Boeken

Nieuwe en minder nieuwe kinderboeken, warm aanbevolen (of net niet).

Nieuws

Het reilen en zeilen in de wereld van het kinderboek en de leesbevordering.

Ons gedacht

Onze mening over wat er gebeurt in de kinderboekenwereld, genuanceerd én ongezouten.

Elders gelezen

Lezenswaardige artikelen, opmerkelijke websites, kortom: alles wat u gezien moet hebben.

Extra

Wedstrijden, oproepen, leuke wetenswaardigheden, en meer ditjes en datjes.

Home » Zonder rubriek

Toegankelijk, literair of bi… maar doet het er eigenlijk wel toe?

Door op 06/03/2012 – 23:0141 reacties
Adobe Flash Plugin is required to see this video. Click here to download the latest version of Adobe Flash Player Plugin.

Een week geleden gaf Edward van de Vendel een mooie lezing tijdens de uitreiking van Woutertje Pieterse Prijs. Hij had het over het onderscheid tussen toegankelijke en literaire kinderboeken, en dat auteurs best wat vaker ‘bi’ zouden zijn.

Maar hoe groot mijn bewondering voor Edward van de Vendel ook is, dat betekent nog niet dat ik het met hem eens ben. Voor tekst en uitleg kijk je hier.

 

Woutertje Pieterselezing Tweede Bedrijf

Een paar dagen geleden gaf Edward van de Vendel zijn visie op wat hij een belangrijke vraag vond in de hedendaagse kinderboekenwereld: Hoe zit het met de geaardheid van de kinderboekenschrijver? Of voor wie schrijven jeugdauteurs hun boeken?

Pjotr van Lenteren werd geciteerd: “Ik pleit niet voor kinderjury’s maar tegen volwassenenjury’s die geen rekening houden met kinderen.” Of Johan Vandevelde, die een onderscheid maakte tussen “verhalenvertellers en woordkunstenaars”. Tjibbe Veldkamp noemde het zelfs ooit “kinderboeken en grotemensen-kinderboeken”. Edward zelf sprak dan weer van enerzijds ”moeilijkere, experimentele, precieze, langzame, poëtische boeken”, en stelde dat dit boeken zijn die geschreven worden door auteurs die slechts veertien kinderen willen bereiken. Anderzijds zijn er volgens hem ook boeken die wel vierduizend kinderen bereiken, waaronder een heleboel kinderen die anders niet zouden lezen.
Vervolgens sprak Edward over eisen waaraan een kinderboek volgens kinderen moet voldoen en eisen waaraan een kinderboek volgens volwassenen moet voldoen. Hij ziet dan vooral heil in de combinatie van de twee, want dan “komt de geboorte van een geluksboek in zicht”.

En ik die dacht: Daar gaan we weer, opnieuw… Ik acht Edward van de Vendel zeer hoog. Maar tijdens de Woutertje Pieterselezing heb ik toch wat krampen gekregen in mijn gekromde tenen.

Daarom vind ik het hoog tijd om jullie te trakteren op mijn eigen Woutertje Pieterselezing, een Woutertje Pieterselezing Tweede Bedrijf:

Beste schrijvers, tekenaars, uitgevers, recensenten, studenten, lezers, juryleden, beste geïnteresseerden in de Nederlandstalige kinder- en jeugdliteratuur,

Zoek een groep kinderen op straat. Kinderen die zich net zitten te vervelen. Kinderen die misschien niet eens graag boeken lezen (anders zaten ze zich toch niet te vervelen?) Leg voor die kinderen twee stapeltjes met elk vijf boeken neer en wandel weer weg. Het eerste stapeltje bevat Fantasia VI van Geronimo Stilton, Hoe overleef ik de puberteit van Francine Oomen, De Griezelbus 3 van Paul van Loon, de laatste van John Flanaghans De Grijze Jagerreeks en de derde Dummie de Mummie van Tosca Menten. Het tweede stapeltje bestaat uit Dissus van Simon van der Geest, De hemel van Heivisj van Benny Lindelauf, De Melkweg van Bart Moeyaert, Bajaar van Martha Heesen en Toen kwam Sam van Edward van de Vendel. Wat gebeurt er, denk je?
Enkele jongens zullen gaan voetballen. Een paar anderen zullen misschien gaan lezen. Fantasia lezen ze waarschijnlijk helemaal uit. De kans is groot dat ze dat ook met de andere boeken van het eerste stapeltje zullen doen. Maar van het tweede stapeltje zullen voornamelijk de eerste bladzijden beduimeld zijn. Wat in gebladerd en daarna gauw opzijgelegd.
En misschien hebben ze wel zin om van de auteurs van dat eerste stapeltje nóg een boek te lezen. Van die andere vijf heel zeker niet (of het zou dat ene jongetje met dat ronde brilletje moeten zijn). Daar zijn we het allemaal over eens, toch?

