Soldaten huilen niet / Rindert Kromhout
Hoe kon ik me zo vergissen!!! En dat terwijl Joke toch al juichend over Soldaten huilen niet van Rindert Kromhout geschreven had. Het was me ontgaan.
Ik had net de eerste pagina’s gelezen toen mijn lees-(zwem, klets, film- etc.) kameraadje Hilde P. binnenliep. Nieuwsgierig, zoals altijd.
“Nieuw?” vroeg ze, en ik: ”Ja, maar het wordt niet veel, denk ik”.
Die grote vergissing wil ik nu toch even rechtzetten en verklaren.
Ik ben totaal onbevangen aan het boek begonnen. Geen recensies gelezen (neen, ook Jokes toen nog niet), geen wervende aankondigingen- waarschijnlijk vanwege alle drukte rond De Gouden Uil.
Dat de achtergrond historisch zou zijn, had ik achter Kromhout (met zijn gek- leuke Ellie- en meester Maxboeken) niet verwacht. Bovendien deden de namen van de hoofdpersonen (Quentin en Julian) niet meteen een belletje rinkelen. Ik startte dus met kinder- of puberogen aan het boek (zoals het hoort, eigenlijk).
Daarbovenop vond ik de eerste pagina’s na de inleiding vooral op kinderen afgestemd, maar voor een kinderboek dan toch nogal beschouwend… vandaar mijn “dat wordt niet veel, denk ik.”
Maar, de structuur, de evolutie van de taal en het verhaal, het had allemaal zijn reden.
Kromhout kadert het eigenlijke verhaal in een gesprek tussen de twee broers Julian en Quentin.
De datum(1935) is duidelijk aangegeven. Ook in het eigenlijke verhaal bepalen de data de structuur. Handzaam en helder- zo heb ik het graag wat historische romans betreft.
In dat kaderverhaal vertelt Julian( een vroege twintiger) zijn twee jaar jongere broer en soulmate dat hij met zijn communistische kameraden naar de Spaanse burgeroorlog vertrekt. Waarop Quentin belooft:” “Als jij eerder doodgaat, zal ik een boek over je schrijven.” Hetgeen dus gebeurt.
Zijn boek is een flash- back op hun leven, dat hij start in 1925, wanneer ze resp. 10 en 8 zijn. Ze zijn net aangekomen in hun nieuwe huis, ‘Charleston’, en maken plannen om een boomhut te bouwen. De andere spelers doen hun intrede: Tante Virginia, Vanessa (hun moeder) Duncan (de homo-seksuele vriend van hun moeder), baby Angelica, hun vader die tussen zijn vriendin in Londen en zijn vrouw en gezin in Sussex reist, kokkin Grace,… Bij de volwassen lezer in mij ging een belletje rinkelen en ik bladerde tot aan het nawoord: daar had je het: dit verhaal ging over de Bloomsbury groep met schilder Vanessa Bell en haar man Clive Bell- kunstcriticus- schilder Duncan Grant,haar zus Virginia Woolf en haar man Leonard Woolf, uitgever- en alle kleurrijke figuren (o.a. Lytton Strachey, Roger Fry, TS Eliott, Pablo Picasso) daar rond!!!
Ik heb het boek verder verslonden, genoten van iedere beschrijving, van de discussies over kunst en politiek (toch tot op zekere hoogte) en vooral van de sfeer. Het huis ‘Charleston’ in Sussex kwam meteen na Vimmerby in Zweden (Astrid Lindgren) op mijn to- visit- verlanglijstje.
MAAR, mijn onmiddellijke bedenking: OK, fantastisch, maar die historische achtergrond kennen de adolescente lezers niet, zij maken de referenties niet. Hoe kan die roman hen boeien??? Hoe zullen zij aankijken tegenover de zeer vrijgevochten ideeën van de groep? Hoe helpt Kromhout hen om de moraal in het juiste perspectief te plaatsen?
Het antwoord is eenvoudig: dit is niet alleen een interessante roman vanwege de schitterende evocatie van een interessante historische periode, maar dit is ook een heel goede ontwikkelingsroman (Bildungsroman of coming- of- age-roman dus), of nog beter- zoals Vanessa in de discussie over Lindelauf suggereert: een ‘initiatieroman’.
Quentin wordt door de vele ontmoetingen en gesprekken geïnitieerd in sociale omgangsvormen en verhoudingen, in de liefde, in politieke ideeën, én in de kunst van het schrijven, met tante Virginia als coach. De taal en stijl volgen zijn leeftijd vanaf 8 jaar tot ca 20 jaar. De llezer groeit mee en krijgt de kans mee te denken.
De inwijding in de schrijfkunst is voor de lezer een meegenomen extraatje. Ik vermoed dat Kromhout dankbaar gebruik maakt van Virginia Woolf om zijn eigen ervaringen en kennis wil door te geven.
