Gelezen in de maand oktober (door Stefan)
Monstermuis (Daan Remmerts de Vries) – 4+
In de eerste helft van dit verhaal schrokt een monstermuis allerlei mensen en beesten met schitterende namen als olivaar, blootbildil en lanterfant op. Wanneer hij ook het jongetje Jan opeet is dat er net één te veel. In de tweede helft gaat de monstermuis weer helemaal naar af wanneer Jan de hele rimram bevrijdt uit de maag van de monstermuis en hem uiteindelijk zichzelf laat opeten. Een fantasierijk heldenverhaal in versvorm. Wel even wennen dat de monstermuis waarvoor je in het begin sympathie voelt uiteindelijk aan het kortste eind trekt.
Mombakkes (Do Van Ranst) – 14+
Op vastenavond komen traditiegetrouw enkele gemaskerde zotten de ouders van Frank jennen. Wat andere jaren een spelletje is dat zijn ouders gewillig ondergaan, wordt nu een grimmige confrontatie met de ziekelijk autoritaire vader en de onderdanige moeder. En terwijl Frank van achter een zetel alles gadeslaat, wordt een smerig familiegeheim blootgelegd.
Positief is alleszins dat Do Van Ranst echt wel over hele grote hoogten scheert met zijn literaire schrijfstijl. Ook de vondst van de confrontatie met de zotten in ‘mombakkes’ is geniaal. En psychologisch worden de personages erg geraffineerd neergezet. Maar het grote minpunt is dat Frank in ellenlange passages alles en nog wat zodanig overpeinst dat het storend wordt en het tempo uit het verhaal wordt gehaald. Ook gaat de auteur op het einde wat te uitleggerig te keer om alle verhaalelementen een plaats te geven, wat zeker niet nodig was.
Het boeboek (Imme Dros en Harrie Geelen) – 5+
“De boeman woonde in het boebos.” is de eerste zin van dit prentenboek. Op de prent zie je een kwaad kijkende man met overal BOE op zijn kleren. Blijkt die ook nog de hele tijd “Boe!” te roepen en een boevrouw te hebben die vies kan koken. Maar als die boevrouw een panische angst krijgt om te schrikken stelt zich een groot probleem.
Genoeg elementen voor een schitterend verhaal. Lekker stout, maar ook humoristisch en vertederend. Schitterende illustraties ook, die complementair zijn met de tekst. Alleen jammer dat de pointe niet echt verrassend is.
Jeremy Fink en de sleutel tot het bestaan (Wendy Mass) – 13+
Het verhaal over een jongen die van zijn overleden vader een kistje krijgt, maar dat hij alleen kan openen met vier sleutels die echter verloren zijn geraakt. Een uitgangspunt met veel potentieel. Halfweg het boek wordt het leesplezier echter danig gefnuikt door ellenlange zedenpreken. Ook de stijl lijkt bij momenten nogal erg op die van een schoolopstel.
De Zuurtjes (Jaap Robben en Benjamin Leroy) – 6+
Een verhaal van twee oude mannetjes die erg verzuurd in het leven staan middenin een omgeving vol kleur en gezelligheid. Auteur en illustrator hebben dit boek gemaakt tot een perfect huwelijk tussen tekst en beeld. De tekst is bijzonder mooi en soms heerlijk suggestief. De tekeningen zijn dat ook en nemen het regelmatig over van de tekst.
Je verwacht dat, zoals het haast altijd in dit soort kinderboeken gaat, de gezelligheid langzaamaan in het leven van de bittere mannetjes zal door dringen, waardoor ze uiteindelijk ook zelf veranderen. Zo ziet het er uiteindelijk ook naar uit… en toch gebeurt het niet. Geweldig ook hoe het verrassende einde in beeld is gebracht, wars van alle conventies uit de jeugdliteratuur. Het omkeren van de pagina na de zin “Wat is er eigenlijk met jullie moeder gebeurd?” zal me nog lang bijblijven. Heerrrrrrrlijk!
Beu (Kaat Vrancken en Noëlle Smit) – 5+
Een keurig gecomponeerd verhaal over een meisje dat de ene na de andere hobby met overgave aanvangt, maar het telkens gauw beu is. Op het einde wordt het aan de illustratie overgelaten om te vertellen wat ze niet beu wordt, en dat is leuk.
Sofie en de pinguïns (Edward van de Vendel, Floor de Goede en Ype + Willem) – 6+
In de categorie ‘hoe gebruik je de truuks van Geronimo Stilton om een boek te maken dat toch goed is’ leveren van de Vendel en zijn kompanen een boek af van vier sterren.
Seizoenen (Blexbolex) – 6+
Prentenboek van een illustrator die we al kennen van Allemaal mensen. Handelingen, voorwerpen, gedachten, weerbeelden roepen sferen en gevoelens op. Soms zijn de beelden voor de hand liggend, maar meestal toch erg inventief. Vaak heel suggestief en associatief.
