Geen Crowther te krijgen
Enkele weken geleden werd bekendgemaakt dat Kitty Crowther de prestigieuze ALMA heeft gewonnen, de Astrid Lindgren Memorial Award, hier en daar ‘de Nobelprijs van de kinderliteratuur’ genoemd en goed oor het duizelingwekkende bedrag van een half miljoen euro. Meteen dé gelegenheid om haar werk te ontdekken of herontdekken. Wie daarvoor niet in de eigen boekenkast terecht kan, kan maar beter richting bibliotheek trekken, want in de boekhandel kom je onverrichter zake terug.
Tot die vaststelling kwam ook Standaard-journaliste Elke Mussche: ‘Maar in Vlaamse boekhandels is geen enkel boek van Crowther te vinden, hoewel ze er al meer dan dertig schreef en illustreerde, en bovendien samenwerkte met schrijvers als Toon Tellegen en Bart Moeyaert.’
Dan wint er eens een Belgische een kanjer van een prijs, maar is er in het Nederlandstalige deel van het land – en in buurland Nederland - geen werk van haar verkrijgbaar. Een oeuvre dat een internationale jury zo prachtig en belangwekkend vindt dat ze er de ALMA voor krijgt, welteverstaan. Onvoorstelbaar!
Elke Mussche wou er meer van weten en informeerde bij de uitgever van de Nederlandse vertalingen van Crowther, uitgeverij Querido. Bärbel Dorweiler, uitgeefster van Querido Kinderboek, vertelde haar: ‘We overwegen om één titel te herdrukken, maar dat kost allemaal tijd.’ Eén titel. Eén titel uit dat oeuvre dat die internationale jury enz. enz.
Ondertussen hoopt de Franstalige uitgeefster van Crowthers oorspronkelijke werk, Odile Josselin van uitgeverij Pastel, dat Querido die beslissing snel neemt: ‘Als ze nog lang treuzelen, zijn alle mensen Kitty Crowther al vergeten. Als dit blijft aanslepen, moeten we in zee gaan met een andere uitgever. Enkele Vlaamse uitgeverijen hebben hun interesse al laten blijken.’
Ondertussen zoekt u in de boekhandel tevergeefs naar een van die o zo bijzondere boeken. Joke Guns van Kinderboekhandel Woeste Willem in Aalst verwijst klanten die naar het werk van Crowther vragen noodgedwongen ‘naar een paar goeie tweedehandssites’. Ze wijst erop dat dit geen alleenstaand geval is. ‘Sommige uitgeverijen houden hun mensen lekker lang in voorraad (Eenhoorn bijvoorbeeld) wat in mijn ogen van respect voor je auteurs getuigt. Maar andere uitgevers, zoals Lannoo en Querido, dumpen snel. Het verhaal van Slimme Krol van Gerda Dendooven was bijvoorbeeld absurd snel uitverkocht, zonder herdruk.’
Crowther staat dus, helaas, niet alleen. Er worden tegenwoordig gigantisch veel kinderboeken – en boeken tout court – uitgegeven. Het verschijnsel werd al aangekaart door Sjoerd Kuyper, en vormde ook stof tot discussie op de Middag van het Kinderboek, die Ted van Lieshout en Hans Hagen vorig najaar organiseerden. Ik besprak de achtergronden ervan in het oktobernummer van De Leeswelp. Een van de gevolgen van die enorme overproductie is dat de tafels van de boekhandels stilaan kreunen onder de toevloed van nieuwe boeken:
‘Terwijl de ene nieuwe titel nog maar zijn weg naar de tafel gevonden heeft, rolt de volgende al van de drukpers. Als dan het laatste exemplaar van de stapel verkocht is, kan het wel eens gebeuren dat de boekhandelaar ‘opgelucht adem haalt: oké, die is weg. Want dan staat het Centraal Boekhuis alweer voor de deur met palets vol nieuwe titels die weer een plek moeten krijgen’, bekent [boekhandelaar] Caroline Damwijk. Met die zucht van opluchting eindigt het leven van veel boeken voortijdig. Liesbeth ten Houten: ‘Vroeger was het leven van een boek veel en veel langer. Nu verdringen de boeken elkaar. We zouden soms graag iets willen herdrukken, maar dan zegt de boekhandel: nee, hoeft niet, want er komt alweer een nieuwe lading boeken.’