Zet nu diezelfde kinderen in een klas. Plaats een leraar voor die klas. Een leraar die net bezig is met het dicteren van de taken voor de schoolagenda. Die leraar die, tussen de huistaak staartdelingen met kommagetallen en werkwoordvervoegingen in de verleden tijd, deze opdracht dicteert: “Kies uit deze twee stapeltjes van vijf boeken één boek waarvan je een samenvatting schrijft van minstens 500 woorden, een beschrijving van de hoofdpersonages, analyseer het thema en het motief en maak een uitgebreide bio- en bibliografie van de auteur van het boek. Klaar over precies een week. Daarna komt iedereen een voor een voor de klas.”
In deze klas zullen kinderen zelfs Fantasia, Hoe overleef ik, De Griezelbus, De Grijze Jager en Dummie de Mummie tegen hun zin lezen. Laat staan dat ze spontaan nog een tweede boek zullen vragen. Zijn we het ook daarover eens?

Verplaats diezelfde kinderen nu nog één keer, naar de klas ernaast. Bij een leerkracht die het niet zo heeft begrepen op analytische besprekingen van kinderboeken. Maar een leerkracht die wel heel graag voorleest. Elke dag een kwartiertje. Vandaag uit De Griezelbus, morgen uit Dissus, overmorgen uit De Grijze Jager en de dag erna uit De hemel van Heivisj. Desnoods moeten de staartdelingen maar eens wijken. En tussen twee lessen door leest hij vaak gedichtjes. Of laat hij zijn kinderen er zelf een schrijven.
Een leerkracht die ook voortdurend boeken meeneemt naar de klas. Boeken die hij zelf heeft gelezen. Boeken die hij zelf zo goed vindt, want “moeten jullie maar eens horen…” En af en toe een boek dat hij niet zo best vond. “Of wat denken jullie daarvan?” En waar in de klas wel eens gechat wordt met auteur zus of auteur zo en waar zulke mooie posters van illustrator die en die tegen de muren hangen. Wat krijg je in zo een klas, denk je? Allemaal leeskinderen?
Nee. Maar in plaats van het gemiddelde van drie op de vijfentwintig zijn er in deze klas wel tien of vijftien kinderen die graag De Griezelbus en Hoe overleef ik lezen, maar die ook met grote nieuwsgierigheid de boeken lezen die de meester zo mooi vindt. Toch ten minste in het jaar dat ze bij deze leerkracht in de klas zitten…

En mogen we eens dromen? Stel je voor dat die kinderen het jaar erop wéér zo’n leerkracht hebben. En het jaar daarop wéér. Stel je eens voor dat alle leerkrachten van het hele land zulke enthousiasmerende leeskrachten zouden zijn. En dat alle kinderen ook van hun ouders thuis zien dat lezen zo heerlijk is. Wat zou dat geven? Kinderen die alleen maar graag toegankelijk en helemaal niet graag literair lezen? Of omgekeerd?
Nee toch.

Het hele literaire veld moet eens dringend ophouden met dat onderscheid te maken tussen toegankelijk en literair. Er moet eens worden opgehouden met het goochelen met woorden als populair, elitair, bi… Dat onderscheid is er natuurlijk (Al hoop ik dat niemand mij ooit vraagt om ergens in de die grijze middenzone de scheidingslijn te komen trekken.) Maar dat hele hokjesgedoe doet er gewoon niet toe! Het doet er hoogstens toe als juryleden van literaire prijzen of recensenten hun werk moeten doen.
Maar het doet er helemaal niet toe als het gaat over de vraag met welke boeken we kinderen aan het lezen brengen. Wat er dán toe doet is dat een boek goed geschreven is. En wat er daarna toe doet is de context waarbinnen al die boeken tot bij de kinderen worden gebracht. Zonder enige begeleiding? Met slechte begeleiding? Of via enthousiasmerende voorbeeldfiguren? Dát is een onderscheid dat er toe doet. En of boeken nu net wel of net niet bi moeten zijn? Laten we hopen dat er van al die soorten ontzettend veel geschreven blijven worden. Want die leesenthousiaste leerkracht uit die laatste klas heeft ze allemaal nodig. Anders wérkt het gewoon niet.

Als ik het heb over kinderen aan het lezen brengen, dan vertel ik helemaal niet graag over dat alomtegenwoordige Onderscheid in Toegankelijkheid en Literaire Geaardheid . Nee, dan gebruik ik andere stellingen. Deze zes namelijk:
1. Er bestaat geen boek dat geschreven is voor elk kind.
2. Er bestaat geen kind dat gemaakt is voor elk boek.
3. Voor elk boek is er wel een lezer.
4. Voor elke lezer is er ook een boek.
5. Dat maakt van elk kind een potentiële lezer.
6. Een leescarrière kan je sturen, kan je doen groeien… Maar dat vraagt dan wel begeleiding.

Met die zes regels kom je een heel eind. Niet door de vraag te stellen wat toegankelijk is en wat literair, en wat dan wel en wat dan niet en wat dan meer en wat dan minder zou moeten gepubliceerd worden. En verder moeten al die auteurs vooral doen wat ze volgens hun gevoel moeten doen: namelijk goede boeken schrijven (als hun motieven niet louter commercieel zijn, voeg ik daar voor alle duidelijkheid aan toe). Ze moeten daarbij vooral het beste van zichzelf geven. En liefst nog de lezers even vergeten.

En dan kunnen met al die goed geschreven boeken – hoe hun auteurs ook geaard zijn – al die enthousiaste leeskrachten en leesouders aan de slag. Want zij zijn het die er geluksboeken van kunnen maken.

Tot heil en zegen van al die gelukkige kinderen.