Anders dan de meeste seizoensboeken gaat het hier niet om de cyclus van één jaar (waardoor je het gevoel hebt dat de cirkel rond is). Nee, dit boek behelst meer dan één jaarcyclus, waardoor je meer de indruk krijgt van het voortdurend overlopen van het ene seizoen in het andere, van oneindigheid.
Heel mooi vormgegeven. Het lijkt me wel moeilijk om hier een leeftijd op te plakken. Een bovenleeftijd heeft dit prentenboek alleszins niet.
Ik ben de beste (Lucy Cousins) – 3+
Een verhaal waarin hond beweert steeds beter te zijn dan elk ander dier, tenminste als hij mag kiezen waarin. Als de andere dieren mogen kiezen pakt het natuurlijk anders uit. Verteld in de ik-vorm, al verandert die ik halfweg wel van personage, wat storend is.
Een boek dat vooral wil benadrukken dat we allemaal wel ergens goed in zijn en dat we in een vriendschap mogen zijn wie we zijn, waardoor het allemaal toch erg braaf is.
Kurt en de vis (Erlend Loe) – 7+
Een heftruckchauffeur vindt een enorme vis en besluit dat dit de kans is om met zijn familie een lange wereldreis te maken. Onderweg kunnen ze immers de vis stukje voor stukje opeten. Een wat absurd verhaal dat rustig voortkabbelt en waar niet echt evolutie in zit, maar dat pretendeert het dan ook niet. De humor is overigens best spitsvondig.
Rockie (Julia Donaldson en Emily Gravett) – 3+
Een oermenspeutertje is bang dat zijn vader hem als straf aan de bruine beer zal voeren. Een mooi prentenboek over kinderangst die uiteindelijk wordt omgezet in opluchting en puur plezier. De illustraties van Emily Gravett doen inhoudelijk wat aan The Flinstones denken en bevatten heel veel dubbele bodems. Dat zijn we van Gravett trouwens gewoon. Bijzonder knap bijvoorbeeld hoe ze heeft uitgewerkt hoe een slapende beer in een donkere grot bij nader inzien een vriendelijke mammoet blijkt te zijn.





[...] op VertelEens.be door Stefan Bosmans ‘Een verhaal van twee oude mannetjes die erg verzuurd in het leven [...]
Stefan, kun jij je vinden in wat deze meneer schrijft over De Zuurtjes? Of kun je in ieder geval begrijpen waar hij op doelt?
Goh! Wat een stukje dat je daar aanbrengt, Micha. Nu ga ik zeker de Zuurtjes lezen! Ik kan met alle goede wil van de wereld weinig satanisch ontdekken in Benjamin Leroy. Hij lijkt me niet het type dat ‘kinderen naar de duisternis wil trekken.’
Die man is echt op een kruistocht!
Maar wat mij vooral tegen de borst stuit bij deze tekst, deze ‘waarschuwing’ (een recensie kan je het niet noemen) is zijn basishouding tegenover jeugdboeken: ‘Ik zie boeken en jeugdliteratuur als een middel om kinderen [...] een les te leren.’ ‘We moeten onze kinderen beschermen.’ ‘Allereerst is dat een slecht thema voor een kinderboek: boeken hebben een voorbeeldfunctie.’ maar vooral: ‘Dit boek is een duidelijk voorbeeld van het gevaar van fantasie.’ Het gevaar van fantasie? Zo’n uitspraken maken bij bang. Niet van het ‘occulte’, ‘de duisternis’, ‘het satanische’ of ‘het Kwaad’ in de jeugdliteratuur, maar van mensen met zulke opvattingen.
Dag Micha,
Wat B&O beweert is te gek voor woorden. Het is lachwekkend dat een stichting die de bijbel – toch wel een boek met broedermoorden, kruisigingen en zelfs de grootste moordpartij die ooit in de literatuur beschreven is (de zondvloed liet slechts één gezin en een handvol dieren in leven) – zich hieraan stoort.
Maar wat die man beweert klopt gewoon niet. Dan ga je net voorbij aan de kracht van de literatuur. Neem nu een boek als ‘Niets’ (een van de boeken die de man viseert): het gedrag van de jongeren in dit boek (ze graven een overleden broertje van een van hen op) is zo schokkend dat je als lezer wel een standpunt moet innemen. En elke gezonde lezer zal zich tegen dit gedrag afzetten. Ook de manier waarop de auteur dit beschreven heeft draagt daartoe bij. Jongeren en kinderen kunnen echt wel fictie toetsen aan hun eigen normen, waarden, geweten… In dat opzicht zijn zulke boeken niet verkeerd, maar net vormend!
Je zou er eens mee kunnen lachen, maar het schrijnende is wel dat die fanatieke minderheid nu al bepaalt wat wel en niet in Nederlandse schoolboeken moet en mag staan. Auteurs krijgen zelfs een lijst met punten waaraan ze zich moeten houden. Wat maar een voorbeeld is van hoeveel invloed zulke fanatici hebben.