Nu zijn we toch zeker wel tevreden?
Ontevreden waren we vorig jaar. Ontevreden en boos.
En met reden.
Geen seconde zendtijd was de Gouden Uil Jeugdliteratuurprijs toen gegund, niet eens een glimp van de nochtans fotogenieke winnaars.
Het ongenoegen was groot, én het werd gehoord.
Dit jaar zou het anders zijn.
En het was anders.
Maar liefst twintig minuten kreeg de jeugdliteratuur op tv.
Bijna evenveel als de literatuur voor volwassenen.
Dan zijn we nu toch zeker wel tevreden?
‘Laten we maar vooral onthouden dat de jeugdliteratuur haast 20 (twintig!) minuten zendtijd kreeg. Dat moet jaren geleden zijn. Helaas kwamen maar 3 van de 5 genomineerde boeken aan bod en was het interview van Frieda van Wijck met de laureaten op zijn zachtst gezegd niet zo hoogstaand. Blijkbaar is het toch moeilijk om van dat kinderboekske-imago af te raken,’ schreef Stefan in een reactie op een eerder bericht op Vertel eens.
De uitzending startte met een filmpje over De boomhut, waarin meteen ook de obligate kinderen werden opgevoerd. Want zo’n jury kan wel beweren dat dit een prentenboek is waarin elk kind zijn eigen verhaal mag vinden, er moest toch even gekeken worden ‘of dat ook werkt’, en dus ging de Cobra-ploeg langs in een tweede leerjaar. Dat leverde overigens de prachtige uitspraak, van een zevenjarige, op: ‘Een boek met prenten is altijd een ander verhaal, een boek met letters is altijd hetzelfde verhaal.’
Vervolgens interviewde Frieda van Wyck de juryvoorzitser van de Gouden Uil Jeugdliteratuurprijs, Jelle van Riet. Die noemde de oogst van 2009 ‘de oogst van de gemiste kansen’: ‘Er was veel potentieel. We hebben veel gezien wat iets kon worden, maar heel vaak werd het geen volwaardig boek. Er worden ook heel veel boeken uitgegeven die gebaat zouden zijn met minder woorden.’
Daarna mochten Ditte Merle, winnares, en Marita de Sterck, winnares van de publieksprijs, plaatsnemen aan Van Wykcs tafel. Erg geïnspireerd kon je het gesprek niet noemen, het leek integendeel wel alsof Van Wyck blij was dat ze het onderdeel ‘Ditte Merle’ vol had kunnen praten met vragen naar bijzondere weetjes over dierenseks. Nu weet ik niet of Frieda van Wijck zo geheel andere vragen zou hebben gesteld als een non-fictieboek over het paringsgedrag van dieren de Gouden Uil Literatuurprijs, u weet wel, die échte, voor volwassenen, zou hebben gekregen. (De weinige aandacht die Cees Nootebooms werk – in tegenstelling tot Tom Lanoye – vergund was, doet me eerlijk gezegd het ergste vrezen.) Wel weet ik zeker dat ze het nooit in haar hoofd zou halen om aan Nooteboom of Lanoye te vragen: ‘En u gaat door met het schrijven van boeken voor grote mensen?’ En dat ze juryvoorzitter Guy Mortier nooit fijntjes zou toelachen: ‘Nu heeft u weer tijd om boeken voor kinderen te gaan lezen.’
Aan Ditte Merle en Marita de Sterck vroeg ze het wél. ‘Jullie blijven dus kinder- en jeugdboeken schrijven?’ Het klonk een beetje als het antwoord dat je op feestjes pleegt te krijgen als je zegt dat je je professioneel met kinderliteratuur bezighoudt, een antwoord dat altijd een beetje een mix is van opgetrokken wenkbrauwen, ongeloof , een meewarige blik en, in het beste geval, beleefde desinteresse. ‘Aha, kinderboekjes.‘ Wat moet zo’n auteur dan zeggen? Juryvoorzitster Jelle van Riet liet zich niet uit het lood slaan. Op Van Wycks vastestelling ‘Nu heeft u weer tijd om boeken voor volwassenen te lezen’ antwoordde ze fijntjes dat ze dat altijd al doet, en dat ze altijd ook kinderboeken zal blijven lezen. Welk boek Van Riet nu, na die honderden kinderboeken dan ging lezen, wilde Van Wyck nog weten. Benny Lindelauf, antwoordde Van Riet. Die zat.
‘Ik vind dat ze nog jarenlang moet gloeien van schaamte als ze terugdenkt aan het moment dat ze na de Gouden Uil 2010 een gesprek met de twee winnaars in de categorie kinder- en jeugdliteratuur afsloot met de onvergetelijke vraag: ‘Je blijft dus kinder- en jeugdboeken schrijven?’ Ze moet nog jarenlang rechtop zitten in bed als ze terugdenkt aan de idiootste vraag die er ooit aan een schrijver is gesteld,’ schrijft een verbolgen Bart Moeyaert. Hoe teleurgesteld hij wel is, kun je lezen in het Dagboek op zijn website.
Het onwaarschijnlijke gebeurde dit jaar: twintig minuten kreeg de jeugdliteratuur.
Twintig minuten!
In een cultuurprogramma!
Op tv!
Wat je daar niet al mee kunt doen.
Van ‘gemiste kansen’ gesproken…






Soms is het jammer dat ik geen TV-aansluiting heb… dit heb ik dus gemist…
Helemaal mee eens. Ik had geen zin meer om te horen wat diezelfde mensen over de boeken voor grote mensen te zeggen hadden. Het stimuleerde wel om de tv uit te zetten en een boek te lezen. Dus alles bijeen toch nog een positief effect.
@Sabine: als je op deze link klikt, kun je het interview bekijken
http://www.cobra.be/cm/cobra/boek/100426-sa-dittemerle-goudenuil_jeugd
Of je kunt het ook niet doen, al was het maar om nachtelijk tandengeknars te vermijden. Toch heeft Marita – weliswaar niet aangemoedigd door prikkelende vragen – haar tijd goed benut en een boeiend verhaal verteld, vind ik.
Maar… te snel gereageerd, zie ik nu: het is enkel het interview met Ditte Merle. Geen Jelle Van Riet, geen Marita de Sterck.
De volledige uitzending is nu hier te bekijken: http://video.canvas.be/cobra-tv-aflevering-14-de-gouden-uil-2010
Hey, bedankt Karin. Ik heb net even gekeken en het viel mij op dat Frieda gewoonweg niet écht geïnteresseerd was, maar deed alsof omdat het moest. Het had veel weg van ‘ik moet hier nu komen werken en ik heb geen goesting, maar kom, omdat het moet…’
Ik vermoed, mocht Frieda kinderen hebben gehad, dat ze op een andere manier het interview zou hebben gedaan.
Bovendien vind ik het hebben van kinderen niet eens essentieel.
Ik ben dan wel zelf mama, maar ik ken een heleboel jeugdboekenliefhebbers die géén kroost hebben. En toch kunnen ze met verstand van zaken én met passie over jeugdliteratuur praten.
Misschien moeten we de VRT gewoon een paar naampjes doorsturen. Als kleine subtiele suggestie!
Dat moet volgens mij met toeters, bellen en veel gedreun dan, Joke, anders vallen we naast de aandacht!:-)