Stefan Bosmans

41 reacties »

  • Ted zegt:

    Erg leuk om dat als een filmpje te brengen! Ook inhoudelijk ben ik erover te spreken. Het werd me eigenlijk niet duidelijk waarom Edward zo’n belegen onderwerp van stal haalde; het enige wat er nieuw aan was, was dat hij er de term “bi” op los liet, en in dát opzicht stelde de lezing wat teleur, omdat het helemaal niet ging om seksuele geaardheid, en dát had ik spannender gevonden! :-)
    Wat Stefan in zijn lezing aanroert is dat de verantwoordelijkheid voor leesbevordering voor een belangrijk deel bij de leerkracht ligt en hij laat ook goed zien hoe dat werkt. Het is an zich niet verkeerd als Edward wil wijzen op de verantwoordelijkheid die schrijvers hebben bij leesbevordering, maar dat moet niet voor alle schrijvers op dezelfde manier hetzelfde doel zijn. We zitten niet voor niks thuis in ons eentje te werken in plaats van in een atelier vol kinderen waarbij elke regel meteen getoetst kan worden aan de doelgroep. Schrijvers moeten door middel van hun werk hun ziel laten spreken, voor zover dat mogelijk is, en als die ziel zegt dat het werk minstens 100.000 kinderen aan moet spreken is dat even goed als dat die ziel zegt dat het ten minste 1 kind moet aanspreken.

  • Jan Paul zegt:

    Goed filmpje! Maar ik ben het er toch niet mee eens. Je haalt namelijk fictie en werkelijkheid door elkaar. Die leerkracht die elke dag een kwartier voorleest uit allerlei verschillende boeken bestaat namelijk niet of nauwelijks. En het onderscheid tussen ‘het ene stapeltje’ en ‘het andere stapeltje’ bestaat wel. Daarom doet het er wel degelijk toe. Omdat het bestaat. En omdat het invloed heeft op het leesgedrag van kinderen én op de waarderingen. Het ene stapeltje valt steevast in de prijzen bij de kinderjury’s, het andere stapeltje bij de vakjury’s. Boeken die én bij een groot aantal kinderen populair zijn én veel kwaliteit bieden vallen daarom qua prijzen buiten de boot. Terwijl deze categorie juist zo veel mogelijk gestimuleerd zou moeten worden.

    Zolang zo’n prijs (of een andere vorm van waardering) er niet is voor dit soort boeken en zolang kinderjury’s en volwassenjury’s voor dezelfde boeken blijven kiezen is dit onderwerp dan ook zéker niet belegen.

  • Anoniem zegt:

    Ik kon me wel vinden in de speech van Edward van de Vendel. Het onderwerp was inderdaad belegen,maar nog altijd actueel. Ik vermoed dat vele auteurs toch blijven zoeken naar die ‘bi’. Dat heeft wellicht te maken met een ander oud zeer: sommige auteurs komen bij toeval terecht in een kinderboekenfonds (denk aan Henri van Daele), en krijgen daarna tegen hun zin het blijvende etiket van ‘kinderboekenauteur’. Met alle bi- verwachtingen van dien…

    Maar inderdaad, niet alle schrijvers hoeven hetzelfde doel hebben.
    En gelukkig voor die literatuur-gevoelige kinderen, zijn er ook nog breeddenkende uitgevers.

    En Stefan, ook jij raakt een oud zeer aan: de leesbevordering. Wat jij zegt, verkondig(d)en de bevlogen missionarissen van de jeugdliteratuur al tientallen en tientallen jaren. Het mag natuurlijk herhaald worden: leerkrachten, ouders, leesjuffen en -meesters of welke overtuigde volwassenen ook, leggen de basis voor de brede interesse (ik durf niet zeggen, leesgedrag)van de kinderen. Hoeveel artikels zijn daarover al verschenen en hoeveel avonden is daarover al gedebatteerd? Maar het mag herhaald, herhaald en nog eens herhaald. Ik hoop dat de moderne communicatiemiddelen de zware boekenkoffers en lezingen op ‘gezellige’ ouder- verenigingsavonden met succes vervangen.

    In boekenvriendschap, Jet

  • Hans Hagen zegt:

    En daar gaan we weer. Opnieuw dat hele verhaal.

  • Stefan zegt:

    Jan Paul, ik waardeer je reactie, maar ben het ook met jou niet eens. Dat er te weinig leerkrachten bestaan zoals ik ze heb geschetst is een feit, maar dat is een andere discussie. Ondertussen moeten auteurs niet voor leesbevorderaar gaan spelen. Auteurs moeten elk volgens hun geaardheid samen zorgen voor een breed aanbod. Ze moeten zich niet in bochten proberen te wringen om te proberen een – oneigen – boek te schrijven dat dan op maat van elk kind zou zijn (mission impossible, hoe zou zo’n kind er trouwens moeten uitzien). Dat er uberhaupt een boek geschreven kan worden op maat van alle kinderen, ongeacht waar ze zich in hun leesontwikkeling ook zouden bevinden, dát is fictie.

  • Jan Paul zegt:

    Stefan, ik heb het nergens over boeken die élk kind leuk moet vinden. Waar lees je dat? Ik heb het over kwalitatief hoogstaande boeken die voor grote groepen kinderen leuk zijn. Dat is allerminst fictie. Kijk maar naar Mirjam Oldenhave. En trouwens ook naar Edward, want ik denk dat ‘En toen kwam Sam’ wel degelijk voor een groot publiek geschikt is.