Het effect is tweeërlei. Enerzijds wordt de tijdsdruk erg groot. Een boek heeft maar een korte spantijd om zich te bewijzen, om opgemerkt te raken. Stijn Aerden spreekt in dit verband over de ontstellend korte termijn van zes weken: ‘Door het enorme aanbod en de hypes wordt de omloopsnelheid van een boek steeds groter. Als het niet binnen een week of zes is opgemerkt, verdwijnt het stilletjes via de achterdeur weer naar buiten.’ Een nominatie voor een prijs kan een tweede kans bieden, anders wacht vaak de verramsjing of verpulping.
Anderzijds staan ook de herdrukken onder zware druk. Commercieel is een herdruk vaak – de bestsellers niet te na gesproken – minder interessant dan een nieuwe titel. Voor het vormen van een canon van de kinderliteratuur is zoiets natuurlijk ronduit nefast. Sjoerd Kuyper: ‘Ieder jaar verdwijnt een klassiek Nederlands jeugdboek in de vergetelheid, het afvoerputje van het nieuwe uitgeven. Nergens meer te krijgen. Dat is onverteerbaar.’’
Met een beetje geluk verschijnt er dit jaar één herdrukje van een boek van Kitty Crowther, een half jaar na die schitterende prijs. Ondertussen zijn de Francine Oomens en de Geronimo Stiltons niet aan te slepen. Begrijpe wie het kan.








Haar boeken zijn wel aanwezig in de Centrale Bibliotheek Amsterdam (waar ik werk). Zie http://www.oba.nl. En toevallig heb ik laatst een van haar boeken gekocht (mijn lievelingsboek: Mini gaat naar de film), maar dat was inderdaad bij De Slegte, een ramsjwinkel. Ik vond het een beetje beschamend dat haar boeken daar lagen, had de neiging om alle titels te kopen!
Ook Bol.com biedt uitsluitend 2ehands, alleen dat boek van Toon Tellegen (De verjaardag van de eekhoorn en andere verhalen) is nog nieuw verkrijgbaar.
Wie nog op een boek van Kitty Crowther zoekt, moet zich naar deSleghte reppen. Die hebben zelfs 2 titels in de rekken liggen.
Het blijft me verbazen: waarom valt de massa toch zo op slechte boeken? Dat ze een hype zijn kan niet alles verklaren. Waarom zijn ze een hype? Waarom wordt een goed boek haast nooit een hype?
Ja, dat is onwaarschijnlijk.Een trouwens, Het verhaal van slimme krol is NIET uitverkocht – het ligt voor 5 euro in de Slegte. Schaamtelijk! Schaamteloos! Wraaaagh!
@Silvie: Da’s mijn boekhandelinsteek, vrees ik.
Boeken die niet meer in ‘gewone’ boekhandels te bestellen zijn (al wordt mijn boekhandel ook wel ongewoon genoemd), rangschik ik onder ‘uitverkocht’.
Ze zijn vaak snel verramscht, en dat vind ik soms wel behoorlijk boekonwaardig en auteuronvriendelijk.
Een magere troost, ik weet het, maar is wel degelijk íets leverbaar van Kitty Crowther: ze illustreerde Het feest van eekhoorn van Toon Tellegen.
@Deborah: gelukkig is er nog de bibliotheek!
@Ingrid: dank voor de Sleghte-tip! Allen daarheen, zou ik zeggen! Welke titels liggen daar?
@Groene Waterman: het door Crowther geïllustreerde boek van Toon Tellegen is héél mooi (allen naar de Groene Waterman of Woeste Willem, zou ik zeggen), maar ze heeft de ALMA denk ik niet zozeer voor haar tekentalent gekregen, wél voor de verhalen die ze zelf, in woord en beeld, vertelt. Jammer dat daar niks meer van te vinden is…
Of ze nou (gelukkig) toch nog ergens tweedehands te vinden zijn of niet, het blijft onvoorstelbaar dat met zo’n oeuvre niet met meer respect wordt omgesprongen.
Leve de Groene! Ik ging net hetzelfde zeggen! en @Silvie: ik moet ook vaak huilen als ik zie welke parels er soms al na een maand ofzo, in de sleghte belanden…:-(
@Groene: not good enough! Ik wil de Mini-boeken terug!
Ook gelezen dat er postzegel uitkwam van Kitty Crowther en Gerda Dendooven? Die is ook al helemaal onvindbaar…
Als ik dit allemaal zo lees ben ik nog gelukkiger met al mijn Kitty Crowther boeken.