Eentje uit mijn vele notities:
“ Je hoofdpersoon mag wel somber zijn, maar de lezer niet, anders leest hij je boek niet uit.” “ Hoe doe jij dat dan?” “Met humor. Zo af en toe een grappige gebeurtenis in het verhaal geeft de lezer de kans om even te glimlachen, adem te halen, en dan is het des te aangrijpender als de hoofdpersoon door rampspoed wordt getroffen . Tranen in je ogen krijgen is iets anders dan somber worden als je een boek leest.” (198). Quentin sleurt de lezer stap voor stap mee in zijn groei, en meteen ook in de hele historische sfeer. Knap, heel knap!!!
Heb ik dan geen bedenkingen? Toch wel. De politieke discussies werden mij uiteindelijk te didactisch, te opdringerig, vooral wanneer vader Clive Bell het woord neemt. Kromhout gebruikt hem wel heel duidelijk als leraar, die de ideeën van de Bloomsbury groep (o.a. pacifisme, feminisme, vrijdenkendheid..) ( té) nadrukkelijk in het licht stelt. Ik werd uiteindelijk kregelig van de moraliserende overdaad. Net zoals ik kregelig werd van de overdaad aan schoonheid in het gezin.
Ik was dan ook opgelucht toen ik David (vriend van Duncan) aan het woord hoorde:
“Toch waren er momenten dat ik weg wilde. De manier waarop jullie hier leven, de dingen die jullie doen, hoe jullie met elkaar omgaan. Soms vond ik dat allemaal te fijn, te mooi en dan kreeg ik het er benauwd van.
“Benauwd? Echt? Waarom?”
“Omdat alles zo volmaakt leek. Ik had het gevoel in een toneelstuk terecht te zijn gekomen. Een toneelstuk kan volmaakt zijn, maar het echte leven niet.”
Op dat ogenblik had Kromhout die volmaaktheid al doorgeprikt: in dit idyllische gezin heerste een leugen en die zorgde voor een zekere ommekeer in het verhaal. Dat was nodig.
In onze nieuwe Verteleens- quotatie zou ik Soldaten huilen niet 4 sterren geven (misschien toch 3,5, wanneer ik als adolescent zou oordelen)- verdikke- ik vind die sterren wel héél moeilijk), geen 5 dus, maar toch.. In ieder geval ben ik weer gaan neuzen in mijn literatuurgeschiedenis; voor geïnteresseerde jonge lezers is er een waslijst van tips achteraan!
Straks brengt mijn lees- en soulmate Hilde ‘De hemel van Heivisj’ terug.
“Ik ben boos op je” zei ze, “ Je deed me het beste boek lezen. Wat moet ik hierna nog lezen?”
Het ligt klaar, Hilde, kom het maar halen.
In boekenvriendschap, Jet








Jet, ik had het boek ook bijna niet opgemerkt. Ook voor mij is dit een heel ander boek dan ik van Kromhout verwachtte. Maar net het feit dat hij na zo ander werk met een adolescentenroman kwam prikkelde me, net als het sterke citaat op de cover. Ik ben blij dat het me niet ontgaan is, ik vind het een prachtig boek!
Het citaat dat je aanhaalt, van David, is heel typerend voor het boek. Bijna té mooi, té idyllisch, maar Kromhout doorprikt het netjes.
Ik vond het portret van de relatie tussen twee broers ook érg mooi, trouwens.
Was net naar een tentoonstelling over de Bloomsbury-group geweest en het idyllische karakter van deze kunstzinnige samenleef- gemeenschap, had me toen ook al gecharmeerd. Met dit ‘jeugd’boek kwam er een extra facet bij, namelijk een inkijk in de gevoelens en bedenkingen van de kinderen op deze ‘samenleefvorm’. De fascinatie bleef en werd misschien nog vergroot.
Die hele periode ademt trouwens het doorbreken van grenzen en strakke regels (post-Victoriaans) uit: in de kunst, mode, muziek, architectuur, literatuur,… Het is een uitermate boeiende tijdsgeest en dit boek is zeker krachtig genoeg om jonge mensen nieuwsgierig te maken en op zoek te gaan naar meer!
Kromhoutkon me al overuigen van de kracht van zijn fantasie, nu ook met een historisch gekaderd verhaal
Trouwens, wie op zoek is naar extra feiten die het roze (moerbeipaarse, muntgroene, korenbloembauwe,…) sprookjesleven van de familie Bell doorprikken , moet maar eens wat googelen. Je kan nog rekenen op enkele stevige verrassingen…
Een boek om te hebben, opnieuw te lezen en in te onderstrepen (met dunne potloodlijntjes, om dan later te ‘herlezen’ wat mij ‘nu’ raakt(e)…). Zoals die zinnen over ‘het leven is te kort om haast te hebben’ ‘als het leven kort is moet je juist wel haast hebben’ ‘welnee, iedere minuut moet zo lang mogelijk duren!’ Prachtig! En zo zitten er nog van die zinnetjes, korte gesprekjes in de marge!