    Voor dat soort boeken hoef je je als schrijver zeker niet in bochten te wringen. Je moet er wel moeite voor doen. Maar als jij dat voor je lezers doet, doen je lezers dat voor jou.

    Hier is een mooi filmpje over lezers/kijkers boeien, vasthouden én… moeite laten doen: http://www.ted.com/talks/andrew_stanton_the_clues_to_a_great_story.html

  • Ted zegt:

    Dat prijzen moeten gaan naar kwalitatief hoogstaande boeken maar niet naar de kwalitatief hoogststaandste boeken, is iets wat Pjotr van Lenteren vijftien jaar geleden al betoogde. Zo oud en belegen is deze discussie al.

  • Jan Paul zegt:

    En zulke prijzen zijn er nog steeds niet. Tijd om de discussie weer nieuw leven in te blazen.

  • Ted zegt:

    De Prijs Voor Het Beste Niet Beste Boek?

  • Jan Paul zegt:

    De prijs voor het op twee fronten beste boek.

  • Jet zegt:

    Akkoord, Jan Paul: de prijs voor het op twee fronten beste boek. En het was niet de bedoeling om hierboven ‘anoniem’ te reageren. Dat ging buiten mijn wil om; Sorry.

  • Ted zegt:

    Ik kan dat echt niet serieus nemen. Hoe zou je het zelf vinden als je een prijs kreeg voor een ruime voldoende? Je wilt een prijs omdat je een prestatie hebt neergezet, niet omdat je een aardig boek hebt geschreven dat het geluk had ook nog eens in de algemene smaak te vallen. – het begint onderhand op een parodie te lijken.

  • Jan Paul zegt:

    Parodie? Waar haal je die ruime voldoende vandaan? Waarom denk je dat een boek hooguit ‘aardig geschreven’ kan zijn als het een groot publiek behaagt?

  • Ted zegt:

    Geen parodie? Wel het Op Twee Fronten Beste Boek? Wat zouden dan de criteria moeten zijn?

  • Jan Paul zegt:

    Die vraag wil ik best beantwoorden, maar ik zou graag eerst willen weten waarom een boek dat een groot publiek behaagt slechts ‘aardig geschreven’ kan zijn.

  • Ted zegt:

    Nee, ik ga op die manier niet met je in discussie. Ik zie geen heil in een wellesnietusje.

  • Karin zegt:

    Maar als zo’n boek meer dan aardig geschreven is, dan wordt het toch ook opgemerkt door de jury’s, Jan Paul?
    De jury van de Woutertje Pieterse noemde “Toen kwam Sam” als een van de mooiste boeken van het jaar. Het door Edward in zijn lezing genoemde boek “Verhalen voor de vossenbroertjes” werd eveneens genoemd in die context. Edward had het over “Tobie Lolness”, dat kreeg een Zilveren Griffel…

    Het klinkt meer alsof het dat soort boeken móét zijn. Alsof er een soort extra clausule zou moeten komen in het aanmeldingsreglement: een kinderboek kan ingezonden worden als het verschenen is in een bepaald jaar, een kinderboeken-NUR code heeft én reeds X 1000 exemplaren verkocht heeft, ten bewijze van het succes bij de doelgroep.

  • Jan Paul zegt:

    Dat zijn allemaal prachtige boeken die voor zo’n prijs in aanmerking kunnen komen, Karin. En hoe mooi is de bekroning dan als het boek die prijs krijgt terwijl er ook kinderen in de jury zitten? Kinderen die de ontoegankelijke boeken van de longlist mogen weg-vetoën – dat bepalen ze dus zélf en geen beterwetende volwassen jury – zodat er meer ruimte is voor andere boeken met kwaliteit die ze geweldig zullen vinden.

    In de muziekwereld heb je zat prijzen die uit een publieksjury en een vakjury bestaan. Waarom in de kinderboekenwereld niet? Nu lijkt het alsof – en hier ga ik even flink chargeren om mijn voorbeeld te verduidelijken – kinderjury’s steevast kiezen voor Studio 100, terwijl de kindervakjury’s vaak kiezen voor jazz. Godzijdank is mijn voorbeeld overdreven, maar een combinatieprijs bestaat niet. Waarom dus niet een hele mooie nieuwe prijs erbij voor, laten we zeggen, Selah Sue? (Over dat voorbeeld mág gediscussieerd worden…) Of nog beter: artiesten die ik nog nauwelijks ken, maar die dankzij zo’n prijs ineens in de spotlights komen te staan?

  • Jan Paul zegt:

    Ted, volgens mij is een wellusnietusje een discussie waarbij over en weer stellingen worden gegooid zonder die te beargumenteren. Daar doe ík liever niet aan mee. Daarom geef ik je met plezier een argument aan te tonen dat jouw stelling mbt de hooguit ‘ruime voldoende’ totále lariekoek is.

    Het is een alleraardigst voorbeeld, al zeg ik het zelf. ‘Kinderen van Amsterdam’ heeft deze week zijn zevende druk gekregen. Er zijn tienduizenden exemplaren van verkocht, wat nooit gebeurd zou zijn als kinderen het zelf niet leuk zouden vinden. Het boek kreeg naast een prijs ook mooie recensies. Ik denk trouwens dat er nog veel spectaculairdere voorbeelden zijn. Edward noemde in zijn lezing overigens maar 14.000 lezers.