Ik heb ze gewoon gekocht als ze in de boekhandel lagen. Jammer genoeg deden te weinig anderen dit toen ook…
Zijn uitgevers slechte mensen?
Het moet maar eens hardop gezegd worden: een talent voor zakelijkheid is voor een literaire uitgever bittere noodzaak, en niet alleen omdat literaire uitgeverijen in het culturele veld tot de weinige organisaties behoren die het zonder directe overheidssubsidiëring moeten stellen. Banken en mediaconcerns zijn lang bereid om te investeren in het symbolische kapitaal dat de literatuur vertegenwoordigt, maar als de aandeelhouder aan de macht komt, of de nood aan de man, blijkt het economische kapitaal ook in literaire uitgeverijen doorslaggevend.
Dat is niet per definitie een probleem, dat is een gegeven. Een gegeven dat niet van vandaag of gisteren is, en dat niets te maken heeft met de crisis die de economie nu teistert, maar dat al eeuwenlang de basis vormt onder het literaire uitgeverijbedrijf.
Johannes Marius Meulenhoff, de oprichter van uitgeverij Meulenhoff, schreef in 1924 in zijn voorwoord bij de prospectus waarin hij zijn fonds presenteerde: ‘De titels der boeken zeggen U op welk gebied ik mij het liefst beweeg, zij spreken U van mijn liefde voor literatuur, taal en geschiedenis en ik kan U zeggen, dat ik aan al deze boeken mijne genegenheid en toewijding gegeven heb, doch ook mijn arbeid als handelsman, voor zoover een uitgever als handelsman te beschouwen is. Zeker, een uitgever moet wel degelijk koopmanschap bezitten, doch daarnaast moet hij aan zijn koopwaar “geest” geven, zoodat zijn boeken leven. Dat leven wordt meestal er in gelegd door den auteur, maar in niet geringe mate werkt de uitgever mee, om dien geest te doen spreken tot het publiek. Is het een wonder dat hij van zijn boeken gaat houden, dat de arbeid, die aan het uitgeven verbonden is, hem een lieve taak wordt?’
Meulenhoff, en ook tijdgenoten als Querido, Nijgh, Van Ditmar en Veen, wisten ooit precies hoe ze het symbolische en economische kapitaal in hun uitgeverijen in evenwicht konden houden. Het is dat het genre van de literaire thriller nog moest worden uitgevonden, anders hadden ze zich daar zeker aan gewaagd. In plaats daarvan financierden ze hun ideaal (bij veel van de laat-negentiende-eeuwse uitgevers was dat de verheffing van de lezer door middel van goede Nederlandstalige en vertaalde literatuur) door de uitgave van bijvoorbeeld etiquetteboekjes voor jongedames, of handleidingen voor de aquariumhouder, of tekstboeken met populaire liedjes voor het slapengaan. Wie de moeite neemt om de oude fondslijsten van literaire uitgeverijen te bekijken, vindt er tal van opmerkelijke en beslist niet literaire uitgaven die het mogelijk maakten dat er óók dichtbundels verschenen, en essays, en verhalenbundels, en brievenedities, en debuten, en prentenboeken – boeken die per definitie voor een klein publiek geproduceerd werden.
