Boeken

Nieuwe en minder nieuwe kinderboeken, warm aanbevolen (of net niet).

Nieuws

Het reilen en zeilen in de wereld van het kinderboek en de leesbevordering.

Ons gedacht

Onze mening over wat er gebeurt in de kinderboekenwereld, genuanceerd én ongezouten.

Elders gelezen

Lezenswaardige artikelen, opmerkelijke websites, kortom: alles wat u gezien moet hebben.

Extra

Wedstrijden, oproepen, leuke wetenswaardigheden, en meer ditjes en datjes.

Home » Boeken, Uitgelezen

Lezen op het tuinterras

Door op 11/06/2012 – 16:28Geen reacties

Naar goede gewoonte geef ik in afleveringen enkele tips voor luie zomeruren. Hoewel, lui zal je brein van volgende drie boeken niet worden. Ik bleef er in ieder geval over piekeren.

 Lieg voor mij van Caroline Bock ( een ‘Edge-boek’, uitg. Manteau) is een benauwend verhaal over een soort tijdverdrijf van blanke Amerikaanse jongeren: het treiteren van immigranten. Jimmy, de leider van de laatstejaars op een school in Long Island, mishandelt een migrant, een‘tacovreter’, zo zeer met zijn honkbalknuppel, dat hij sterft. Jimmy’s vriendin Skylar en zijn vriend Sean, de enige getuigen,  zwijgen onder druk van hun vriendengroep, maar ze vechten met gewetensproblemen. Dit verhaal over branie, rassenhaat en groepsdruk pakt je vooral vanwege de inhoud. Die  is zo confronterend omdat het probleem veelzijdig en van uit verschillende standpunten  bekeken wordt: vanuit Skylar, die heel langzaam gaatjes prikt in het perfecte imago van Jimmy, vanuit haar vriendin Lisa Marie voor wie uiterlijke schijn en reputatie belangrijker zijn dan het geweten, vanuit Sean, die aan de confrontatie met zijn geweten onderdoor gaat, en ook vanuit de zwakke ouders en opvoeders van de jongeren. De schuldvraag dringt zich op. Het groeiende schuldbesef van Skylar biedt uiteindelijk voldoende tegenwind tegen de luchthartigheid van haar gewetenloze vrienden. Gelukkig maar, want ook al las ik het verhaal in één ruk uit (ook door de vlotte taal, stijl en uitgave), naar het einde toe was mijn ontzetting al behoorlijk groot.  Een boek voor gevormde adolescenten.

 Spinder van Simon van der Geest (uitg. Querido) is een lange brief over een broederstrijd tussen de   elfjarige Spinder en zijn drie jaar oudere broer Jeppe. Spinder heet eigenlijk Hidde, maar na een mislukt experiment met een vlinder en een spin bedacht Jeppe hem spottend met de naam Spinder.

De inzet van de oorlog is een geheime kelder onder het schuurtje naast hun huis. Spinder bouwt er al drie jaar aan een insectenverzameling en dit heiligdom wil Jeppe  nu inpikken om er met zijn drumstel te oefenen. De machtstrijd gaat hard, en helemaal buiten hun moeder om. Die is te afwezig (fysiek en mentaal) om zich met haar zoons bezig te houden. Jammer, want in tegenstelling tot Jeppe, verlangt Spinder  af en toe nog wel naar een echte knuffel.

Beide broers dokteren ingenieuze strategieën uit en pesten elkaar het bloed onder de nagels vandaan. Spinders fascinatie voor insecten neemt zijn hele gedrag over. Iedere observatie, iedere actie, iedere zet vertaalt hij in insectentaal. Twee voorbeelden, want, ook al wil ik dat maar al te graag,  ik kan moeilijk het hele boek citeren:

‘Had ik maar een angel. Of giftige haartjes let jeukpoeder zoals de pagerups. Of bidsprinkhaanboksarmen.’

‘Hij kwam alleen om mij bang te maken. Dat ken ik wel, bij insecten heet dat imponeergedrag. Een wesp zwaait met zijn angel. Een vliegend hert knipt met zijn kaken in de lucht. Jeppe staat met zijn handen in zijn zij. Hij schreeuwt en schreeuwt.(…)’.

Getekende insecten en grappige illustraties ( de kindertekeningen zijn prachtig geïmiteerd door Karts-Janneke Togaar) krioelen door Spinders invallen, gedachten en commentaar en sieren ook de kaft. Lezers van tien,elf of daaromtrent zullen smullen (ik trouwens ook!).

