Toegankelijk en goed
Wat is dan wel een toegankelijk én goed gemaakt boek voor tieners? Ik beveel er graag een aan, bij wijze van voorbeeld: Sigi en Julia van Jan Simoen.
Sigi – voluit Sigiswald – Vandebeek is een prototypische puber, met een eigen kijk op de wereld om hem heen, een grote drang om die kijk wereldkundig te maken, een al even eigen stem en veel humor, die niet gespeend is van cynisme, overdrijvingen en karikaturen. In het vorige boek over Sigi, Goed bezig, Sigi, zorgde dat laatste er nog wel eens voor dat de auteur over the top ging en de geloofwaardigheid in het gedrang kwam. Sigi en Julia is in dat opzicht een veel evenwichtiger boek. Dat komt doordat de twee meest karikaturale personages, Sigi’s vader en diens nieuwe vriendin, verdwenen zijn, maar ook doordat heel het boek een sterke rode draad heeft meegekregen, die de vele grapjes en overpeinzingen stevig bijeenhoudt.
Als het geheime dichtersclubje waar Sigi deel van uitmaakt, door een leraar betrapt wordt tijdens een bijeenkomst, stelt die hen voor de keuze: stoppen met bijeenkomen of meedoen met het schooltoneel. Anders dan zijn kompanen vindt Sigi dat laatste niet erg: ze gaan immers Romeo en Julia opvoeren en zijn kersverse vriendinnetje Heidelinde doet ook mee. Hij ziet hen beiden al schitteren in de hoofdrollen. Heidelinde wordt inderdaad Julia, Sigi krijgt een koude douche: de rol van Romeo gaat naar zijn beste vriend Deevid en zelf mag hij… pater Lorenzo spelen.
De stukken waarin verteller Sigi verslag doet van hoe zijn leraar Vandrommeling het beroemde verhaal van Shakespeare navertelt, zijn bijzonder geslaagd. De namen Montague en Capulet – ‘ik ben zó slecht in namen, maar het kan ook zijn dat ik even niet goed geluisterd heb’ – vervangt Sigi gemakshalve door Peeters en Janssens.
‘En nu komt het!’ riep Vandromme en hij sprong overeind. Hij pakte een krijtje en hij schreef een V en een M op het bord: ‘Kijk dit is Verona, en dit is Mantua. En dit is dat kleine, dikke patertje op zijn kleine, dikke ezeltje, de booschapper van pater Lorenzo…’ En hij tekende een traag stippellijntje op het bord. ‘… en dit hier is de vriend van Romeo op zijn snelle renpaard…’ En hij tekende een pijlsnelle dikke lijn op het bord. ‘Zien jullie wat er gaat gebeuren?’
Wij keken allen doodstil toe, bleek van de spanning, en geen van ons durfde nog iets te zeggen, nu zeker niet meer, maar toen hoorden we een stem op de achterste bank: ‘Oh fuck! Dat ezeltje!’
Vandromme knikte droevig naar Alex. ‘Precies, Alex, jij ziet het! De boodschapper met het goede nieuws komt net te laat. En de boodschapper met het slechte nieuws komt net te vroeg.’
Het verhaal is humoristisch, bij momenten op het dolkomische af. Sigi vertelt in een razendsnel tempo en mixt daarbij moeiteloos eigen gedachten en opvattingen met feiloos weergegeven dialogen. Hoe overdreven ze soms ook klinken in hun uitlatingen, Sigi en zijn vrienden komen los van de pagina’s als echte, authentieke tieners, die nu eenmaal graag overdrijven, af en toe. Sigi en Julia pretendeert geen ‘Grote Literatuur’ te zijn, maar het is wél heerlijk hilarisch leesvoer.








Maar dat is nu eens helemaal waar zie!:-) Ach ach, mijn arme treingenootjes…:-)
Zoenboeken, helemaal! Jaja.