Ook anno 2010 is winst maken voor een literaire uitgeverij geen doel op zichzelf, maar wel een noodzakelijke voorwaarde om een brede groep schrijvers de mogelijkheid te bieden een rol van betekenis te spelen in het literaire, culturele en maatschappelijke debat. Het overgrote deel van de boeken die een uitgeverij in haar fonds heeft, is niet winstgevend maar komt tot stand door middel van zogenoemde interne subsidiëring: de productie en de opslag ervan wordt betaald uit de winst die wordt gemaakt op bestsellers. De dichtbundels, de essays, de verhalenbundels, de brievenedities, de debuten en de prentenboeken – ze kunnen worden geproduceerd en op voorraad gehouden bij de gratie van schrijvers die wél door een groot publiek worden gelezen. Maar omdat die schrijvers niet elk jaar een nieuw boek schrijven, en ook niet elk jaar even succesvol zijn, kunnen er niet elk jaar dichtbundels, essays, verhalenbundels, brievenedities, debuten en prentenboeken verschijnen, en kunnen de opslagkosten van alle dichtbundels, essays, verhalenbundels, brievenedities, debuten en prentenboeken niet elk jaar worden opgebracht. Vandaar dat boeken (overigens nooit eerder dan een jaar na hun verschijnen) soms in prijs moeten worden opgeheven en in de ramsj gaan. Kapitaalvernietiging is dat – en er is werkelijk geen uitgever die ertoe zou overgaan als hij nog een sprankje hoop had om voor de liggende voorraad tegen reguliere prijzen kopers en lezers te vinden…
Aan schrijvers, en zeker voor schrijvers die niet kunnen leven van hun pen, blijkt dat overigens niet gemakkelijk uit te leggen. In zijn pamflet ‘Sisyphus’ bakens’ richt Jeroen Brouwers zijn giftige pijlen niet alleen op de toenmalige Nederlandse cultuurminister Plasterk, die het geldbedrag dat verbonden is aan de Prijs der Nederlandse Letteren pas verhoogde nadat Brouwers die prijs geweigerd had, maar ook op uitgevers, die, aldus Brouwers, onredelijk veel verdienen aan het geestelijk eigendom van schrijvers. En hij is niet de enige. Sjoerd Kuijper trok in zijn Annie M.G. Schmidt-lezing fel van leer tegen uitgeverij Nieuw Amsterdam, die weigerde zijn complete backlist leverbaar te houden. Zulke schrijversklachten zijn van alle tijden. De brieven die schrijvers als Couperus en Reve aan hun uitgevers stuurden, getuigen van vriendschap en vertrouwen – maar als het misging, was de inzet van het meningsverschil altijd terug te voeren op het geld dat met hun boeken verdiend werd.
Daarmee wil ik niet gezegd hebben dat de klachten van Brouwers, Kuijper en andere schrijvers niet serieus genomen moeten worden, integendeel. Zoals de econoom Arnold Heertje zei in zijn openingstoespraak bij het Nationaal Uitgeverscongres in 2009: ‘Alles wat een ondernemer doet, en dus ook een uitgever, moet gericht zijn op behoeften van mensen. Dat bent u uit het oog verloren.’ In het economische klimaat van de afgelopen tien jaar is het denken in termen van rendementen en bonussen zó gewoon geworden, aldus Heertje, dat ook uitgevers van de gulden middenweg dreigen af te raken. Het is kritiek die uitgevers maar beter ter harte kunnen nemen, al is het alleen om zo nu en dan pas op de plaats te maken en te reflecteren op hun doelstellingen. Want waarom was het ook alweer, dat een uitgever niet alleen een literatuurliefhebber kan zijn, en ook niet alleen een koopman? Maar hoe moet je het dan combineren, het zakelijke inzicht en het belang van de uitgeverij als collectief enerzijds, en literaire inzicht en het belang van de individuele schrijver en lezer anderzijds?
Die belangrijke vragen durven uitgevers zich evenwel nauwelijks nog te stellen. Maar het zijn de vragen waar het in laatste instantie echt om draait. Want welke waarde hechten uitgevers aan de literatuur? Waarom zwijgen ze als de literatuur uit het curriculum op scholen verdwijnt? Wie suggereert dat er een verband bestaat tussen literaire kwaliteit en een positie in de bestsellerlijsten? Waarom nemen uitgevers niet de moeite om aan schrijvers en lezers uit te leggen dat boeken die niet verkocht worden niet jarenlang op voorraad gehouden kunnen worden? Waarom zetten ze, anders dan de generaties voor hen, de literatuur niet in voor het bereiken van hun idealen?
Zulke vragen moeten de uitgevers van de eenentwintigste eeuw tot diep nadenken dwingen, is mijn stellige overtuiging. Want uitgevers zijn geen slechte mensen. Maar niets menselijks is ons vreemd.
Annette Portegies (directeur uitgeverijen Querido, Nijgh, Athenaeum, Leopold, Ploegsma)
Allemaal zeer waar. Ik ken dan ook geen uitgever die niet van boeken houdt. Maar wat blijft, is het verschil tussen uitgeverijen die ook boeken op hun backlist in het zonnetje blijven zetten (zoals Lemniscaat) en uitgeverijen waarbij de doorloop veel sneller is. Dat zijn misschien eerder strategische of ideologische dan economische keuzes.
Floortje heeft zeker een punt.
En er is echt een wezenlijk verschil tussen de houdbaarheidsdatum van romans, 10 jaar geleden en nu…