    Je begrijpt nu ook waarom die opmerking mij zo triggert.

  • Ted zegt:

    We zitten duidelijk op een ander spoor. Ik laat het hierbij.

  • Karin zegt:

    Je geeft een voorbeeld, Jan Paul, eerder dan een argument. Bovendien vroeg Ted je naar de criteria waaraan zo’n Op Twee Fronten Beste Boek zou moeten voldoen.

    Na jouw voorbeeld begrijp ik er eigenlijk nog minder van. Een vakjury (de Griffeljury) bekroont jouw boek en laat zo haar waardering blijken, van volwassen kenners dus. Het boek verkoopt ook meer dan aardig, jonge lezers appreciëren het dus ook*. Je boek lijkt te bewijzen: als een boek dat kinderen kan boeien ook kwalitatief heel erg sterk is wórdt het opgemerkt door de jury’s. Wat is dan eigenlijk het probleem?

    Of mogen alleen dergelijke boeken bekroond worden?
    Is, ik zeg maar wat, Dissus, minder waardevol als het die tienduizenden niet haalt (wat ik overigens gewoon niet weet)?

    *Of veel volwassenen (ouders, leerkrachten) vinden het zo’n belangrijk boek dat ze het aanschaffen voor/laten lezen door jonge lezers, natuurlijk.

  • Jan Paul zegt:

    Waarom zou een voorbeeld niet als argument kunnen dienen, Karin? Dissus is een boek dat kans maakte op minstens twee grote prijzen (drie als de Gouden Uil nog had bestaan). Dat geeft al hoe waardevol het is, lijkt me.

    Of Dissus ontoegankelijk voor kinderen is, dat durf ik niet te zeggen. Dat moeten wij volwassenen ook niet bepalen. Je zou je daar nog flink over kunnen verbazen. Vandaar dat ik pleit voor een prijs met een jury die uit kinderen en kenners bestaat. Is dat nu zo moeilijk om te begrijpen? Dat er een bestaansrecht voor zo’n prijs is?

    Ted haakt af. Ik nu ook. Ik heb geen zin om tegen zoveel onwil op te vechten.

  • Hans Hagen zegt:

    Voorstel voor een lijst met criteria:

    - Het te bekronen boek mag niet te dik zijn – dat schrikt dyslectische kinderen af. 100 bladzijden mag, 104 is te veel.
    - Het te bekronen boek moet over een onderwerp gaan dat kinderen boeit – welke kinderen en/of onderwerpen dat zijn, is algemeen bekend (bij de jury).
    - Het te bekronen boek moet minstens 12 illustraties bevatten. 10 mag ook, maar dan moeten er tenminste 2 full page illustraties in het boek staan.
    - Om kinderen die niet van plaatjes houden niet af te schrikken, wordt in oneven jaren een boek zonder illustraties bekroond.
    - Het te bekronen boek mag niet meer dan 12 euro kosten – arme kinderen kunnen het boek anders niet kopen en beoordelen, of:
    - het te bekronen boek moet in minstens 600 bibliotheekfilialen te leen zijn – elk filiaal beschikt over ten minste 2 exemplaren.
    - Het te bekronen boek mag niet te literair zijn – zinnen als “elk woord geef ik voor een beter” of “ik zou voor een dag uit vissen” zijn uit den boze.
    - Het te bekronen boek mag niet te populair geschreven zijn – zinnen als “je hebt een kop als een apenreet” zijn ongeschikt voor deze categorie lezers.
    - De titel van het te bekronen boek mag hoogstens 10 woorden lang zijn.
    - De naam van de schrijver van het te bekronen boek bevat ten minste twee en ten hoogste 6 makkelijk uitspreekbare lettergrepen.
    - Het omslag van het te bekronen boek bevat ten minste vijf en ten hoogste 9 kleuren uit een doorsnee-kleurdoos.
    - Van het te bekronen boek zijn ten minste 3.030 en ten hoogste 22.220 exemplaren verkocht.

    Deze lijst is niet compleet. Aanvullingen / alternatieven / correcties zijn welkom.
    De organisatie is ook nog op zoek naar suggesties voor een lijst van criteria waaraan de objectieve juryleden moeten voldoen.

  • Jan Paul zegt:

    Weet je wat? Ik ga gewoon nog even door. Omdat jullie het zijn.

    Welke stelling moet ik uit je bovenstaande verhaal halen, Hans?

    Ik wil niet dat er een prijs komt die bestaat uit een jury van kinderen en volwassenen?

    Of:

    Zo’n prijs zou heel leuk zijn en misschien ook wel nodig, maar onuitvoerbaar.

    Of:

    Zo’n prijs is helemaal niet nodig.

    De lijst is niet compleet. Vul hem gerust aan.

  • Hanneke Koene zegt:

    Uit het verhaal van Edward kan ik niet opmaken dat hij vindt dat schrijvers zich moeten buigen naar het publiek, wel dat schrijvers er rekening mee moeten houden dat ze wellicht met hun verhaal een minder grote groep aan zullen spreken.

