark van Ulrich Hub en Jörg Mühle een absolute aanrader. Drie pinguïns, twee grote en een kleinere, spelen de hoofdrol in een sublieme bewerking van het bijbelse verhaal van de ark van Noach. De drie vullen de tijd regelmatig met ruziemaken,, maar als blijkt dat er een zondvloed op komst is en er maar twee pinguïns mee mogen op de ark, blijkt hun warme vriendschap: ze besluiten de kleinste in een koffer mee aan boord te smokkelen. Dat leidt tot komische situaties, maar ook tot vragen en twijfels over God en geloof, waarin ruimte gelaten wordt voor verschillende visies. Meesterlijk zijn de dialogen, die ondanks de soms grote vragen van een verbluffende lichtheid zijn. Een humoristische en filosofisch kleinood.







mooie keuze. Proficiat!
Tips voor de kleinkinderen.
De boeken ‘naar Max Velthuijs’ zijn inderdaad veel vlakker.
Maar ik heb me laten vertellen dat dat noodzakelijk was voor de tekenfilms. Het zijn namelijk filmpjes (die ik best wel leuk vind), en daarvan zijn dan deze eenvoudige boekjes gemaakt.
Iemand van de uitgeverij vertelde me dat Max Velthuijs zijn fiat hiervoor gegeven had, kort voor zijn overlijden. (wat me een beetje geruststelt)
De originelen blijven topboeken! Maar de nieuwe, eenvoudige reeks kan ook een fijne uitbreiding bij de tekenfilms zijn, denk ik.