Boeken

Nieuwe en minder nieuwe kinderboeken, warm aanbevolen (of net niet).

Nieuws

Het reilen en zeilen in de wereld van het kinderboek en de leesbevordering.

Ons gedacht

Onze mening over wat er gebeurt in de kinderboekenwereld, genuanceerd én ongezouten.

Elders gelezen

Lezenswaardige artikelen, opmerkelijke websites, kortom: alles wat u gezien moet hebben.

Extra

Wedstrijden, oproepen, leuke wetenswaardigheden, en meer ditjes en datjes.

Home » Boeken, Uitgelezen, Warmmaker

Moe van het niet huilen (98) Over ‘Ik heet Olivia en daar kan ik ook niks aan doen‘ – Jowi Schmitz – Lemniscaat

Door op 13/03/2011 – 20:312 reacties

De wegkijkende blik van het meisje op de cover verleidde me.

Geen eigenzinnige blik, maar eigenwijs, met een bijna ironisch lachje in een fijn besneden  meisjesgelaat.  Eigenlijk een makkelijke, commerciële cover, zo eentje die meteen in de ‘gezellige’ kaarten laat kijken.  Maar goed, ik had een boek nodig om eens makkelijk- tijdens een ‘acte de présence’ op een speelplein- in weg te zinken. Potlood en blaadje in aanslag hoefden dit keer niet, dacht ik.

Na een paar bladzijden miste ik ze al.

Even kort de inhoud: Olivia en haar vader – een kapper- vertrekken na de dood van haar moeder- een schrijfster- halsoverkop met hun boot van het Friese platteland naar de stad. In Friesland laten ze een boze opa en een treurige oma achter. Haar vader parkeert de boot in de tuin van zijn  nieuwe  kapperszaak (een salon kun je de zaak alvast niet noemen). Daar wonen ze,  op het  ‘moederschip’.  ‘Tijdelijk’ heeft haar vader beloofd, daarna zouden ze verder trekken. Ze wachten eerst op de urn met de as, die zal nagestuurd worden.  Maar:  “ ze kunnen ons denk ik niet vinden. Omdat mijn vader het even niet zo goed weet. Omdat ik nog maar tien ben.”

Later blijkt dat vader niet eens een adres achterliet en dat de urn dus een reis over het land maakte. Geeft niets, meent Olivia, mama reisde altijd al graag.

Papa verzinkt in zijn verdriet,  heeft net energie genoeg om zijn zaak draaiende te houden, en laat verder de boel de boel.  Olivia redt zichzelf.  Op school moet ze optornen tegen een pesterige meidenclub, maar ze maakt wel een vriend: Sasha, ook al het pispaaltje van de klas.

Over haar gestorven moeder wil Olivia niets kwijt,  niet aan Sasha en niet aan de klassenlerares:

Ik zag het voor me, hoe ze hadden staan smoezen in de hal bij de lerarenkamer.

‘Die Olivia, die heeft het ook niet makkelijk met haar moeder en alles.’ (…)Nooit. Nooit.

Want:

“Dat zijn dingen die ik dan denk, maar dat komt vooral omdat ik de dingen over mijn moeder niet durf denken. Mijn moeder zit onder mijn gedachten; de hele nacht.

Stom misschien, maar onder mijn gedachten zie ik steeds een beeld: een groene vaas, de urn met mijn moeder erin. IK weet dat die urn bij ons wil zijn. Dat die as eenzaam is. Ik zei toch stom.

Het schrift (met de kappersreclame Tresemmé op de kaft) is haar houvast. Daarin schrijft ze waarschijnlijk het relaas dat we hier, in de eerste persoon, te lezen krijgen. Haar vader reageert:

“Schrijvers zitten in hun hoofd, dat gaat maar zeer doen.”

Hij zegt: ”Liever pijn in je tenen dan in je hoofd.”

Met veel botsingen verwerken vader en Olivia de dood van de moeder. Vader krijgt een nieuwe vriendin, Olivia een vriend, maar de relaties lopen niet van een leien dakje. Het verhaal eindigt met de aankomst van de as, en de uitstrooiing ervan.

Inhoudelijk is dit een bijzonder originele verwerking van de traditionele  rouwverwerking (cf Kübler-Ross.)