    Er zijn schrijvers die prachtige dingen maken waar niet een grote groep voor zal vallen.Er zijn schrijvers en schrijverscollectieven die heel goed weten hoe ze de massa moeten bespelen en er zijn schrijvers die schrijven zoals ze zelf willen en toch een heel groot publiek bereiken. En waarom zou een auteur met elk boek dat hij schrijft in dezelfde categorie vallen? Als leesbevorderaar heb ik ze alle drie (zoals Stefan ook zegt) nodig en zal ik ze ook alle drie gebruiken.

    Voor bekroningen is het een ander verhaal. Wat wil je namelijk bekronen? Ik vind het idee van een gecombineerde publieksprijs met een vakjuryprijs een heel goed idee en begrijp niet waarom die mogelijkheid niet bestaat voor kinderboeken. Daarnaast kunnen alle afzonderlijke elite- en massaprijzen toch blijven bestaan? Als maar duidelijk is wat ze bekronen.

  • Stefan zegt:

    Wat je hebt met kinderjury’s is dat kinderen die slechts 1 boek hebben gelezen vaak al kunnen meestemmen. Meer dan populariteitsprijzen zijn het dan ook niet.
    Ik ga ervan uit dat, wanneer je beslist dat een bepaald boek het beste is, dat je van alle andere boeken kan zeggen waarom ze niet op de eerste plaats komen. Hoe moet dat met kinderen die hooguit een paar titels hebben gelezen? Bij een vakjury leest de jury het hele aanbod (of de selectie die door de uitgeverijen zelf is gemaakt). Je kan ervan uitgaan dat een vakjury het globale aanbod kent.
    In een jury met kinderen is dat gewoon onmogelijk. Als waardeoordeel vind ik een kinderjury dan ook behoorlijk waardeloos. Wat niet betekent dat er andere pluspunten zijn aan een kinderjury. Als leesstimulering hebben ze bijvoorbeeld zeker nut.
    Ik zie ook nog niet in hoe dat bij een gemengde jury zou kunnen opgevangen worden.

  • Ted zegt:

    Als degenen die werkelijk willen dat zo’n gecombineerde volwassenen-&kinderjury er komt, komt die er mits de initiatiefnemers zich er daadwerkelijk voor inzetten. Koos Meinderts en Sjoerd Kuyper hebben laten zien dat dat kan (de Willem Wilmink-prijs), net als Hans Hagen en ik dat hebben gedaan (De Gouden Lijst). Als Edward van de Vendel en Jan Paul Schutten de handen ineenslaan komt die prijs er wel. And for that matter: na het opheffen van de Gouden Uil Jeugdliteratuur hadden ook Vlaamse auteurs kunnen ijveren voor een nieuwe prijs met internationale allure. Is het niet een idee om daar nou eens gewoon mee te beginnen? Ik wil daar best bij assisteren, mocht daar prijs op gesteld worden.

  • Jet zegt:

    Voor Stefan,

    Wat je over de kinderjury’s zegt, dat geldt voor de Nederlandse (en Limburgse)kinderjury, Stefan, niet voor de Vlaamse. Bij de Vlaamse Kinder- en Jeugdjury (KJV dus) werken de kinderen samen, in leesgroepen of via de internetjury, de hele nominatielijst af. Ze verbinden zich ertoe om één keer per maand samen te komen om te ‘jureren’. De volwassen nominatielezers werken vooraf de hele jaarproductie af en daaruit komt een nominatielijst van 10 per leeftijdsgroep uit (er zijn 6 leeftijdsgroepen. Dat lijkt me toch al wat in de richting te gaan van een gecombineerde jury.
    En zo werkt de KJV nu al meer dan 30 jaar.

  • Jan Paul zegt:

    Combinaties van publieks- en vakjury’s werken meestal als volgt. Een vakjury maakt een voorselectie en ten slotte maakt een combinatie van een publieksjury en een vakjury de definitieve keuze. Soms in meerdere trappen. Voor deze prijs zou zo’n systeem, wellicht aangevuld met wat elementen uit de KJV die Jet noemt, prima geschikt zijn.

    Het Songfestival is een mooie combinatie van een publieke- en vakjuryprijs. Ik heb speciaal voor Hans even gekeken wat de beoordelingscriteria voor een liedje zijn:

    - Het winnende liedje mag niet teveel mineurakkoorden bevatten, want dat schrikt af.
    - Het liedje moet over een eenvoudig onderwerp gaan, zodat sommige mensen uit het Kinderboekenvak ze ook kunnen begrijpen.
    - Het liedje moet op in ieder geval drie violen, minstens één zanger en een gitaar bestaan, er mag geen gebruik gemaakt worden van geluidsbevorderende triangels.
    - Het nummer mag vooraf door bibliotheken uitgeleend worden. Maar niet aan mensen uit IJsland en Griekenland, want die geven het nooit terug.
    - Het liedje mag niet een te openlijke lofzang op het Oostblok zijn. Dat is een oneerlijke manier om Balkanstemmen te winnen.
    - Het liedje mag geen lelijke zinnen bevatten als ‘Kwam dat zien! Kwam dat zien!

    Deze lijst is wel compleet.

    Waarom is trouwens mijn vorige reactie op Hans weggehaald?

  • Stefan zegt:

    Mensen die stemmen voor het mooiste songfestivalliedje hebben meestal de hele uitzending gezien. En zelfs dan blijken er nog heel wat andere motieven mee te spelen dan alleen het estethische.

