Lezen op het tuinterras (1)
Dit keer geen uitgebreide besprekingen, maar enkele losse tips. Boeken voor het tuinterras of de rugzak. In afleveringen.
Muziek voor kinderen: een unieke kennismaking met de muziekgeschiedenis (Lannoo)
Sinds ik mijn oudste kleinkind (8) zie neuzen, snuisteren en lezen in de kinderencyclopedie, en ik me daarna met allerhande weetjes laat bestoken, weet ik weer dat encyclopedieën en naslagwerken naast het internet een toekomst hebben. Zeker als ze zo mooi en verlokkelijk ogen als bovengenoemd boek.
Voor dit naslagwerk moet je wel in muziek geïnteresseerd zijn, en ook wat ouder zijn dan 8. Het is namelijk eerst wat zoeken om wegwijs te geraken.
De inhoudstafel vooraan geeft een overzicht van de onderwerpen in drie grote periodes: van oude muziek over klassieke muziek naar moderne muziek. Binnenin die periodes moet je het zelf uitzoeken, hoewel je (de volwassene dan) na wat gepuzzel wel een systeem ontdekt.
Om de chronologische lijn te volgen, moet je vooral goed kijken naar alle gegevens op de bladzijden. Eigenlijk kun je niet snuisteren, maar moet je aandachtig volgen. Net als bij een tocht door een museum… Gelukkig is de uitleg en zijn de weetjes bondig, hoewel de terminologie lagere schoolkinderen vaak boven het petje zal gaan. Geen probleem wat mij betreft, til de kinderen maar op, laat ze maar vragen en zoeken!
Zo’n boek is natuurlijk gesneden brood voor spreekbeurten. De begeleidende CD zal die kleurrijk onderbouwen.
Conclusie: dit is geen klassieke encyclopedie of naslagwerk, maar voor jonge, geïnteresseerde muziekliefhebbers ( en andere weetgierige kinderen) een warmmaker en een aantrekkelijk ogende eerste kennismaking met de muziekgeschiedenis.
Over naar de fictie: Mijn naam is Nina van David Almond (Querido). Een vreemd boek dat me meteen intrigeerde, want het gaat vooraf aan het eerder verschenen, vaak bekroonde en verfilmde ‘De schaduw van Skellig’ .
De hoofdrol is hier niet weggelegd voor Michaël, maar voor zijn buurmeisje Nina. Pas op het einde van het boek leert zij Michaël kennen en met hem zal ze dus later het vreemde avontuur rond de zwerver ‘Skellig’ beleven.
Nina is intelligent, een tikje asociaal en ze heeft een rijke fantasie. Op school aardt ze niet, dus krijgt ze privéles van haar moeder. Het liefst bekijkt ze de wereld vanuit haar favoriete plekje in een boom. Daar houdt ze ook een kritisch, origineel dagboek bij. In haar fantasie gaat ze op zoek naar haar verdwenen vader- en ze spiegelt zich daarbij aan het verhaal van Orpheus en Eurydice. Op een dag meent ze in de toegang tot een oude steenkoolmijn ook echt de poort van de Hades te herkennen en ze gaat op onderzoek uit.
Waarom ik dit boek voorstel? Het is niet zo spannend als ‘De schaduw van Skellig’, maar Nina is een bijzonder kind. Zij visualiseert haar emoties in spitse, originele taalvondsten, vaak ook met verschillende lettertypes. Voor taalgevoelige tieners om van te snoepen! Daarnaast verwoordt ze in haar kritische bedenkingen, vragen en onzekerheden precies datgene waarmee pre- pubers kampen. Dit is dus zowel wat taal als inhoud betreft een rijk boek. Een aanrader voor lezers voor het tuinterras van lezers van elf, twaalf of wat ouder!
In boekenvriendschap, Jet