Olivia doet eerst alsof haar moeder niet gestorven is- alsof ze zich, en haar, iets wijsmaakten(de ontkenning), daarna komt de woede, wanneer ze merkt dat de ‘tijdelijkheid’ van het blijven niet zo tijdelijk zal zijn. Die woede uit zich vooral door het kapotscheuren van de rode jurk van haar moeder, maar ook in haar hoofd, tegen de pestmeiden én tegen de lerares, die ze weigert bij naam te noemen. Later ook tegen de nieuwe vriendin van de vader. De depressie, die haar vader het halve verhaal met zich meedraagt (hij is een huilebalk!) en Olivia zo hard mogelijk verdringt omdat ze flink wil, neen moet, zijn- tot uiteindelijk de ‘zee’ doorbreekt’ en ze niet meer kan stoppen met huilen. Daarna kruipen zowel vader als Olivia langzaam uit de put naar boven, tot ze tot de aanvaarding komen en de moeder (de as) letterlijk kunnen loslaten.

De originaliteit ligt

1.       In de bijzondere omkadering: zij vertrekken, zeg maar  ‘vluchten’ met de boot van haar moeder, en het rommelige leven daarna.

2.       In de figuur van Olivia. Zij zou een zusje van Madelief of Polleke kunnen zijn:  een wat gekke , zeer spontane, maar  gevoelige flapuit. Ze houdt zich groot, wil niet huilen, totdat ze uiteindelijk toegeeft aan haar verdriet.

3.       In de verwoording. Olivia schrijft en het hele verhaal is dus spontaan, zonder ook maar enigszins trendy te worden. Integendeel, de mooie beelden zijn legio. Ik geef enkele voorbeelden:

(Over de jurk van haar moeder):

Mijn vader had de jurk willen achterlaten omdat hij alles wilde achterlaten, maar ik had de jurk toch in een doos gestopt. Een hele doos voor mijn moeder alleen. We gingen misschien afstand nemen, maar hij mocht niet in zijn eentje bepalen hoeveel afstand. Ik had ook recht op geur. Baas in eigen neus.’ (blz. 59)

-          ( Over hun verbroken gezin):

‘Mijn vader, mijn moeder en ik. Vroeger waren we een blokkentoren. Drie blokjes op elkaar, ik bovenop. De toren was omgevallen- torens vallen nu eenmaal altijd om- en het vallen deed pijn.’ (126).

-          (Over haar heimwee naar Friesland): ‘Als je wilde zwemmen was er een meertje, als je eindeloos door de weilanden wilde lopen, dan waren er meer weilanden dan je lopen kon.’ (69)

4.       De flitsen herinneringen aan haar moeder, die allemaal samen genomen een mooi beeld van die moeder schetsen. En een prachtige afscheidsscène tussen moeder en dochter, is zelfs  te teer en ontroerend  om ze hier over te typen: zelf lezen dus, blz. 153.

5.       De motieven die in het verhaal verwerkt zijn: de jurk, het gezicht en de glimlach van de moeder, het ‘zingen’ (Olivia- moeder: ‘Wat zing je?’ vroeg ik een keer. Ze keek op, met die glimlacht van haar. ’Niks, ik breng geluid voort.’ ‘Waarom breng je geluid voort?’ ‘Om te horen dat ik besta.’ Dat deed ik dus ook maar, geluid voortbrengen.’; de cake die ze met haar vader iedere vrijdag zou bakken, een symbool van hun samenhorigheid, maar die langzaam in de verdrukking komt.

6.       De mooie ontluikende vriendschap tussen Sasha en Olivia, met het speelse stoeien tussen kind en puber- en elk met hun geheim en verdriet en de manier waarop ze mekaar in vertrouwen nemen.

Ik probeer jullie dus warm te maken voor een mooi, ontroerend en origineel verhaal. En houd jullie potlood klaar!

In boekenvriendschap, Jet

2 reacties »

  • Jaap Friso zegt:

    Misschien moet ik het nog maar een keer lezen. Ik werd er bij de eerste keer niet enorm door gegrepen. Als ik die voorbeelden bij 3 lees, daar ben ik opnieuw niet erg van gecharmeerd. Blijkbaar een boek dat tegengestelde reacties oproept.

  • Eveline zegt:

    Mooi, leuk om te lezen dat mijn enthousiasme gedeeld wordt. Ik vind dat Schmitz dingen heel fris, anders, poëtisch kan verwoorden terwijl ze toch hele ‘normale taal’ blijft gebruiken. Het gaat tussen neus en lippen door, die originaliteit, waardoor kinderen die daar niet op zitten te wachten er ook niet over struikelen.

Reageer!

Reageer onderstaand, of trackback van uw eigen website. U kunt ook de reacties ontvangen via RSS.

U kunt deze HTML tags gebruiken:
<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Deze website is Gravatar-enabled. U kunt uw eigen wereldwijd gebruikte G(lobally) R(ecognized) avatar verkrijgen op Gravatar.

Houd mij op de hoogte van nieuwe reacties. Of abonneer jezelf op deze discussie zonder te reageren.