Het leesleven zoals het is (3)
Op de site van de Jeugdboekenweek kunnen kinderen een stemtest doen. Aan de hand van vijf stellingen kunnen ze hun mening geven over boeken en lezen. Geconcentreerd overloopt Groot Ventje telkens de mogelijkheden. Bij ‘Alle kinderen hebben het recht om zelf te kiezen wat ze lezen’ vindt hij toch dat mama en papa tips mogen geven, ‘maar dat van Geronimo Stilton vind ik natuurlijk ook waar!’. ’Alle kinderen hebben het recht om eigen boeken te hebben’, daarbij kan hij zich in huis barstensvol boeken niet zo heel veel voorstellen. En bij een boek vragen als cadeau al helemaal niet. Boeken vraagt hij als hij ’s ochtends de auto in stapt: ‘Mama, heb je nog een nieuw boek voor me?’ Bij ‘Alle kinderen hebben het recht om elke dag voorgelezen te worden’ fronst hij. ‘Ik ben te oud om voorgelezen te worden, ik wil zelf lezen!’ Zo had hij het nog niet bekeken. Kun je te oud zijn om voorgelezen te worden? Maar er staat: ‘Voorlezen, dat is iets voor mijn kleine zus. Daar ben ik al te oud voor. Ik kan zelf al zo goed lezen.’ Een dilemma voor een bijna-zevenjarige, die elke avond geniet van het voorleeskwartiertje of -halfuurtje, maar die ook vooral niet klein wil zijn, maar zo graag groot. ‘Voorlezen mag maar niet elke dag’, klikt hij ten slotte aan. ‘We zouden kunnen afspreken dat jullie op zondagavond niet voorlezen,’ zegt hij, ‘en dat ik dan zelf lees.’ Dat hij dat sowieso al elke dag doet, dát is geen argument.
Een halfuurtje later is het voorleestijd. Maar het is ook zondag. ‘Je mag natuurlijk wél voorlezen uit het boek dat ik zelf aan het lezen ben’, zegt Groot Ventje ineens. Want voorlezen blijft leuk, ook als Grote Ventjes groot worden.