    Kan je bij KJV nog wel echt spreken van een combinatieprijs? De vakjury (ik zat dit jaar zelf in de selectiejury buitenlandse boeken voor groep 3 en 4) reduceert het hele aanbod tot amper 10 boeken. Heel veel inbreng hebben de kinderen dus niet meer. En uit de ervaring die ik in Ham heb (waar we nochtans heel intensief met KJV bezig zijn) is dat het dan nog moeilijk is om kinderen al die tien boeken te doen lezen, vooral in de groepen tot en met 4.

    Ik vind KJV een fantastisch initiatief. Echt waar. Maar dan vooral als leesbevorderingsproject. En dat KJV’ers zelf mogen stemmen lijkt me vooral bedoeld om de motivatie voor dat lezen nog wat te verhogen. Waar natuurlijk niets mis mee is.

    (Jan Paul. Misschien is je reactie op Hans vastgereden in de file op de digitale snelweg. Misschien gewoon opnieuw posten?)

  • Jan Paul zegt:

    Daar heb je een goed punt, Stefan. Al denk ik niet dat het een onoverkomelijk probleem is. Er zijn ongetwijfeld mensen met meer verstand van prijzen dan ik die het plan kunnen aanscherpen.

    Mijn vraag aan Hans was waar zijn reactie vandaan kwam.

    Wil hij zo’n prijs niet?

    Vindt hij zo’n prijs wel de moeite waard, maar denkt hij dat het onmogelijk te realiseren is?

    Of vindt hij de prijs niet nodig?

    Deze lijst met motieven is overigens níét volledig.

  • Ted zegt:

    Nou bemoei ik me er toch weer mee, maar goed.

    Het probleem zit hem bij de voorselectie door een vakjury die Jan Paul voorstelt. Je krijgt dan toch weer een discussie over welke boeken wel in aanmerking moeten komen en welke niet.
    Je kunt toch ook een frisse start maken in plaats van leunen op wat andere jury’s al doen?

    Als je nou gewoon een wedstrijd uitschrijft waarin kinderen hun favoriete boek van het afgelopen jaar voordragen voor nominatie. Ze moeten dat doen door een verslag te maken, waarmee ze een vakjury voor zich proberen te winnen.
    Al die opstellen, verslagen, brieven, smeekbedes worden door een vakjury gelezen en beoordeeld. De zes of acht of tien beste, mooiste, origineelste nominaties worden overgenomen en díé boeken vormen de genomineerden voor de prijs (kan worden verdeeld over leeftijdscategorieën). De zes, acht, tien kinderen die de boeken nomineerden vormen samen de jury die bepaalt welk van de genomineerde boeken wint.
    De moeilijkheid voor deze kinderen is dat ze ambassadeur zijn van hun eigen genomineerde boek en dat in de jury proberen te promoten, maar toch heeft elk boek in principe evenveel kans, omdat een titel nu eenmaal maar één keer genomineerd kan worden. De kinderen in de jury moeten gezamenlijk tot één besluit komen. Dat kan alleen als de kinderen alle genomineerde boeken lezen.
    Dit levert voor kinderen die mee willen doen een uitdaging op. Ben je helemaal weg van Francine Oomens boek en je wilt dat nomineren, dan zul je op moeten boksen tegen misschien wel honderd andere kinderen die hetzelfde boek nomineren. Er kan maar één ambassadeur van dat boek in de jury worden gekozen. Je kunt als kind ook denken: ik ga een boek van Martha Heesen nomineren, want misschien is er wel geen ander kind dat dat boek gelezen heeft, en dan is de kans groter dat ik voor zitting in de jury wordt uitgekozen.
    Op die manier kunnen zowel elitaire als populaire titels worden voorgedragen, en aangezien de vakjury niet de boeken zelf beoordeelt maar de nominaties van de kinderen, krijg je een ander nominatieveld dan als je een vakjury een voorselectie laat maken. Op deze manier kunnen dus zowel Francine Oomen als Martha Heesen voor dezelfde prijs worden genomineerd.

    Het voordeel is dat je kinderen heel actief bij de prijs betrekt: ze moeten creatief zijn om in de jury te worden gekozen en maken zodoende zelf deel uit van de leesbevordering.

    Overigens zou ik zo’n zelfde principe graag zien voor het voortgezet onderwijs, waarbij niet per se de schrijver een prijs wint voor zijn of haar boek, maar een jongere die voor zijn of haar verslag van een gelezen boek een prijs krijgt.

  • Jan Paul zegt:

    Ik vind het een mooi plan van Ted. Wat me vooral bevalt is het principe van de ambassadeurs, zodat een kind andere kinderen kan overtuigen om voor dat boek te kiezen.

    Ik worstel alleen met de vraag of kinderen wel alle boeken gelezen moeten hebben. Dat is bij de NS publieksprijs ook niet het geval. Sterker nog, ik moet eerlijk bekennen dat ik op politieke partijen heb gestemd zonder hun partijprogramma te hebben gelezen – laat staan dat van andere partijen. Dat gaat dan om het lot van ons land. En dan verwachten we van kinderen dat ze ál die titels gaan lezen. Als ik heel eerlijk ben moet ik daar zelf niet eens aan denken. Sommige boeken spreken mij gewoon niet aan. Dat ik daarmee enkele juweeltjes mis neem ik graag voor lief.