De broederstrijd blijft het middelpunt van iedere gebeurtenis, ook al gaat het gewone leven op de speelplaats en in de buurt door. Spinder wil bijvoorbeeld zo graag klassenmaatje Lieke imponeren, en dat doet hij door roze vlinders te ‘maken’ uit rupsen die hij rode kool voert. Maar ook Lieke dreigt Spinder aan Jeppe te verliezen. Je sympathiseert met Spinder, je zou Jeppe zelf af en toe een mep willen verkopen, maar zoals het in de beste kinderboeken gaat: Spinder en Jeppe groeien, hun gedrag evolueert en de lezer kan niet bij een zwart- wit oordeel blijven.  Gaandeweg krijg je inzicht in de inzet van de broedertwist.  Achter de strijd om de kelder schuilt een diep en vreselijk geheim, dat eigenlijk niet te dragen is. Het is een geheim dat doet nadenken over goed en slecht, over schuld en gemis.

Dit verhaal is in se ontzettend hard, maar vaak ook grappig, ontroerend en spannend.

Een prachtig boek voor kinderen vanaf tien, en voor alle andere lezers die van een origineel, schitterend geschreven verhaal houden.

Vijftien wilde zomers  Jan de Leeuw (‘uitg Davidsfonds/Infodok)

Jan de Leeuw bouwt in dit verhaal op een concept dat al eerder werd uitgeprobeerd: een pas gestorven jongen (of meisje) kan door de reacties van zijn familie of vrienden geen definitief afscheid nemen.  Ik denk bijvoorbeeld aan het kinderboek ‘Stilstaan’(1994) van Willy Schuyesmans en in zekere zin ook aan het jeugdboek van  Katrien Seynaeve ‘Een wolk als afscheid’ (1988), twee boeken die bijblijven. Recenter (2011) is het ingeleefde en pakkende  ‘Rood Weeskind’   van Begga Dom, waarin Thor al zeventien jaar lang een conversatie voert met zijn dood geboren tweelingbroer Olmo.

In Vijftien wilde zomers laten drie mensen Thomas niet gaan: zijn vriendin Orphée, zijn wanhopige moeder en zijn stervende grootvader. Zij blijven Thomas zien, Thomas op zijn beurt wijkt geen stap van hun zij. Terwijl hij (bijna nuchter) toekijkt en beschrijft hoe ze hun wanhoop verwerken- en dat is niet altijd fraai!- roept hij in flashbacks het verleden op. Nuchtere waarnemingen botsen met superromantische beschrijvingen. De lezer wordt getuige van zijn overrompelende liefdesrelatie met Orphée, de breekbare relatie met zijn moeder, het wankelende huwelijk van zijn ouders (tengevolge van Thomas’ dood) en vooral de verbondenheid met zijn grootvader, naar mijn gevoel het sterkste personage. Die grootvader verzachtte en verpakte zijn verdriet, over bijv. zijn vroeg gestorven moeder en zusje en zijn dictatoriale vader, of over bizarre gebeurtenissen in hun dorp Repelgem, in fantastische en sprookjesachtige verhalen. ‘Een en al woordwolken, tot je er gek van wordt’ zegt de wrokkige Eva, Thomas’ moeder.

Maar in Thomas vond grootvader een gewillige toehoorder en navolger. Verhalen en harde realiteit vloeien naadloos in elkaar over, en de lezer glijdt mee, op het ritme van een vaak dromerige taal. Die me soms ook ergerde, vanwege té veel en te puberaal overladen beelden (hoewel, Thomas is natuurlijk een puber..). Maar dat is ook mijn enige bezwaar. Het verhaal van Jan de Leeuw spreekt aan omdat het haarscherp laat aanvoelen hoe mensen op verschillende manieren omgaan met verdriet, hoe egoïstisch verdriet kan zijn en hoe het mensen sloopt. Eén iets begrijp ik niet: de titel. Er is hier helemaal geen sprake van 15 wilde zomers. Thomas beleefde, toen hij 15 was, voor het eerst een wilde zomer, daarvoor was hij een doodgewone scholier. Foute titel dus (of ik schat hem verkeerd in) voor dit fantasievol, maar ook heel realistische verhaal.

Tot de volgende boekentips,

in boekenvriendschap, Jet

 

Reageer!

Reageer onderstaand, of trackback van uw eigen website. U kunt ook de reacties ontvangen via RSS.

U kunt deze HTML tags gebruiken:
<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Deze website is Gravatar-enabled. U kunt uw eigen wereldwijd gebruikte G(lobally) R(ecognized) avatar verkrijgen op Gravatar.

Houd mij op de hoogte van nieuwe reacties. Of abonneer jezelf op deze discussie zonder te reageren.