    Mijn hart gaat daarom alleen nog steeds uit naar een voorselectie door een vakjury. En de criteria waarop zij de boeken selecteren mogen van mij dezelfde zijn als die van de Gouden Griffel. Er moet alleen een grote selectie zijn waaruit ze kunnen kiezen.

  • Ted zegt:

    Nee, ik heb dat kennelijk niet goed uitgelegd: een kind hoeft maar één boek gelezen te hebben. Pas als het kind in de jury terecht komt gaat het de genomineerde boeken lezen.
    Voorbeeld: Pietje heeft “Het verdwenen petje” gelezen en maakt daar zo’n mooi aanbevelingsverslag van, dat Pietje en zijn voorkeursboek door de vakjury in de jury wordt gekozen. Marietje heeft dat boek niet gelezen, maar wel “Het gevonden mutsje”. Zij heeft daar zo’n mooi verslag over geschreven, dat de vakjury haar en haar boek ook in de jury koos. Nu Pietje en Marietje in de jury zitten lezen ze elkaars voorkeursboek.

  • Eveline zegt:

    De vraag die dit laatste plan bij mij oproept: wordt het dan niet vooral een wedstrijd overtuigingskracht? Wie het best kan formuleren wat er geweldig is aan zijn/haar voorgedragen boek komt in de jury, en wie de andere juryleden het best kan overtuigen, diens boek wint. Voor mijn gevoel zijn kinderen die zich niet zo welsprekend uitdrukken hier enorm in het nadeel. Het lijkt een beetje op ‘wie het beste presteert in DWDD krijgt de meeste stemmen’.

    Ik vind het idee van een gecombineerde prijs heel mooi, maar ik zou het liefst gewoon de Kinderjury-prijs omgevormd zien tot de Vlaamse opzet.

  • Jet zegt:

    Wordt het zo langzamerhand geen tijd om de KJV in de discussie te betrekken? Per adres: Stichting Lezen?

  • Hans Hagen zegt:

    Ik ben tegen geen enkele prijs, geen enkel boek en geen enkele jury. Ik ben ervan overtuigd dat elke schrijver vanuit zijn eigen overtuiging/hart maakt wat hij wil maken, en dat elke lezer daarvan mag vinden wat hij wil, en elke jury ook.
    Boeken met ietsje meer van dit of een beetje minder van dat – omdat een lezer dat zou willen (en welke lezer dan?) – ik vind de discussie niet zo zinvol meer. Al jarenlang circuleren dezelfde argumenten. Als een boek zoveel herhalingen zou bevatten, zou niemand het willen lezen.
    Ik ga nu weer lekker schrijven en later blijkt dan wel of mijn boek wordt opengeslagen of niet, of iemand het populair, literair of prutswerk vindt. Ik streef naar een literaire bestseller, maar dat doen we waarschijnlijk allemaal.

  • Stefan zegt:

    En met Hans Hagen zijn we weer waar dit betoog eigenlijk om te doen was. En hij vat het prima samen.

  • Jan Paul zegt:

    Wat is de houdbaarheidsduur van een debat? De discussie tussen monarchisten en republikeinen duurt al honderden jaren. En zo nu en dan laait hij weer in volle glorie op, waarbij oude standpunten worden herhaald. Toch begrijp ik dat republikeinen elke kans om het vuur brandend te houden aangrijpen, zolang de koninklijke familie nog macht heeft. Waarom zou je je bij die onvrede neerleggen?

    Ik doe wel eens mee aan discussies op culinaire forums op blogs als Foodlog. Daar woedt al een eeuwigheid een felle dialoog over het eten van vlees. Ook daar is vaak de reactie ‘o jee, daar gaan we weer’. Maar ja… die onvrede hè? Vijf jaar geleden stond ik in die discussies nog aan de kant van de vleeseters. Inmiddels sta ik aan de kant van de vegetariërs. Wie weet switch ik nog wel een keer. Ik denkt het niet, maar dat dacht ik vijf jaar geleden ook. Ik blijf meedoen aan het debat. Het scherpt de geest.

    Hans, ga lekker schrijven. Ik las een luek gichdet van je in Lzeen. Stefan, ga lekker met Miel spelen. Maar gun een dialoog het recht om een dialoog te zijn.

  • Anoniem zegt:

    Ik had zo nu en dan zin om te ‘vind-ik-leuk-en’ maar vond het knopje niet. Vooral op het lijstje van Hans en diens laatste reactie. Een schrijver moet kunnen/mogen schrijven ‘vanuit zijn buik’, niet omdat iets moet. Een lezer moet mogen/kunnen lezen voor zijn ‘buik’, de ene keer frieten met mayonaise, de andere keer spaghetti en af en toe eens een culinair hoogstaand feestelijk gerecht. Ik moet bekennen, ik kan van alles ongelooflijk genieten!

Reageer!

Reageer onderstaand, of trackback van uw eigen website. U kunt ook de reacties ontvangen via RSS.

U kunt deze HTML tags gebruiken:
<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Deze website is Gravatar-enabled. U kunt uw eigen wereldwijd gebruikte G(lobally) R(ecognized) avatar verkrijgen op Gravatar.

Houd mij op de hoogte van nieuwe reacties. Of abonneer jezelf op deze discussie zonder te reageren.